U bent hier

Toezichthouders worstelen met hun rol als het gaat om identiteit

Van intern toezichthouders wordt steeds meer gevraagd dat ze zich ontwikkelen van controlerende instantie naar meer strategisch partners van het bestuur of zelfs meaning makers die mede richting geven aan de toekomst. Als het om identiteit gaat, zijn veel leden van de Besturenraad (nog) niet zover. Toezichthouders dichten zich op dat vlak wèl een actieve rol toe, blijkt uit onderzoek in opdracht van de Besturenraad.

Óf intern toezichthouders zich wel zo actief moeten opstellen, staat trouwens niet buiten kijf, tekent onderzoeker prof. dr. ir. Rienk Goodijk (TiasNimbas Business School) aan. "Sommigen zijn er wat huiverig voor en willen niet op de stoel van de bestuurder gaan zitten."

Veel toezichthouders tasten nog af wat precies tot hun verantwoordelijkheid behoort en wat tot die van de bestuurder, constateerde Goodijk op 26 november 2012 tijdens de netwerkbijeenkomst voor toezichthouders en bestuurders waar hij de onderzoeksresultaten presenteerde.

Diversiteit
Aan Goodijks onderzoek namen 136 van de circa 530 leden van de Besturenraad deel, voornamelijk uit het primair (68%) en voortgezet onderwijs (22%). Van de respondenten vertegenwoordigde 49% een stichting en 51% een vereniging. Onderwijsinstellingen met het raad-van-toezichtmodel waren duidelijk in de meerderheid ten opzichte van die met een algemeen bestuur met daarin intern toezichthouders: 60 versus 31%. Eenpitters waren met 35% relatief goed vertegenwoordigd.

Bij verenigingen en algemeen besturen is het intern toezicht beduidend diverser samengesteld dan bij stichtingen en raden van toezicht: het heeft meer jonge leden (beneden de 35 jaar), vrouwen en ouders in zijn gelederen.

Pijler
Intern toezichthouders vinden aandacht voor identiteit vooral belangrijk met het oog op het bestaansrecht van de instelling: identiteit is de "pijler waarop de vereniging is gebouwd". Drie kwart van de respondenten zegt tamelijk actief of richtinggevend bij de levensbeschouwelijke identiteit betrokken te zijn.

Slechts een kwart heeft echter eigen visiedocumenten op dit gebied en een vijfde organiseert zelf bezinningsbijeenkomsten. Daaruit concludeert Goodijk dat de respondenten zich (nog) niet echt opstellen als meaning makers die mede de richting uitzetten waarin hun onderwijsinstelling zich volgens hen zou moeten ontwikkelen.

Een minderheid (35%) heeft een eigen toezichtkader en expliciete criteria en ijkpunten om te beoordelen of een ontwikkeling past bij de identiteit van de instelling. Veel toezichthouders (vooral RvT-leden) die daarover niet beschikken, vinden het wel belangrijk om die te ontwikkelen. Volgens Goodijk zijn een eigen toezichtvisie en een toezichtkader voor identiteitsvragen "onontbeerlijk" geworden.

Ruim een derde van de respondenten heeft binnen het intern toezicht afspraken gemaakt over de manier waarop identiteitsvragen aan de orde komen. Vaak wordt gekozen voor het toedelen van aandachtsgebieden of het aanwijzen van portefeuillehouders.

Formele onderwerpen
Het is opvallend dat de levensbeschouwelijke identiteit vooral aan de orde komt bij formele onderwerpen als grondslag, missie en visie en het benoemingsbeleid. Kennelijk ligt er voor veel intern toezichthouders geen duidelijke relatie met thema's als kwaliteit en onderwijsvernieuwingen. Terwijl juist op die terreinen het intern toezicht inhoudelijke vragen kan stellen die de bestuurder scherp houden.

Afstand
De onderzoeker neemt waar dat raden van toezicht in het algemeen wat formeler en meer op afstand opereren dan toezichthoudende bestuursleden. Dat brengt volgens hem "een zeker gevaar" met zich mee van minder betrokkenheid bij het primair proces en minder contacten en afstemming met stakeholders.

De bij de presentatie aanwezige toezichthouders herkenden die "valkuil" van het raad-van-toezichtmodel, constateerde Goodijk. Diverse toezichthouders gaven aan dat zij actief en op eigen initiatief contact onderhouden met stakeholders, in de eerste plaats ouders.

Dat moet ook wel, benadrukte Goodijk, want volgens de governancecodes is het intern toezicht zelf verantwoordelijk voor zijn 'additionele informatievoorziening'. "Er zijn inmiddels ook veel goede voorbeelden van manieren waarop het toezicht methodisch zijn voelsprieten kan uitsteken."

NB Leden van de Besturenraad hebben een exemplaar van het onderzoeksrapport ontvangen. U kunt het ook downloaden.

 

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs