U bent hier

Waarom Stefan Gijsbertsen zijn leraren geen boek geeft, maar ruimte

Hij wil geen leraren die denken: als ik het zo doe, zijn de toetsresultaten goed en is de directeur of de inspectie tevreden. “Nee, ik wil dat leraren lesgeven op een manier die zij op dit moment goed vinden voor dit kind.” En daarvoor, weet directeur Onderwijs en Kwaliteit Stefan Gijsbertsen van PricoH, moet hij vooral ruimte geven. Hoe hij dat doet? Zelf kwetsbaar zijn, twijfelen en druk weghalen. “Het is bijna een emancipatieopdracht.”


Ruimte voor de professional

Hij legt het uit aan de hand van Teach like a Champion, het boek van Doug Lemov dat een paar jaar geleden een wereldwijde hit werd. Het staat bomvol technieken die goed werken in de klas. Gijsbertsen vond het een geweldig boek, vertelt hij. “Heel concreet. Dus wat gebeurt er: directeuren geven hun leerkrachten allemaal zo’n boek. En daarna een trainingsdag. Want jongens: op deze manier gaan we voortaan werken.” 

Onlangs las Gijsbertsen, directeur bij PricoH met 13 christelijke basisscholen in Hoogeveen en omgeving, het boek opnieuw. “Ik vond het nog steeds prachtig. Maar ik dacht ook: het gaat hier niet om techniek. Het gaat om een leerkracht die van het bestuur alle ruimte krijgt om de pedagogiek en didactiek te kiezen die hij op dat moment vindt passen bij die groep. We moeten niet iedereen een boek geven, we moeten iedereen ruimte geven.” 

 

Goed of fout

Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan, weet Gijsbertsen. Want net zoals in de rest van de samenleving houden ook mensen in een schoolorganisatie elkaar in de greep. “Er gelden expliciet en impliciet dogma’s en paradigma’s die ons voorschrijven hoe we zouden moeten handelen. Dat dingen goed of fout zijn. En daaraan koppelen we verantwoordelijken: je verdient een complimentje of een standje.” 

 

Is een goede score goed onderwijs?

En dat wil hij dus niet: beleid maken dat uitgaat van die dogma’s. “Want mensen willen het goed doen en gaan handelen naar wat er voorgeschreven is. We zitten in een samenleving die onderwijs beheersbaar wil maken: resultaten opschrijven. De inspectie stelt een ondergrens en jij wilt die scores halen. Maar wat is het doel van onderwijs? Dat kinderen goed les krijgen. En zeggen hoge scores dat jij goed les hebt gegeven?”

 

Gijsbertsen gelooft dat onderwijs beter wordt als het loskomt van paradigma’s. “Die leiden tot het verbloemen van fouten, tot wegschuiven. En zo creëren we een schijnwereld van stukken en resultaten waar mensen over praten. Terwijl de werkelijke wereld bestaat uit wat mensen voelen en doen.” 

 

Het gaat om contact

Een voorbeeld: het expliciet directe instructiemodel. Aan het begin van de les benoem je het doel van die les en je hebt 10% meer kans dat dat doel gehaald wordt. “Nou, dat is al gewonnen toch?”, zegt Gijsbertsen. “Maar is er niks mis mee? Dat is de vraag. Want als je op deze manier onderwijs vermaakt tot een opeenstapeling van succesvol gemeten handelingen, kom je bedrogen uit. Waar onderwijs echt om gaat is dat de leerkracht in contact komt met de leerling. Dan raakt een kind intrinsiek gemotiveerd. Het is aan de leerkracht om te weten hoe hij dat doet.”

 

Vanuit die werkelijkheid wil hij met zijn organisatie werken. Hij organiseert interne audits, spreekt directeuren, ib’ers en leerkrachten. “Doel is uiteindelijk toe te werken naar eigenaarschap, naar gedeeld leiderschap. En daarvoor is het zo belangrijk ruimte te geven zodat professionals zelf kunnen kiezen.”

 

“Ik noem het nog onderwijsfilosofie”, vertelt Gijsbertsen, die onderwijskunde studeerde. “De gedragswetenschap vertaalt gedrag naar getallen en aan de hand daarvan wil ze objectief opbrengsten in beeld brengen. De onderwijswetenschap werd lange tijd als zekerheid beschouwd. Maar is dat niet.” 

 

Kwetsbaar zijn, twijfelen en druk weghalen

Zijn mensen ruimte geven. ’t Is een prachtig doel, maar wie angstig is om te falen zal die ruimte niet pakken. Hoe doet Gijsbertsen dat? Drie dingen, zegt hij. In eerste instantie door voor te leven. Door zelf kwetsbaar te zijn, te zeggen hoe het is, wat je voelt, wat je denkt. Daarnaast door twijfel uit te spreken. “Door tegen mijn directeuren te zeggen dat ook ik de wijsheid niet in pacht heb. Het is een misvatting dat twijfel goed leiderschap in de weg staat. Je kunt prima knopen doorhakken en duidelijk maken dat je niet overtuigt bent van de uitkomst van een beslissing.”

 

Ten derde: de inspectiedruk weghalen. “Want die inspectiedruk, dat ben je zelf. Ik heb nog nooit tegenover de inspectie gezeten die gehakt van me maakte. Je moet jezelf ervan bevrijden. Wij blijven ons ontwikkelen omdat we geloven in onze eigen professionaliteit. Het is bijna een emancipatieopdracht. We willen geen leraren die denken: Als ik dit doe vindt de inspectie of de directeur dat goed. Nee. We willen leraren die denken: Dit doe ik, want ik vind dit goed voor onze kinderen.”

 

foto: Arne Hoek

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs