U bent hier

Verus niet akkoord met nieuwe onderzoekskaders inspectie

De onderwijsinspectie werkt aan nieuwe onderzoekskaders die per 2 juli in werking moeten treden. Vooraf worden deze voorgelegd aan het veld. Verus vindt dat de inspectie in deze kaders meer dan alleen technische wijzigingen heeft aangebracht. Het gaat volgens ons ook om echt inhoudelijke wijzigingen.

Ons bezwaar is dat het heldere onderscheid tussen de controlerende en de stimulerende taak van de inspectie, zoals dat door de Wet Bisschop, Van Meenen en Rog wordt geëist, aan het vervagen is.

Verus heeft hierover met de inspectie van gedachten gewisseld, maar is uiteindelijk niet akkoord gegaan met deze nieuwe kaders.

Het gaat om twee zaken.

  1. De waardering goed. In het voorgestelde onderzoekskader wordt het mogelijk om een waardering ‘goed’ te krijgen door op overtuigende wijze te voldoen aan (eigen) aspecten van kwaliteit.
    De inspectie lichtte desgevraagd toe dat door eigen tussen haakjes te plaatsen, zij de inspanning van scholen wil belonen die heel goed zijn in het realiseren van een standaard, maar dit blijkbaar niet op een eigen manier doen.
    Het klinkt sympathiek, maar druist wel in tegen de manier waarop volgens Verus gekeken moet worden naar de toezichthoudende en stimulerende rol van de inspectie. Die zou strikt gescheiden moeten zijn.
    Het onderzoekskader wijkt daarmee af van de manier waarop hierover in de beide Kamers is gesproken bij de behandeling van het wetsvoorstel Bisschop, Van Meenen en Rog. Ook wijkt dit af van de toelichting die in de kaders zelf staat: “Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur/de school voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor de waardering ‘goed’ worden de eigen aspecten van kwaliteit als volgt bij de oordeelsvorming betrokken.”
    Verus vindt dat de waardering ‘goed’ alleen verkregen kan worden op basis van ‘eigen aspecten van kwaliteit’.
     
  2. Het tweede bezwaar betreft het kwaliteitsgebied Financieel Beheer (FB). Het betreft de voetnoot bij de normering van het kwaliteitsgebied Financieel Beheer waar staat dat de inspectie geen oordeel (= controlerende taak) geeft over de financiële doelmatigheid, tenzij zwaarwegende bevindingen (= stimulerende taak) moeten leiden tot het oordeel onvoldoende.
    Hier lijkt de stimulerende taak een voedingsbron te zijn voor de controlerende taak. Voor schoolbesturen is niet duidelijk welke normen de Inspectie hanteert, noch is duidelijk op welke grondslag de Inspectie zich baseert voor haar handelen.
PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs