U bent hier

Voor veel scholen is armoede een black box - deze handreiking helpt

Niets wat te voorkomen is, mag de talentontwikkeling van een kind in de weg staan. Dat is het uitgangspunt van programmamanager Gelijke Kansen Monaïm Benrida. Daarom heeft de school de verantwoordelijkheid in actie te komen als ze ziet dat een kind opgroeit in armoede.

Het Ministerie van OCW startte een programma voor het bevorderen van gelijke kansen nadat de onderwijsinspectie vier jaar geleden een toenemende kansenongelijkheid in het onderwijs constateerde. Het ministerie zet met beleidsmaatregelen in op bijvoorbeeld het versoepelen van de overgangen in het onderwijs, legt Benrida uit, en tegelijkertijd is er een ‘netwerkaanpak’ (de Gelijke Kansen Alliantie): samenwerking en kennisuitwisseling met gemeenten en onderwijs.

School als vindplaats

“Kansenongelijkheid speelt zich af in verschillende leefwerelden van kinderen”, legt Benrida uit. “Sociaal-, cultureel- en financieel kapitaal spelen allemaal mee. Armoede dus ook. Want opgroeien in armoede kan ondanks een hoge cognitie belemmerend werken voor maximale talentontwikkeling.”

School en klaslokaal spelen een belangrijke rol. Benrida: “Dat zijn belangrijke vindplaatsen voor leven in armoede. We willen de leraar helpen in het signaleren van armoede en het verder brengen van dat signaal naar organisaties die budgetten en mogelijkheden hebben.”

Praktische suggesties

Daarvoor werd vorige week de Handreiking omgaan met armoede op scholen gepresenteerd. Met praktische suggesties voor scholen om armoede te signaleren en in actie te komen.

Een voorbeeld daarvan is de brugfunctionaris. Een soort vertrouwenspersoon die de brug vormt tussen school en thuis van het kind. Zo iemand pakt het signaal van de leerkracht op, gaat in gesprek met thuis en weet hulpinstanties te vinden.

Verantwoordelijkheid

“Voor veel scholen is armoede echt een black box”, weet Benrida na ruim drie jaar als programmamanager. “Ze weten niet waar ze terecht kunnen. En tegelijkertijd is het voor gemeenten lastig de gezinnen te vinden die met deze problematiek kampen.”

Ook lang niet alle scholen hebben aandacht voor dit probleem. “Mijn beeld is dat er een soort break-evenpoint bestaat voor armoede in een klaslokaal”, vertelt Benrida. “Zolang je vermoedt dat één, misschien twee leerlingen in armoede opgroeien, is het onderwerp te kwetsbaar om aandacht aan te besteden. Maar als je dag in, dag uit bij de helft van je leerlingen geconfronteerd wordt met armoedeproblematiek, dan willen scholen hier heel hard voor rennen.” Ze hebben ook een verantwoordelijkheid, benadrukt hij. “Als armoede kinderen belemmert in hun talentontwikkeling, doen wij als samenleving iets niet goed.”

En nogmaals, benadrukt Benrida, armoede is maar één element van kansenongelijkheid. “We doen dit voor dat ene kind in interactie met die ene leerkracht, in dat ene klaslokaal, in die ene school, in die ene gemeente.”

Lees ook

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs