U bent hier

Tweede Kamer stemt in met aangepaste burgerschapswet: wat zijn de gevolgen?

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat de burgerschapsopdracht aan het onderwijs verduidelijkt, zo bleek uit de stemming van 17 november. Het voorstel zorgt ervoor dat de regels voor het burgerschapsonderwijs in zowel het basis- en middelbaar onderwijs verplichtender wordt. Dit gebeurt dan door middel van wettelijke regels die voorschrijven waar het burgerschapsonderwijs aan moet voldoen. Alle partijen stemden voor het wetsvoorstel, met uitzondering van PVV, FvD, Van Haga en SGP.

Kamerleden Kirsten van den Hul (PvdA), Peter Kwint (SP) en Lisa Westerveld (GroenLinks) stelden dat zij verschillende voorbeelden hebben gezien van scholen die wat de Kamerleden betreft te los omgingen met de burgerschapsopdracht in het onderwijs. Daarom dienden zij een amendement in om juist het aanleren van kennis over en respect voor allerlei verschillende groepen in de samenleving nadrukkelijk in de wet op te nemen. De indieners van het amendement hebben ervoor gekozen om in de formulering van het amendement aan te sluiten bij artikel 1 van de Grondwet.

De voorgestelde herziening van de burgerschapsopdracht voor het funderend onderwijs (artikel 8 WPO, artikel 17 WVO en artikel 11 WEC) luidt nu als volgt (wijzigingen door het amendement zijn dikgedrukt):

  1. Het onderwijs bevordert actief burgerschap en sociale cohesie op doelgerichte en samenhangende wijze, waarbij het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar richt op:
    • het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens, en het handelen naar deze basiswaarden op school;
    • het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving; en
    • het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.
       
  2. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met en het handelen naar deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de in het derde lid, onder c, genoemde verschillen.

Structurele ondersteuning docenten

Een brede coalitie van onderwijsorganisaties pleitte eerder voor ondersteuning en facilitering van de mensen in de klas die verantwoordelijk zijn voor burgerschapsonderwijs. Eppo Bruins (ChristenUnie) en Michel Rog (CDA) dienden daarom een motie in waarin de regering verzocht wordt om het onderwijs structureel te faciliteren in het professionaliseren, opleiden en ondersteunen van leraren binnen het domein burgerschapsonderwijs en de profielorganisaties daarbij te betrekken. Met succes: de motie werd met algemene stemmen aangenomen.

Reikwijdte inspectietoezicht

Michel Rog en Eppo Bruins constateerden ook dat er op dit moment geen duidelijk kader ligt voor het inspectietoezicht. Daarom verzochten zij de regering in een motie om samen met het onderwijsveld en de Inspectie van het Onderwijs een duidelijk kader op te stellen waaruit de reikwijdte van het inspectietoezicht met betrekking tot de burgerschapsopdracht moet blijken. Ook deze motie werd met algemene stemmen aangenomen.

Identiteitsverklaringen

In het burgerschapsdebat werd veel aandacht besteed aan de identiteitsverklaringen die sommige scholen hanteren. Verschillende partijen stelden dat er scholen zijn die de toelating van kinderen afhankelijk maken van een verklaring waarin de ouders moeten tekenen dat ze homoseksualiteit afwijzen. Zij vinden dit volstrekt onacceptabel en haaks staan op de burgerschapsopdracht die scholen hebben. Kamerlid Peter Kwint diende daarom een motie in die het kabinet verzoekt met spoed een einde te maken aan dit soort verklaringen. Alle partijen met uitzondering van de SGP stemden voor deze motie.

Vervolg

Het wetsvoorstel zal eerst in de Eerste Kamer worden besproken. De verwachte inwerkingtreding van de nieuwe wet is op 1 augustus 2021.

Wat betekent dit voor mijn school?

Een school dient een eigen visie te ontwikkelen op haar burgerschapsonderwijs, waarmee een samenhangend programma voor de burgerschapsvorming van leerlingen wordt gecreëerd, waarin duidelijk is hoe in de leerjaren het burgerschap wordt bevordert en waarin concreet staat wat leerlingen leren en hoe er geëvalueerd wordt. 

Ook spreekt het wetsvoorstel over basiswaarden van de democratische rechtstaat. Scholen zullen helder moeten maken op welke manier deze basiswaarden herkenbaar in het onderwijs vorm krijgen. Het bevoegd gezag, de schoolbesturen, krijgen zorgplicht voor de schoolcultuur. De regering vindt het nodig om een bredere basis te creëren om te kunnen ingrijpen indien een schoolcultuur antidemocratische elementen bevat. 

Verus ondersteunt haar leden graag bij de aangescherpte taak die bij scholen komt te liggen. Daarom hebben we ook een vernieuwd aanbod aan dienstverlening gelanceerd. Benieuwd wat we voor jouw school kunnen doen? Neem dan een kijkje op onze burgerschapspagina.

 

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs