U bent hier

Tweetalig onderwijs: sterker de wereld in

Het is meer dan een tweede taal. Het is global awareness: “Je neemt de tweede taal om een soort bewustwording te creëren.” Directeur Conny van Egmond van de Amsterdamse Visserschool wil dat haar kinderen “met goedgevulde rugzakken vol kennis en vaardigheden de maatschappij ingaan”. Gisteren werd bekend dat de Visserschool één van de 12 deelnemers is aan de pilot tweetalig basisonderwijs.

12 Nederlandse basisscholen starten komend schooljaar met volledig tweetalig onderwijs. Jonge leerlingen krijgen er vanaf de kleuterschool maximaal de helft van hun lestijd instructie in het Engels.

Engels en discipline 
De Visserschool was op zoek naar een nieuw concept, ze wilde een boost. “De wereld wordt sneller”, weet Van Egmond. “En steeds meer gaat in het Engels.” Toen ouders ook vroegen om tweetalig onderwijs was Van Egmond om. Ze bezocht internationale scholen om zich te oriënteren.

“Ik was zó onder de indruk van het Engels dat de kinderen spraken. Maar ook van de andere manier van werken, van de discipline. Ik zag een gouden kans voor onze school. Die moesten we pakken.”

Sterker de wereld in
Maar het is niet alleen een kans voor de school, tweetalig onderwijs is vooral een kans voor de leerlingen. Global awareness, dat krijgen ze mee. Goedgevulde rugzakken vol kennis en vaardigheden waarmee ze het voortgezet onderwijs, de maatschappij, andere landen in kunnen. “Ik geloof dat ze beter leren omgaan met andere culturen en talen. Wij zijn er volledig van overtuigd dat dit een kans voor kinderen is sterker de wereld in te gaan.”

Kennis, vaardigheden, emoties
Daarvoor laat Van Egmond zich onder meer inspireren door The British School. “De ontwikkeling van kennis, sociale vaardigheden en emoties gaat samen”, vertelt ze. Daarvoor is contact met thuis belangrijk. Als voorbeeld noemt ze het slimme jongetje dat cognitief prima meekomt, maar niet weet hoe het zich in een groep moet gedragen.

“Dan overleggen we met de ouders hoe we er samen voor zorgen dat een kind leert te leven in een groep. Want een goede burger zijn, je vaardigheden weten in te zetten in onze samenleving, daar heb je de rest van je leven wat aan.”

Betrokken team
Van Egmond wijst ook op haar ‘sterke, betrokken team’. Want dat is wel nodig: in eerste instantie was de ene helft zeer enthousiast en vroeg de andere helft zich af of ze dat wel kunnen: lesgeven in het Engels. Maar het tweetalig onderwijs wordt trapsgewijs ingevoerd: vanaf 1 augustus 2014 wordt op de Visserschool 30% van de lessen in het Engels gegeven door een native speaker, om te beginnen in groep 1 en 2.

De school beraamt zich nu op de beste wijze om de leerkrachten te scholen. Maar als een leerkracht echt zegt: tweetalig onderwijs geven, doe mij dat niet aan, dan moet hij wel de keuze hebben om te kiezen voor een andere school binnen het bestuur, vindt Van Egmond. “En andersom: als er leerkrachten op andere scholen van ons bestuur enthousiast zijn, horen we dat graag.”

Engels als derde taal
De Visserschool staat in een kleurrijke wijk en veel van haar leerlingen spreken naast Nederlands al een tweede taal. Pools, Spaans, Italiaans, Turks, Marokkaans… Dat is geen belemmering om nog een derde taal erbij te leren, vertelt Van Egmond. “Elke ochtend als deze kinderen de drempel van de school overstappen, maken ze al een switch naar Nederlands in hun hoofd.

Uit onderzoek blijkt dat overstappen naar het Engels voor hen straks juist makkelijker is. Kinderen die nooit hoeven te switchen naar een andere taal, hebben daar meer moeite mee. Maar in de pilot wordt ook gekeken naar de invloed van een tweetalige opvoeding op tweetalig onderwijs.”

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs