U bent hier

‘Voorkom pesten onder collega’s met gezonde schoolcultuur’

Scholen doen veel om het pesten door leerlingen tegen  te gaan. Maar de zelfmoord van een gepeste lerares biologie in augustus 2015 onderstreept dat pesten geen exclusieve kinderactiviteit is: ook sommige volwassenen, inclusief leraren, maken zich hier schuldig aan. Wat kun je hier als onderwijsorganisatie aan doen?

Caroline Dijkman gaf biologie op het Sint-Maartenscollege in Maastricht. In brieven aan De Limburger en de Volkskrant schreef de lerares vlak voor haar dood dat ze ernstig is gepest door collega's binnen haar sectie. Op 11 augustus maakte zij een einde aan haar leven. De Volkskrant analyseerde deze zaak in een uitgebreid artikel op 12 september.

‘Geen pestgedrag’

Volgens de lerares heeft de directie niet ingegrepen. Maar de schooldirecteur bestrijdt dat in de Volkskrant. De school wist dat er conflicten speelden binnen het team en heeft een mediator ingeschakeld. Deze zou echter niet hebben geconstateerd dat er sprake was van pestgedrag. Ook een onafhankelijke klachtencommissie kon dat niet vaststellen. De lerares zat sinds 2012 ziek thuis. Na haar ziekmelding werd ze boventallig verklaard. Volgens een voormalige docentenbegeleider zijn vóór Caroline Dijkman al twee andere biologiedocenten ernstig gepest in hun sectie en heeft de school daar niets mee gedaan.

Hoe voorkom je zieke cultuur?

Wat er precies is gebeurd op deze school, is zeker voor buitenstaanders moeilijk te achterhalen. Maar dit trieste verhaal roept wel een belangrijke vraag op: hoe kun je voorkomen dat de cultuur binnen je onderwijsorganisatie zo verziekt dat werknemers gaan pesten? Daarvoor zijn verschillende trainers en methodes beschikbaar. Verus bevroeg coach/trainer Henk Galenkamp, die regelmatig door scholen wordt ingeschakeld. Hij is tevens de auteur van meerdere boeken, waaronder ‘Als scholen een gezicht krijgen. De cultuur als voedingsbodem voor een lerende organisatie’ en ‘Krachtige leraren, prachtig onderwijs. Naar meer contact en bezieling in de school’; beide verschenen bij CPS Uitgeverij.

Iedereen speelt een rol

Galenkamp wijst erop dat alle betrokken partijen een aandeel hebben in een conflict zoals hierboven beschreven. ‘‘Volgens het Volkskrant-artikel was er bij de docente sprake van een posttraumatische stressstoornis en depressie. Dat is haar aandeel.  Maar ook de collega’s, de sectie, de school en wellicht het bestuur spelen een rol. Dat zijn allemaal systemen en pesten is een systemisch probleem.’’

Blinde vlek

Galenkamp legt uit: ‘‘Binnen een schoolcultuur ontwikkelt ieder lid van het systeem z’n eigen blinde vlek. Tekenend daarvoor is een opmerking als: ‘We doen het zo omdat we dat altijd doen.’ Mensen ontkennen het probleem of zeggen: ‘het is wel zo, maar het is niet te veranderen’, of: ‘ik kan er niks aan doen.’ Dat zorgt ervoor dat gedragspatronen zich blijven herhalen.’’

Pijn en schade worden miskend

In een ‘zieke’ organisatiecultuur ontstaat gemakkelijk pestgedrag. Tekenend voor zo’n cultuur is bovendien dat de pijn en de schade die worden aangericht, én het aandeel dat alle betrokkenen hierin hebben, worden miskend. Caroline Dijkman zou zijn gepest door de ‘langstzittende docenten’. Galenkamp: ‘‘Dat patroon zie ik op veel scholen. Deze docenten hebben zich verworven rechten aangemeten. Daarmee oefenen ze macht uit op de nieuwkomers. Zij geven bijvoorbeeld vaak de moeilijkste klassen aan de jongste collega’s. Daarbij vertellen ze niet dat ze die klus zelf niet zien zitten; ze doen het onder het mom dat de jonge collega’s hiervan kunnen leren.’’

Iedereen is dader en slachtoffer

Een belangrijk, maar lastig uit te leggen onderdeel van Galenkamps visie is dat iedereen in een conflictsituatie zowel dader als slachtoffer is. ‘‘Tussen pester en slachtoffer speelt een heel besmettelijke dynamiek waarbij iedereen zowel dader als slachtoffer wordt. Ook in die sectie biologie. Zo zouden vergaderingen bijvoorbeeld vaak zodanig zijn verzet, dat Caroline er niet bij kon zijn. Dat ging zij haar sectiegenoten verwijten. Op dat moment stapte zij de daderrol.’’

Het laatste dat Galenkamp wil, is dat lezers nu concluderen: ‘zie je wel, het was de schuld van die docente.’ Dit mechanisme speelt altijd tussen betrokkenen bij een conflict, onderstreept hij. Galenkamp licht de dader-slachtofferdynamiek uitgebreid toe in zijn boek ‘Boek ‘Krachtige leraren, prachtig onderwijs’.

Directeur moet ingrijpen

Wat kan een onderwijsorganisatie doen om de eigen ‘gezondheid’ te bevorderen? De schooldirecteur is de aangewezen persoon om in te grijpen, vindt Galenkamp. ‘‘Je mag van hem/haar vragen dat hij dit patroon registreert in de school, en dat hij buiten de school z’n kennis verbreedt en inzichten verwerft om voorbij zijn eigen blinde vlek te kijken. Hij moet uitleggen aan z’n team wat er aan de hand is en het beschadigende patroon daadwerkelijk stoppen. Dit vraagt om een krachtig optreden.’’

Kijken naar dynamiek

De directeur doet er wijs aan om iemand in te huren met een externe blik, een coach of trainer met expertise vanuit de organisatiekunde en psychologie. ‘‘Hij/zij moet kijken naar de grotere systemen en de patronen in de interactie en dynamiek.’’ Een lastige klus, want ook deze trainer loopt het risico onderdeel van het systeem te worden en dezelfde blinde vlek te ontwikkelen. Dat mag niet gebeuren.

Terug naar gezond gedrag

Galenkamp werkt in zo’n situatie met zowel het team, het managementteam als de directeur. ‘‘De directeur coach ik individueel, en als het even kan werk ik ook met ook het bestuur. Tussen al die hiërarchische lagen zie je vergelijkbare patronen. Uiteraard merken leerlingen het ook wanneer de verhoudingen verstoord zijn. Maar de interactie tussen leraren en leerlingen laat ik over aan de docenten.’’

Uiteindelijk kan de cultuur zich weer ten goede keren. ‘‘'Dan kan de organisatie vanuit z’n gezonde, professionele kant de werknemer uitnodigen om ook in z’n gezonde gedrag te komen'. 

 

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs