U bent hier

Voorzitter HAN steekt zijn nek uit: ga back to basics

Als je als bestuursvoorzitter van een van de grootste hogescholen van Nederland een boek schrijft met als ondertitel Terug naar waar het echt om gaat, heb je zelf ook iets waar te maken. Verus sprak Kees Boele over zijn boek Onderwijsheid, dat hij vanochtend aanbood aan minister Bussemaker.

Het borrelde al een jaar of twintig, vertelt Boele. En hij kreeg zoveel instemming en enthousiasme als hij dit onderwerp aansneed, dat de voorzitter van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen nu zijn nek durft uit te steken met een boek waarin hij oproept het onderwijs en het leidinggeven daaraan ‘back to basics’ te laten gaan.

Je moet wel durven, als je zelf zo’n leidinggevende bent. 

“Ik heb dit op mijn hart. Ik heb er jarenlang tegenaan gehikt maar nu voel ik me onafhankelijk genoeg het te doen. Als voorzitter van een van de grootste hogescholen kan ik niet zomaar iets roepen. Maar ik neem stevig positie omdat ik iets te pakken heb waarvan ik overtuigd ben.” 

U zegt dat wat docenten op school geacht worden te tellen, niet is wat zij thuis vertellen. Kortom: we administreren van alles, maar dat gaat voorbij aan het hart van het onderwijs. Who’s to blame: de docent, inspectie, minister? 

“Op microniveau kun je zeggen: de baas van de docent. De leidinggevende dus. Maar die staat niet op zichzelf: de schooldirecteur heeft een bestuurder. En die heeft toezichthouders, het ministerie en de inspectie om zich heen die hem ertoe nopen zo te werken. Bovendien is er de dimensie van onze westerse samenleving waarin het meetbare, het werkelijke is. Dit alles leidt tot een patroon dat ook bij individuele personen neerslaat.”

De school moet weer school kunnen zijn, zegt u. Wat doet u daar zelf aan binnen de HAN?

“Een voorbeeld: Er is geen school waar geen managementrapportages zijn. Zo ook bij ons: van managers, directeuren… er ontstond een ratatouille aan managementrapportages. Allemaal 60, 70 bladzijdes en dat drie keer per jaar, met daarnaast nog jaarverslagen. Dan ging een controller alles checken, de bestuurder in gesprek over de cijfers…

Die rapportages heb ik bij de HAN niet afgeschaft maar wel sterk gereduceerd: één rapportage van 25 A4-tjes plus één centraal en sterk ingekort jaarverslag. Dat scheelt de directeuren werk. Maar ik verwacht van hen wel dat zij op twee pagina’s hun eigen verhaal schrijven, duiding geven. De directeur moet opschrijven waar hij trots op is, wat er goed gaat en waarom. Én wat er moeizaam is, een hardnekkig probleem en waarom. Samen gaan we op zoek naar patronen, we praten en helpen elkaar.

Ben ik als bestuurder nog in control? Ik ben van mening van wel. Als de directeuren zich veilig voelen, geeft dat een heel andere sfeer en dynamiek.”

U vraagt ook aandacht voor goed onderwijs. Dat is volgens u vormend. Maar hoe ziet dat eruit, vormend onderwijs?

“Daar is niet één generiek antwoord op te geven. De HAN bijvoorbeeld is een heel grote hogeschool: 33.000 studenten en ruim 80 opleidingen. Bij de masteropleiding autotechniek zal vorming heel anders gaan dan bij de bachelor sociaal pedagogische hulpverlening. In de laatste moet je bijvoorbeeld niet allen instrumenteel bezig zijn, maar ook persoonlijk. Het zit ‘m ook in de hele context van je leeromgeving: hoe je studenten begeleidt, gemeenschap creëert. Vorming is een thema dat we breed lanceren: we verwachten dat in elke opleiding een vormend element zit. Dat krijgt nu vorm.”

U zegt dat onderwijzen een richting, een perspectief, een doel geeft.  

“In het woord onderwijzen zit ‘wijzen’. Je moet in het onderwijs ook zelf voor de draad komen met jouw perspectief. Neutraal onderwijs bestaat niet. Ik heb zelf een christelijke geloofsovertuiging. Ik ontleen mijn laatste zekerheid niet aan de filosofie. Christelijke scholen kunnen ook die dimensie uit mijn boek halen.”

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs