U bent hier

Veel waardering voor wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen. Maar hoe groot de behoefte is, moet gaan blijken

De Tweede Kamer hoorde tijdens een rondetafelgesprek vanochtend allerhande betrokkenen over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen. Ook Verus schoof aan. Wij zien dat het wetsvoorstel aanmerkelijk verbeterd is ten aanzien van oudere versies. Er klonk aan tafel ook kritiek: op de toetsing vooraf, de behoeftemeting en segregatie.

In het wetsvoorstel blijft het richtingbegrip ten volle bestaan, maar deze verdwijnt bij de stichtingssystematiek. Kortom: bestaande scholen blijven hun richting behouden, nieuwe scholen mogen gesticht worden op basis van een pedagogisch concept én godsdienst of levensbeschouwing.

Namens Verus schoof Cor Clarijs aan bij de Tweede Kamerleden. Verus is in de afgelopen jaren steeds zeer kritisch, ja zelfs negatief, geweest op de voorstellen die onder de noemer Meer ruimte voor nieuwe scholen naar de Kamer zijn gestuurd. Wij waren en zijn van mening dat heel veel scholen meebewegen met de ontwikkelingen in de samenleving en rekening houden met de wensen van ouders.

In het nieuwste wetsvoorstel is aan een groot deel van onze bezwaren tegemoet gekomen. Maar nog steeds vragen wij ons af hoe groot de maatschappelijke behoefte nu daadwerkelijk is om het huidige stelsel te veranderen. Maar we zien ook dat de politieke behoefte er in ieder geval wel is, kijkend naar het regeerakkoord. Lees hier Verus’ position paper.

Tijdens de vier rondes waarin het rondetafelgesprek was opgedeeld, klonk opmerkelijk veel waardering voor het voorstel. Maar er is nog kritiek, met name op deze punten:

  1. De toetsing vooraf. De inspectie toetst een nog op te richten school. Aanwezigen spraken over een papieren tijger. De inspectie beschikt immers alleen over instrumenten, bestemd om een draaiende school te toetsen. De hoogleraren onderwijsrecht die zich vandaag uitspraken zijn niet principieel tegen toetsing vooraf, mits je een goede methodiek weet te vinden. Dat is de huidige set van eisen niet.
  2. Behoeftemeting. Die kan plaatsvinden via ouderverklaringen óf een marktonderzoek. De eerste heeft als nadeel dat er zeker twee jaar zit tussen het moment dat de ouders aangeven geïnteresseerd te zijn in een nieuwe school en het moment dat die er staat. Gaan ze hun kind er dan nog heen sturen? En marktonderzoeken zijn kostbaar. Daarmee kan onbedoeld een drempel worden opgeworpen, waarschuwden deelnemers aan het rondetafelgesprek.   
    Wij pleiten voor regionale samenwerking. Om leegstand te voorkomen in schoolgebouwen, maar ook om wildgroei te voorkomen moeten initiatiefnemers eerst bij bestaande scholen peilen of er ruimte is voor hun idee.
  3. Segregatie. Een risico in de nieuwe situatie is dat gesegregeerde scholen ontstaan. Want wat als de ouders van de lokale hockeyclub besluiten een school te stichten? Ook werd gewezen op het risico van commerciële clubs die de markt overnemen. Hoogleraar Onderwijsrecht Miek Laemers wees erop dat niet deze wet, maar bijvoorbeeld het nieuwe wetsvoorstel voor Burgerschap segregatie moet tegengaan.
  4. Hoge stichtingsnormen. Die zijn er uiteraard om wildgroei aan scholen te voorkomen. Maar er zijn nu eenmaal scholen die graag klein willen blijven, en straks bij de start geconfronteerd worden met een stichtingsnorm van 200 leerlingen of meer.
PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs