U bent hier

Voorloperschool passend onderwijs: ‘Systeemverandering zonder extra investeringen is onmogelijk’

Basisschool De Kroevendonk startte vijftien jaar geleden met passend onderwijs. Maar bij directeur/bestuurder Teun Dekker ging niet de vlag uit toen de Wet Passend onderwijs van kracht werd. “De operatie passend onderwijs is opgelegd aan het onderwijs. Scholen moeten de tijd krijgen om terug te keren naar de vraag wat zij goed onderwijs vinden.” 

Het is een succesverhaal. De Kroevendonk is een protestants christelijke basisschool in Roosendaal ‘waar inclusief gedacht wordt’. Dat begon vijftien jaar geleden toen het team zich boog over een gezamenlijke visie op onderwijs. Ze kwam uit op mediërend werken: de leerkracht heeft een positieve verwachting van de mogelijkheden van de leerling.

Ze wilden inclusief zijn. De school groeide. Dat hielp, want er was geld nodig om de leerlingzorg zwaar neer te zetten: er kwamen een orthopedagoog en twee ib’ers in huis. Ook werd veel administratieve last bij leerkrachten weggehaald. Ze doen het samen: elke leerling is een verantwoordelijkheid van de hele school. En de teamcultuur is open, fouten mogen gemaakt worden. 

Inclusief is voor iedereen goed

Het werkt: de school verwees de afgelopen twee jaar helemaal geen leerlingen meer naar het s(b)o. “Inclusief onderwijs heeft voor alle kinderen een heel positief effect”, vertelt Dekker. “Kinderen met een beperking kunnen met vriendjes uit de buurt naar school. Ze leren van anderen. En het is ook goed voor hun klasgenootjes, zowel cognitief als sociaal-emotioneel. Want er is op onze school heel veel aandacht voor leerlingen en daar profiteert iedereen van.” Bovendien, vindt Dekker, mag het niet zo zijn dat kinderen met een beperking op school buiten beeld verdwijnen. “Ieder mens is van waarde en hoort erbij.”

Knokken om geld

Dekker stond vast te juichen toen passend onderwijs landelijk beleid werd? “Nee”, zegt hij. En dat heeft alles te maken met de centen.

De Kroevendonk heeft namelijk een heel uitgebreide zorgstructuur. En waar de school voorheen zo’n 120.000 euro aan rugzakgeld binnenkreeg, moet ze het nu doen met ongeveer 40.000 euro aan arrangementen. 

“Ik snap echt wel dat er rugzakken waren waarvan je zegt: dat kan voor minder geld”, reageert de bestuurder. “Maar nu moeten we binnen het samenwerkingsverband knokken om een arrangement binnen te krijgen. Wij hebben nu het gevoel dat er middelen zijn afgenomen, waarmee wij passend onderwijs konden geven.”

De thuiszitter bijvoorbeeld, die De Kroevendonk sinds dit schooljaar opvangt, heeft nog een leerplichtontheffing. Voor alle zorg die dit kind nodig heeft krijgt de school dus precies 0 euro vergoed. En de begeleiding van zes leerlingen in een bovenbouwgroep met een laag iq, wordt betaald uit één arrangement. 

Het scheelt dat de eenpitter geen bovenschoolse afdracht of adjunct-directeur heeft. Die middelen zitten in de zorgstructuur. En Dekker creëerde al voor de komst van passend onderwijs een buffer uit de lumpsumgelden want hij verwachtte dat het de eerste jaren weleens heel krap zou kunnen zijn. “Maar het blijft een zorg.”

Landelijk opelegd

De leerkrachten van De Kroevendonk dragen passend onderwijs samen, vertelt Dekker. “De werkdruk is hoog. Maar de bekende administratieve last halen we zoveel mogelijk bij de leerkrachten weg. En heeft iemand het zwaar, dan weet hij: er staan een heleboel collega’s voor mij klaar.”

De Kroevendonk lijkt daarmee een uitzondering. Want als we de rapporten van de afgelopen week mogen geloven, is het draagvlak voor passend onderwijs onder leerkrachten zeer klein

Dat verbaast Dekker niet. “Er was geen draagvlak voor passend onderwijs in het onderwijsveld. Wij groeiden vanuit een gesprek over goed onderwijs in vijftien jaar tijd naar inclusief onderwijs. Maar passend onderwijs, zoals dat landelijk wordt opgelegd, komt over als een financiële operatie met een andere administratie zonder dat er begonnen is met het nadenken over de echte inhoud. Een systeemverandering zonder extra investeringen is onmogelijk en deze investeringen ontbreken nu juist bij passend onderwijs.”

Het is belangrijk dat leraren de tijd krijgen, bepleit Dekker, om terug te keren naar de vraag: Waarom zit ik in het onderwijs? Hoe zie ik een mens? Hoe zie ik een kind Hoe wil ik het onderwijs inrichten? 

Vorige week bracht de organisatie in1school een magazine uit met als titel “Zo kan het ook scholen”. In dit magazine worden 4 scholen, waaronder De Kroevendonk uit Roosendaal, beschreven die werk maken van inclusief onderwijs. Het magazine is gratis te downloaden of aan te vragen

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs