U bent hier

Versterking bestuurskracht: de Eerste Kamer gaat vóór stemmen

De Eerste Kamer staat in meerderheid positief tegenover het wetsvoorstel Versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen. Half februari nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel al met zeer ruime meerderheid aan. Maar dat gebeurde pas na dat het wetsvoorstel op vele plaatsen door Kamerleden geamendeerd was.

Dat ook de Senaat positief staat tegenover het (geamendeerde) wetsvoorstel bleek dinsdag tijdens het plenaire debat met minister Bussemaker. De afgelopen weken beantwoordden de minister en staatssecretaris Sander Dekker in een schriftelijke ronde al vragen en nadere vragen van verschillende Senaatsfracties.

Medezeggenschap 

In het debat wezen verschillende Eerste Kamerleden erop dat er voor versterking van de bestuurskracht meer nodig is dan de voorliggende wet, namelijk een juiste cultuur. Zowel Alexander Rinnooy Kan (D66) als Ruard Ganzevoort (GroenLinks) benadrukten daarnaast dat onderwijsinstellingen gemeenschappen zijn. 

Rinnooy Kan vond dat het in het wetsvoorstel te veel over “tegenspraak” gaat en dat er sprake is van regelgeving op de millimeter. Hij hoopte juist dat de medezeggenschap tijdig de gelegenheid krijgt om met het bestuur mee te denken in plaats van dat zij achteraf een plan mag beoordelen. De D66-vertegenwoordiger stelde de vraag of de formele structuur zoals die met het wetsvoorstel wordt geregeld wel maximaal bijdraagt aan de gewenste cultuur. 

Ganzevoort onderstreepte het belang van informele medezeggenschap waarmee gebouwd kan worden aan draagvlak. De formele medezeggenschap zag hij als sluitstuk van die informele medezeggenschap. Hij vroeg of de huidige vorm van medezeggenschap wel toekomstbestendig is en of er geen proeftuinen moeten komen met nieuwe vormen. Rinnooy Kan voelde er wel voor om na te denken over “andere filosofieën van medezeggenschap”.

Tegenspraak met vertrouwen

Minister Bussemaker beaamde het belang van de juiste cultuur om te komen tot de gewenste dialoog. Een goede structuur, zoals beoogd met de wet, kan volgens haar helpen om te komen tot het goede gesprek. 

En tegenspraak is wat de minister betreft zeker niet demonstreren en per definitie ‘nee’ zeggen. Maar wel met elkaar in discussie zijn en met elkaar vanuit verschillende perspectieven bekijken hoe tot zo goed mogelijk onderwijs gekomen kan worden. Vertrouwen en transparantie zijn daarbij belangrijk. 

De bewindsvrouw had geen behoefte aan een fundamentele verandering van het governancemodel. Ze zegde wel toe in een brief op een rijtje te zetten wat er op dit moment allemaal gebeurt op het gebied van de ontwikkeling van de medezeggenschap en of daar nog verdere ideeën over bestaan, ook buiten Nederland. Ook beloofde ze overleg te zullen voeren met de studentenbonden over het opnemen van ontwikkelingen van andere en informele vormen van medezeggenschap in de lopende medezeggenschapsmonitor.

Prestatieafspraken en verantwoording

Rinooy Kan zei het wetsvoorstel te zien als pleidooi voor horizontale verantwoording. Wat hem betreft neemt de nadruk op prestatieafspraken als vorm van verticale verantwoording af. Over de verhouding tussen horizontale en verticale verantwoording wilde de minister verder praten bij de evaluatie van de huidige prestatieafspraken. Overigens gaf Jan Anthonie Bruijn (VVD) alvast aan dat hij verwachtte dat de prestatieafspraken in de toekomst uitgebreid zullen worden.

Instemmingsrecht voor de MR

De VVD-er wilde net als zijn PvdA-collega Jopie Nooren weten wat er met de hoofdlijnen van de begroting wordt bedoeld, nu het wetsvoorstel de medezeggenschap in het MBO daarop instemmingsrecht geeft. Deze worden nu verschillend geïnterpreteerd. Volgens Bussemaker hebben de hoofdlijnen in ieder geval betrekking op de beleidsterreinen onderwijs, onderzoek, huisvesting, beheer, investeringen en personeel. De precieze invulling is aan de individuele instellingen die daarbij van elkaar kunnen leren. 

De bewindsvrouw zegde toe studenten, hogescholen en universiteiten op te roepen om over dit thema met elkaar in gesprek te gaan. Naar aanleiding van een vraag van Peter Schalk (SGP) gaf ze aan dat er met betrekking tot het instemmingsrecht op de begroting in het primair en voortgezet onderwijs nog veel denkwerk en overleg nodig zijn. De bedoeling is om nog voor het einde van dit jaar een wetsvoorstel in te dienen. Op dit moment loopt daarover een Internetconsultatie. Verus heeft hier overigens kritisch op gereageerd.

Pleit voor bestuurdersregister

In de schriftelijke ronde vroeg de VVD al of het wetsvoorstel de bestuurskracht wel voldoende versterkt. In het debat uitte Bruijn op dit punt nogmaals zijn zorgen. Hij pleitte in het kader van professionalisering voor een beroepsstandaard met een bijbehorend register voor professionele bestuurders en toezichthouders, zoals die bijvoorbeeld er ook aankomen voor docenten. 

Minister Bussemaker vond dit een interessant idee, maar had nog wel vragen over de eenduidigheid van de eisen die je aan bestuurders en toezichthouders kunt stellen. Ze voelde niet voor uniformering en benadrukte dat er op het terrein van professionalisering al veel gebeurt. De bewindsvrouw zegde toe met het veld te zullen bespreken hoe de kwaliteitsborging voor genoemde functionarissen beter kan worden vormgegeven. Er komt hierover een brief. Op verzoek van Maria Martens (CDA) zal hierin ook aandacht worden besteed aan de professionalisering van de medezeggenschap. 

Gaat het wel om bestuurskracht?

Martens zag een aantal goede dingen in het wetsvoorstel, maar vroeg zich af of er toch niet sprake was van een regelreflex. Ze constateerde dat niet de verbetering van de onderwijskwaliteit centraal staat, maar het organiseren van tegenspraak, met name van studenten. Gaat het wel om het versterken van de bestuurskracht, of is de inzet maximalisatie van de medezeggenschap? 

Martens hekelde het “zwarte” beeld van bestuurders en het “rooskleurige” beeld van studenten dat het wetsvoorstel volgens haar oproept. Verder constateerde ze dat de regels voor alle instellingen gaan gelden, terwijl volgens haar een gerichte aanpak mogelijk beter is. De minister ontkende dat het wetsvoorstel een reflex is in reactie op een aantal recente incidenten. Wat haar betreft is het een stimulans om te komen tot het goede gesprek en tot ethiek in de instellingen.

Verantwoordelijkheden lopen door elkaar

Schalk was namens de SGP een van de meest kritische sprekers tijdens het debat. Hij vond dat door het wetsvoorstel verantwoordelijkheden door elkaar gaan lopen en de medezeggenschap een te zware rol krijgt toegekend. Hij wees ook op kleine onbezoldigde besturen in het primair onderwijs die benoemd worden door de algemene ledenvergadering. Wat hem betreft gaat het adviesrecht voor de mr bij bestuursbenoemingen niet voor deze categorie besturen gelden. 

Mirjam Bikker (ChristenUnie) was iets minder kritisch. Hoewel zij op de meeste maatregelen niet veel tegen had, verwachtte zij er ook niet veel van. De cultuur in de instellingen is volgens haar belangrijker. Het wetsvoorstel verhoogt vooral de regeldruk. Bikker maakte een vergelijkbaar punt als Schalk, toen zij wees op de grote verschillen tussen schoolbesturen. De wet is echter uniform. Bikker pleitte voor meer maatwerk. Bussemaker ging hierin niet mee. Het adviesrecht bij bestuursbenoemingen (en ontslag) geldt ook voor kleine, onbezoldigde besturen. De minister merkte wel op dat er ruimte is om af te wijken van het mr-advies, mits goed beargumenteerd.

Compleet democratische universiteit

Volgens Schalk kwam in het oorspronkelijke, nog niet geamendeerde wetsvoorstel, de medezeggenschap beter tot zijn recht. Dit was Arda Gerkens (SP) totaal niet met hem eens. Zij vond het wetsvoorstel in eerste instantie veel te mager. De amendementen vanuit de Tweede Kamer hebben het wat haar betreft verbeterd, al had het nog veel verder gekund. Zo zou de medezeggenschap wat haar betreft bijvoorbeeld ook instemmingsrecht op de vergoedingen van bestuurders moeten hebben. 

Verder zou ze een experiment met een “compleet democratische universiteit” erg interessant vinden. Wat Bussemaker betreft kan zo’n experiment, want de wet stelt slechts minimumnormen. Wel benadrukte ze dat er over zo’n experiment goed moet worden nagedacht.

Gebrek aan mentaliteit

Net als de SGP was ook de PVV ronduit kritisch over het wetsvoorstel (beide partijen stemden in de Tweede Kamer tegen). Volgens Alexander Kops (PVV) is er in het onderwijs geen gebrek aan medezeggenschap, maar gebrek aan mentaliteit. Wat zijn partij betreft worden bestuurders bij wanbeleid hoofdelijk aansprakelijk gesteld. Het wetsvoorstel vond Kops een wassen neus.

Meerderheid voor

Ondanks deze kritische noot zal het wetsvoorstel het wel gaan halen. Want de senatoren van CDA, D66, VVD, SP en GroenLinks gaven aan het slot van het debat al aan hun fractie positief te zullen adviseren over de stemming. Ongetwijfeld sluit ook de PvdA zich hierbij aan. Al met al een grote meerderheid. De stemming vindt volgende week dinsdag plaats.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs