U bent hier

Veel onwetendheid over praktijkonderwijs

Het gros van de scholieren gaat na de opleiding aan het werk. De meesten gaan aan de slag bij een sociale werkplaats. Ho eens even, dacht Martijn van Elteren toen hij dit artikel in het AD las. De leerlingen van PrO De Baander in Amersfoort zijn succesvol op de reguliere arbeidsmarkt en behalen mooie resultaten binnen het mbo. “Praktijkonderwijs moet landelijk veel meer bekendheid krijgen.”

Deze maand besloot minister Slob dat het praktijkonderwijs een eigen schooldiploma krijgt. Een erkenning waar scholen voor Praktijkonderwijs heel blij mee zijn. Nu gaven veel scholen hun leerlingen al schoolcertificaten. Maar zonder landelijke erkenning.

Naar een baan of het mbo

Het praktijkonderwijs is met 30.000 leerlingen dan ook een vrij onbekende schoolsoort. Maar wel een die volop in beweging is. “Van ‘Ik ben allang blij dat mijn kind naar school gaat’, naar een goede voorbereiding op de maatschappij”, illustreert directeur-bestuurder Van Elteren. Zijn leerlingen zijn tussen de 12 en 18 jaar oud. “Het praktijkonderwijs leidt leerlingen op tot zelfstandige burgers in de maatschappij. Ze vertrekken van onze school naar een baan of het mbo. Daar hoort een wettelijk erkend diploma bij.”

Uit onderzoek blijkt dat een jaar na het verlaten van de praktijkschool 60% van de leerlingen een baan heeft en 40% naar het mbo gaat. “Een heel klein gedeelte gaat naar een beschutte werkplek”, weet Van Elteren, “terwijl het AD deed alsof dat onze opdracht is.” Hij schreef de krant. Maar die publiceerde zijn reactie niet.

Nog jarenlang contact

De Baander volgt oud-leerlingen nog twee jaar. Ze belt ze, spreekt af. En elke maandagavond is de school open voor oud-leerlingen. Dat doet De Baander vanuit eigen middelen. “Drie van mijn collega’s zitten dan hier. Er komen vaak tussen de 20 en 30 oud-leerlingen binnen. En daar zitten er ook bij van in de dertig. We helpen ze weer verder de maatschappij in door bijvoorbeeld sollicitatietraining, iets voor te bereiden, samen uit te zoeken.”

Na hun 18e geen recht meer

Na hun 18e hebben deze leerlingen geen recht meer op praktijkonderwijs, een enkele uitzondering daar gelaten. “Dat is natuurlijk best een gekke constatering: dat we een vrij kwetsbare leerling op z’n 18e loslaten. Daarom begeleiden wij onze leerlingen nog op hun werkplek en hebben we ook een nauwe samenwerking met het mbo.”

Werkgevers staan om zijn leerlingen te springen. Zeker degenen die techniek/ bouw doen. van Elteren: “De gemiddelde pro-leerling is een heel gemotiveerde kracht, die je graag in je bedrijf wilt hebben.”

Onbekend maakt onbemind

Het diploma is een grote stap in de goede richting, maar de directeur-bestuurder constateert dat er nog weinig erkenning is voor het praktijkonderwijs. “Het is ook onbekend. We nodigen ib’ers en groep 8-leraren uit om te komen kijken. Ouders zeggen aan de voorkant: ‘Oh, moet mijn kind daarheen?’ maar als ze eenmaal binnen zijn, zijn ze stuk voor stuk enthousiast en hebben hun kinderen een lach op hun gezicht.”

VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs