U bent hier

Vrouwen betere studenten in MBO

Vrouwelijke studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) kiezen meer dan hun mannelijke collega's voor een hogere opleiding. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Wel kiezen vrouwen vooral voor een opleiding in de 'zachte' sector,  zoals het sociaal-pedagogisch werk (kinderopvang) en de zorg- en welzijnssector en de verzorging.

Vrouwelijke studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) kiezen meer dan hun mannelijke collega's voor een hogere opleiding. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Wel kiezen vrouwen vooral voor een opleiding in de 'zachte' sector,  zoals het sociaal-pedagogisch werk (kinderopvang) en de zorg- en welzijnssector en de verzorging.

Het mbo telde in 2009 513.000 studenten, verdeeld over 53% mannen en 47% vrouwen. Maar vrouwen blijken doorgaans in de beroepsopleidende leerweg (bol) een hoger niveau te volgen. Van de mannen en vrouwen volgden respectievelijk 63% en 77% een opleiding op niveau 3 of 4, dat wil zeggen een vak-, een middenkader- of specialistenopleiding. Dat verschil dateert al van 10 jaar geleden en neemt gestaag toe.   Veel vrouwelijke studenten volgen dus een opleiding in de zachte sector, op grote afstand gevolgd door de detailhandel. Maar specifiek allochtone vrouwen hebben een sterke voorkeur voor secretarieel werk en informatiedienstverlening. Bij deze opleidingsrichting zijn ze zelfs in de meerderheid. Hun aandeel in opleidingen voor de verpleging is beperkt (14%).

Mannen kiezen vooral een opleiding voor werk in de bouw, zo blijkt uit CBS-cijfers. Vaak op een laag niveau, een assistent- of basisberoepsopleiding. Daarnaast volgen zij relatief vaak een opleiding voor de ICT-sector en de detailhandel.

MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs