U bent hier

Uitgaven voor onderwijs blijven onder gemiddelde Oeso

Nederland zit wat uitgaven voor onderwijs betreft internationaal nog altijd onder het gemiddelde van de rijke westerse landen, verenigd in de Oeso. Uitgedrukt in een percentage van het bruto nationaal product (bnp) scoort Nederland 5,6%, het Oeso gemiddelde is 5,7%. België staat op een percentage van 6%. Voor Nederland betekent eentiende procent méér ongeveer een half miljard euro aan uitgaven.

Nederland zit wat uitgaven voor onderwijs betreft internationaal nog altijd onder het gemiddelde van de rijke westerse landen, verenigd in de Oeso. Uitgedrukt in een percentage van het bruto nationaal product (bnp) scoort Nederland 5,6%, het Oeso gemiddelde is 5,7%. België staat op een percentage van 6%. Voor Nederland betekent eentiende procent méér ongeveer een half miljard euro aan uitgaven.

Dat blijkt uit editie 2009 van Education at a Glance, de jaarlijkse vergelijking van de onderwijsstelsels van dertig landen die zijn aangesloten bij de organisatie Oeso. De vergelijking wordt gemaakt aan de hand van een groot aantal statistische gegevens uit 2007 of eerder en heeft onder meer betrekking op de prestaties van leerlingen, de ratio docent-leerling, het aantal uren dat een docent lesgeeft, de hoogte van salarissen en dus ook de uitgaven voor onderwijs.

Bij de vergelijking van uitgaven in relatie tot het bnp gaat het zowel om budgetten van de overheid, als om private uitgaven. Bij dat laatste betreft het in Nederland vooral uitgaven van werkgevers in het (secundair) beroepsonderwijs. Absolute koploper zijn de Verenigde Staten met een percentage van ruim 7%. Dan volgen Denemarken (bijna 7%), België (6%), Frankrijk (bijna 6%), Finland (idem), het Verenigd Koninkrijk (5,8%) en Nederland (5,6%). Duitsland staat op 4,7% en Japan op 4,5%. In 1975 zat Nederland op een percentage van 8% en tien jaar later op 6,5%.

Uit Education at a Glance komt ook naar voren dat vanaf 1995 wel een steeds groter aandeel van de totale overheidsuitgaven naar onderwijs is gegaan. Lag dat percentage in 1995 nog op 9,1%, elf jaar later was dit 12,1%. Maar ook hier is het percentage lager dan het gemiddelde van de Oeso-landen (13,3%).

Ook gemeten naar de uitgaven per leerling in het primair onderwijs blijft Nederland licht achter: 5800 euro (Oeso 5900 euro). In het voortgezet onderwijs en het mbo verslaat Nederland wel ruim het Oeso-gemiddelde.

In voorgaande jaren kwam uit het Oeso-rapport naar voren dat Nederlandse docenten in vergelijking met veel andere anderen veel uren lesgeven en ook meer leerlingen onder hun hoede hebben. Aan die situatie is niets veranderd. Daar staat tegenover dat de salarissen van leraren in Nederland ook boven het Oeso-gemiddelde liggen.

>>Samenvatting van het Oeso-rapport

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs