U bent hier

Vanuit aandachtige betrokkenheid lesgeven: kleine interacties die veel in beweging brengen

Als je als leraar voor de klas staat, waar gaat je aandacht dan naar uit? Lisette Bastiaansen gaat in haar proefschrift Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding dieper in op de relationele kant van het een jong mens op eigen benen staand in de wereld brengen. ‘’Aandachtige betrokkenheid zit ‘m in een basishouding: ontvangen, werkelijk aanwezig zijn, vanuit geduld meedragen en uitdagen naar de toekomst toe.’’

Lisette Bastiaansen werkte jarenlang als docent en studieloopbaanbegeleider bij HBO-instelling Fontys. Vanuit haar ervaringen kwam ze op het idee om een masteropleiding pedagogiek te gaan volgen. ‘’In de klas heb je altijd kinderen met wie het niet goed gaat. Zo was er een leerlinge met een moeilijke thuissituatie. Zij liep vast in de opleiding. Ik vroeg me af of en hoe we haar als school konden en moesten helpen, hoe en waarbij we aandachtig betrokken konden en moesten zijn. Dit was de derde opleiding die ze probeerde. We konden haar toch niet gewoon óók weer op straat zetten? Wat mij betreft hebben we als school een opdracht hier. Een opdracht om haar te leren om op eigen benen in de wereld te kunnen (be)staan, los van haar familie, haar geschiedenis en thuissituatie. Om haar te ‘leren’ dus om zelf iemand te zijn.''

''Ik besloot de masteropleiding pedagogiek bij de HAN te volgen met de vraag in mijn achterhoofd: Wat staat je te doen als leraar bij dat op eigen-benen-in-de-wereld-brengen van jonge mensen en waar gaat je aandacht en betrokkenheid dan naar uit? Je wil geen therapeut zijn, maar wel leraar. Er was nog te weinig beschreven hoe dit relationeel in zijn werk gaat en wat hierbij komt kijken. Want als jij een kind ‘ziet’, waar kijk je dan naar? En zie je dan het zelfde als ik?’’

En zo werd het thema voor haar proefschrift geboren. Er was al wel veel onderzocht en geschreven over de instrumentele kant van de relatie tussen leraar en leerling. Bijvoorbeeld over hoe een goede relatie bijdraagt aan het verbeteren van de prestaties, maar veel minder over de pedagogisch-relationele kant ervan. ‘’Dus de kwestie van het op eigen benen laten staan van een jong mens in de wereld, in relatie tot anderen en wat daar relationeel bij komt kijken. Dat was nog nauwelijks onderzocht. Bij het pedagogisch-relationele handelen van leraren gaat het in essentie over het uitnodigen, uitdagen en verleiden van leerlingen om op een volwassen manier om te gaan met hun eigen vrijheid. Hoe dóe je dat? Wat vraagt dat in relationele zin van een leraar en van een school? En wat zou het kunnen brengen?’’

Grote verantwoordelijkheid

Bastiaansen is van mening dat leerkrachten en docenten een grote pedagogische verantwoordelijkheid met zich meedragen om kinderen als mens in de wereld goed terecht te laten komen. Toch is de pedagogisch-relationele kant volgens haar lang niet altijd een gespreksonderwerp. ‘De nadruk ligt toch vaak bij de vraag of de prestaties van kinderen op peil zijn, wat er didactisch kan verbeteren en of het klassenmanagement op orde is. Terwijl het wel mensenkinderen zijn die daar rondlopen. Mensenkinderen die een eigen leven te leiden hebben, die als ‘zelf’ de wereld in mogen en moeten. Hoe gaan we daar met z’n allen mee om?’’

Bastiaansen doorgrondde meerdere pedagogen, dook in de zorg-ethische theorie van presentie van Andries Baart en kwam uiteindelijk tot een eigen theorie die pedagogische georiënteerde ‘aandachtige betrokkenheid’ in drie aandachtsbewegingen beschrijft.

  • Aandachtig zijn, wat ze beschrijft als een ‘binnenkomende beweging’ en wat draait om de ander werkelijk ontvangen.
  • Aanwezig zijn, wat een primair innerlijke aandachtsbeweging is die draait om wakker in het hier en nu zijn.
  • Betrokken zijn, wat ze beschrijft als een uitgaande aandachtsbeweging die draait om het bijdragen en meedragen aan het volwassen-op-eigen-benen leren staan.

Om te onderzoeken hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ er in de dagelijkse onderwijspraktijk uitziet, besloot Bastiaansen zelf aandachtig betrokken de praktijk in te duiken. Ze liep op vijftien verschillende scholen in het PO en VO mee met leraren, leerlingen en leidinggevenden en schreef daarover vijftien portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. Dat ook leidinggevenden een plek kregen in haar onderzoek is een bewuste keuze, want bij ‘aandachtige betrokkenheid’ hangt alles met alles samen.

‘’Als jij een leidinggevende hebt die niet aandachtig betrokken bij jou als leraar is, dan wordt dat ook zichtbaar in de klas. Er zijn heel veel leraren die buiten iedere dag opnieuw hun leerling als mens weer ontmoeten. Maar er moet wel support vanuit de leidinggevende zijn. Met tijd, ruimte en mogelijkheden om, als je dat aandachtig betrokken zijn nog niet je vingers hebt, om je in pedagogische zin verder in te ontwikkelen.’’

Kleine kruimeltjes

Het valt of staat dus met de leraar die tijd en ruimte voor zo’n werkelijke van-mens-tot-mens-ontmoeting wil maken, die kan balanceren tussen de verschillende aandachtsbewegingen, die het lesprogramma af en toe los durft te laten en die de moed heeft om buiten de beheersingslijntjes te kleuren. Maar hoe krijgt die aandachtig betrokken grondhouding dan vorm in de klas? Daar blijken absoluut geen extra les of aparte coachings- en gespreksuren voor nodig. ‘’Ik heb het over alledaagse aandachtsgeleiders. Werkelijke aandacht en betrokkenheid vraagt niet om het inrichten van speciale coachingsuren of iets dergelijks. Het kan gewoon via de lesinhoud lopen, via een goed diepgaand gesprek bijvoorbeeld. Het gaat eigenlijk over kleine momentjes, vaak haast onzichtbare mini-manifestaties van aandacht, die op het eerste oog niet opvallen. Ik noem het kleine kruimeltjes: ze zijn bijna niet zichtbaar en tegelijk onmisbaar. Dat kan zitten in een klein contactmoment op de gang, een kort gesprek over iemand’s hobby of een aai over je bol.''

Lichaamshouding en klanken

Aandacht en betrokkenheid tonen zich behalve via kruimeltjes ook in de lichaamshouding en de klankkleur van een stem, stelt Bastiaansen. ‘Wat bijna magisch is, is dat iemands stem tegelijkertijd zowel iets uitnodigends ontvangends als duidelijk begrenzend in zich lijkt te kunnen herbergen. Precies die vorm van ‘all-in-one aandacht’ is pedagogisch: zowel liefdevol als schurend, zowel de leerling uitnodigen om als mens tevoorschijn te komen, als tegelijkertijd die omlijste ruimte ook begrenzen. Zowel afstand hebben als dichtbij zijn. Heel bijzonder.''

Een mooi voorbeeld is volgens Bastiaansen een les waarin een jongen naar het toilet moest en nadat hij zijn vinger opstak zei: 'Ik heb teveel Smintjes gegeten'. Bastiaansen: ‘’Heel de klas barstte in lachen uit. Ik ook. Vervolgens volgde er een fantastisch pedagogisch moment. De leraar liet heel even een stilte vallen, waarna hij haast onopvallend, liefdevol maar tegelijk ook enorm schurend zei: ‘Ik heb ook weleens te veel Smintjes gegeten'. Iedereen in de klas voelde zich daar door aangesproken, ervoer dat het lachen om die jongen eigenlijk een (on)volwassen reactie was. Ik ook. Het door die leraar uitgesproken zinnetje, en de er aan voorafgaande korte pauze, stelden zo op het eerste oog niets voor. En toch werd er juist via dat kruimeltje van aandacht en betrokkenheid een duidelijk appel op onze volwassenheid gedaan.''

Ogen in de rug

Een ander voorbeeld betreft een VMBO-school, waar Bastiaansen mee liep met de docente beeldende vorming. Ook daar deed zich een mooi pedagogisch moment voor op het moment dat twee jongens elkaar met duct-tape te lijf gingen. Bastiaansen: ‘'Twee jongens waren aan het klieren met duct-tape. Op een gegeven moment waren ze elkaar bijna aan het wurgen ermee. Duct-tape om de nek, het werd steeds spannender. Ik zag alles gebeuren en voelde de spanning in mijn eigen lijf toenemen. De docente die met de rug naar beide leerlingen toe zat, zag, zo leek het, niets. Maar je kent het gezegde: goede leraren hebben ogen in de rug. Hoe ze het voelde of gewaarwerd, ik weet het niet, maar op het moment dat het uit de hand liep, draaide ze zich om en zei tegen beide jongens: ‘Of je vraagt nu verkering aan elkaar of je stopt ermee: want wat jullie aan het doen zijn, dat kan niet’. Ook hier zie je een combinatie van liefde, stilte en toch ook pedagogische wrijving. Beide jongens werden als mens niet afgewezen, kregen de kans om zonder uit de relatie te stappen zich te herpakken, en wisten tegelijk heel goed hoe laat het was.’’

Bastiaansen wijst erop dat ‘aandachtige betrokkenheid’ niet is af te dwingen. Niet in organisatievormen, niet door het vast te leggen in visies of missies, maar ook niet in het individuele handelen van leraren. ‘’Ik maakte ook lessen mee van een leraar die met zijn ziel en zaligheid liefdevol aandachtig betrokken aanwezig wilde zijn bij leerlingen, maar hij was zo hard aan het proberen dat het gekunsteld overkwam en dat hij niet meer met lijf en leden in het hier en nu was. Daar gaat het namelijk over: over het werkelijk met lijf en leden aanwezig willen, durven en kunnen zijn. Dat gaat over ontvangen en over afstemmen op je binnenste en van daaruit op de wereld. Dat kun je niet afdwingen, wel oefenen. Alleen een leraar die werkelijk aanwezig is, nodigt leerlingen uit om ook tot aanwezigheid te komen.''

Blijven oefenen

Wil aandachtige betrokkenheid gestalte krijgen dan ‘moeten’ we, volgens Bastiaansen, vanuit die aanwezigheid juist wegblijven bij het proberen om mensen in vakjes of hokjes te stoppen. Juist het uitstellen van een oordeel en het afwezig laten zijn van de eigen belangen, maakt een werkelijke ontmoeting mogelijk. ‘’Het gaat erom vanuit een ontvangende aandachtigheid en werkelijke aanwezigheid te beseffen dat een kind mag oefenen. Hij hoeft nog niet alles te kunnen. Hij hoeft nog niet als volwassene in de wereld te staan. School is als het goed is een plek waar je iedere dag opnieuw mag proberen, waar je iedere dag een nieuwe kans krijgt.''

En dat blijven oefenen, dat steeds opnieuw samen weer op zoek gaan naar gezamenlijk gedragen ‘aandachtige betrokkenheid’ geldt ook voor leraren en leidinggevenden. Bastiaansen werd recent door een school benaderd met de vraag: kun je ons helpen, we zijn de kinderen en elkaar kwijt. De school had het idee dat corona de verhoudingen en het elkaar onderling ontmoeten flink had verstoord. Ze wilden tijd inruimen om opnieuw met elkaar in plaats van naast elkaar op weg te gaan. ‘’Het mooiste wat ik daaraan vond, is dat deze bestuurder dit zelf opmerkte. Beseffend hoeveel druk en werk er op de schouders van leraren ligt om alle zogezegde corona-achterstanden weg te werken, wilde hij toch tijd maken om opnieuw op elkaar af te stemmen, om elkaar opnieuw te ontmoeten. Hij kwam zelf ook met een mooi idee dat ze daarbij bijvoorbeeld met elkaar door de school konden wandelen, om voelen en ervaren hoe aandachtig betrokken de school wel of niet is ingericht. Een gebouw spreekt namelijk ook boekdelen: de inrichting van een lokaal, of het uitnodigend en opgeruimd is, staan er verse bloemen en staan de deuren voor elkaar open? Dat is ook al een prachtig stukje aandachtige betrokkenheid in kruimelvorm.’’

Portret en boek

Op 18 mei a.s. organiseren de HAN masteropleiding pedagogiek, NIVOZ, LOEPP en Lisette Bastiaansen een symposium, waarbij allerlei doe- en ervaarworkshops rondom aandachtige betrokkenheid centraal staan. Aanmelden kan vanaf 15 maart via de HAN. De prijs is voor niet-studenten 70 euro, voor studenten 40 euro. Bij dit bedrag zit naast toegang tot het symposium het boek ‘Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’ inbegrepen, evenals koffie, thee en een gezamenlijke borrel achteraf.

Het boek ‘Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’ is eveneens voor €32,50 te bestellen onder ISBN: 9789044138542. Om je alvast een voorproefje te geven van wat je in dit boek kunt verwachten, kun je hieronder het portret van docente Anja downloaden. Anja werkt als docente beeldende vorming op een school voor vmbo-kader en vmbo-tl.

Download portret

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs