U bent hier

VO weer open: “Pas nu écht zien hoe het met leerlingen gaat”

Nu het voortgezet onderwijs weer gedeeltelijk open is, staat op veel scholen het mentorgesprek centraal. Zo ook op De Nieuwste School in Tilburg. Camiel Kamerling: “Ik heb samen met een collega ruim 100 havisten en vwo’ers onder mijn hoede. Zij hebben elk hun verhaal over afgelopen periode. Die wil ik al-le-maal horen.’’

Morgen ziet Kamerling zijn leerlingen voor het eerst sinds de lockdown weer in persona. “Vrijdag is eigenlijk mijn vrije dag. Ik heb dan altijd het co-ouderschap over mijn dochter. Maar het was zo’n puzzel voor de roostermakers om alles rond te krijgen op school dat ik gezegd heb: okay, ik switch wel. Daarnaast sta ik te pópelen om alle leerlingen weer face to face te zien. Dat heb ik enorm gemist. Dus ook daarom was ik bereid tot concessies.”

Fulltime mentor

Kamerling is fulltime mentor op de Nieuwste School. “Zo werkt dat bij ons. Als je mentor bent, geef je geen vakinhoudelijke lessen. De persoonsvorming en het sociaal/emotionele vinden wij heel belangrijk.” Daarbij is een grote rol voor de mentor weggelegd, legt hij uit, als brug tussen de leerling en leerkrachten. “Doordat leerlingen geen lessen van mij krijgen, en niet afhankelijk van mij zijn met betrekking tot cijfers, kan ik hen zo laagdrempelig mogelijk begeleiden. Zonder beoordelende rol, maar vanuit een vertrouwensrelatie.”

Samen met een collega hield hij afgelopen periode regelmatig online enquêtes onder leerlingen. “Zo hebben we er laatst nog een gehouden over wat ze ervan vonden dat de school weer opengaat. Bijna allemaal gaven ze aan graag weer te komen. Waarom? Dat is toch vooral vanwege het sociale aspect,” zegt Kamerling. “Ze willen hun klasgenoten en vrienden en vriendinnen weer zien en met hen chillen.”

Intekenen op vakken

Op De Nieuwste School zitten leerlingen sinds 2 juni weer een dag per week in de klas, de rest van de tijd blijft het onderwijs online. Ook de mentoren blijven deels nog op afstand coachen. “Het is bij ons logistiek onmogelijk om weer hele roosters te gaan draaien, zeker zo vlak voor de zomervakantie. Elke leerling krijgt een uur per week mentorlessen, de andere vier uur kunnen ze intekenen op vakken waar ze hulp bij willen.”  

Volgens hem kun je in z’n algemeenheid niet zeggen dat leerlingen wel of niet gedijen bij het afstandsonderwijs. “Dat verschilt echt per leerling. Er is een groep die het zelfs beter doet op deze manier, een andere groep redt zich prima, en nog een groep heeft het er simpelweg moeilijk mee.” De leerlingen die het nu juist goed doen, zijn niet persé de jongeren die het normaal gesproken op school ook goed doen, overigens. De mentor: “Dat is ook wel het opmerkelijke aan deze periode. Alles staat op z’n kop, veel schijnbare zekerheden en waarheden zijn weggevallen.” 

Onzekere leerlingen 

Zeker deze week met de herstart, waarbij persoonlijke ontmoetingen weer mogelijk zijn, is het contact met de mentor een must, meent Kamerling: “Juist nu in deze transitiefase is het belangrijk dat leerlingen een baken of vertrouwenspersoon hebben, waar ze hun verhaal aan kwijt kunnen. Maar ook iemand die hen juist even een schouderklopje geeft, gerust stelt of grenzen aangeeft. Vergis je niet hoe onzeker leerlingen kunnen zijn of ze genoeg gedaan hebben aan hun schoolwerk. Dat is nu allemaal veel onduidelijker. Sommigen van hen twijfelen daaraan en werken nu harder dan normaal bijvoorbeeld.” 

Afgelopen tijd had hij wekelijks contact met zijn leerlingen. En met een stuk of tien zelfs dagelijks. “Dat was nodig omdat zij de structuur van school en directe feedback of de groepsdynamiek te veel misten.” Nu de leerlingen weer naar school komen, denkt Kamerling pas écht te kunnen zien hoe het met hen gaat. “Eindelijk kan ik een leerling weer direct in de ogen kijken, de gezichtsuitdrukking zien, er naast gaan zitten. Dat non-verbale viel door de online en telefonische contacten grotendeels weg, terwijl communicatie daar wel voor tachtig procent uit bestaat. Vergis je niet!”

Informele contacten

Ook de informele contacten waren nog nauwelijks mogelijk. Zo was hij bijvoorbeeld gewend om elke dag op school een rondje door de aula te lopen. “Even een praatje met mijn leerlingen maken. Hoe gaat het met hen? Speelt er iets? Heeft iemand iets extra’s nodig? Dat soort contacten zijn heel waardevol op een school.” Oók in preventief opzicht, benadrukt de mentor. “Een puber van veertien zal niet snel naar je toe komen met de vraag: het gaat niet goed met me, help mij! Áls dat al gebeurt, is het eigenlijk al te ver gegaan. Als mentor wil je dat voor zijn.”

De mentorgesprekken kunnen komende tijd overal over gaan, zegt Kamerling. “Het is maar net wat op dat moment urgent is voor een leerling.” Sommigen zullen ook verdrietige verhalen hebben, weet hij al. “Tilburg was een van de Corona-brandhaarden. Leerlingen hebben opa’s en oma’s verloren. Ook daar zullen we het natuurlijk over hebben. En met een aantal zal het ook over de cijfers gaan. Ik sta natuurlijk ook in contact met hun docenten en heb het overzicht over alle vakken. Maar of leerlingen wel of niet overgaan, is niet iets dat we nu al aan de orde willen stellen. Dat komt later.” 

Brief aan zichzelf schrijven

Hij twijfelt er sowieso niet aan dat leerlingen veel geleerd hebben. Juist ook dingen die níet meetbaar zijn met een cijfer, zegt hij. “Denk aan aanpassend -, en incasseringsvermogen en aan communicatievaardigheden. Allemaal skills waar deze periode een beroep op werd gedaan doordat alles anders liep dan verwacht.” 

Een van de opdrachten die hij zijn leerlingen recent gaf, was een brief aan zichzelf te schrijven over de lockdown. “De vraag was: maak een foto van je werkplek. En zet op papier hoe je je voelt, hoe het met je gaat, wat je bezighoudt, en wat je zou willen meenemen uit deze periode.” De reacties van sommige leerlingen waren kenmerkend voor het huidige Westerse tijdsframe, zegt Kamerling. “Het eerste wat ze vroegen is of het voor een cijfer was.” Lachend: tja, dat is de prestatiemaatschappij waar we met z’n allen in zitten.. Maar dan zei ik: nee, het is voor jou zélf, om te reflecteren op wie jij bent. Dat is uiteindelijk veel belangrijker dan scoren.” Het is toch wel een van de belangrijkste dingen die hij hen probeert mee te geven. “Dat je waarde niet bepaald wordt door hoe hard je presteert of je status. Hopelijk helpt deze periode hen daar ook bij. Dat zou grote winst zijn.”

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs