U bent hier

‘Toezicht Inspectie slaat momenteel door’

In dagblad Trouw vond de afgelopen weken een discussie plaats over de Inspectie. Gijsbert van der Beek, rector van het Altena College in Sleeuwijk, reageert bij ons met een opiniestuk op de bijdrage van Anette Roeters, inspecteur-generaal van de Inspectie. Zijn boodschap: Toezicht door de inspectie van het onderwijs is nodig, maar slaat momenteel door. 

Gijsbert van der Beek:
"Op 3 mei heeft Bernhard Wendt in Trouw de stelling geponeerd dat de zesjescultuur in het onderwijs juist het gevolg is van het optreden van de onderwijsinspectie. Op 10 mei heeft inspecteur-generaal Annette Roeters daarop gereageerd. In haar reactie gaat ze echter nauwelijks in op de argumentatie van Wendt. Ze houdt alleen het eigen verhaal van de inspectie, geheel in lijn met het laatste onderwijsverslag. Namelijk dat de focus van de inspectie in de afgelopen jaren op de zwakke en zeer zwakke scholen er toe heeft geleid dat er minder van deze scholen zijn. En verder dat de aandacht nu uit kan gaan naar middelmatige scholen, want daar is nog groeipotentie. 

Buiten haar boekje
Op zich is er niet veel in te brengen tegen deze redenering, maar het negeert de kritiek van Wendt. Die kritiek snijdt wel degelijk hout. Sterker: naast het bevorderen van de zesjescultuur gaat de inspectie buiten haar boekje met de thans ingeslagen koers. 

Aan de hand van het meeste recente toetsings- en waarderingskader van de inspectie voor het voortgezet onderwijs zal ik dat duidelijk maken.

19 Kwaliteitsaspecten
Het toetsings- en waarderingskader kent een gelaagde opbouw. De hoofdlijn wordt gevormd door 19 kwaliteitsaspecten. Het gaat hier om vrij algemeen geformuleerde zaken, die door ieder weldenkend onderwijsmens als redelijk zullen worden ervaren.

Twee voorbeelden: 
1. De opbrengsten liggen op het niveau dat op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie verwacht     mag worden.
14. De schoolleiding zorgt dat leraren kunnen presteren en zich ontwikkelen conform de visie van de school.

73 Indicatoren
Elk kwaliteitsaspect wordt vervolgens beoordeeld aan de hand van een aantal indicatoren. De 19 kwaliteitsaspecten groeien zo uit tot maar liefst 73 indicatoren.

Die indicatoren zijn deels ook weer vrij algemeen van aard en niet onredelijk, zoals: 
1.1 De leerlingen behalen in de onderbouw het opleidingsniveau dat mag worden verwacht. 

247 Toelichtingen
Maar regelmatig komt in deze tweede laag het euvel van de derde laag reeds naar voren, namelijk het beoordelen hoe scholen de zaak intern regelen, alsmede een doorgeschoten maakbaarheidsgeloof. 

Voorbeeld:
14.1 De schoolleiding zorgt dat de visie van de school op onderwijs vertaald is in concrete professionele normen voor leraren.

Die derde laag wordt gevormd door de toelichting, of beter nadere uitwerking van de 73 indicatoren. Deze exploderen zo tot maar liefst 247 (!) items waarop een school kan worden beoordeeld. 

Dat is een absurd grote hoeveelheid, waarmee een fijnmazig web over de scholen wordt gelegd. Scholen gaan dan hetzelfde gedrag vertonen als andere organisaties en individuen: hoe meer regels, hoe meer men zich op het minimum richt. Inderdaad, de zesjescultuur. 

Irreëel maakbaarheidsdenken
Maar daarnaast gaat de inspectie in veel van die uitwerkingen haar boekje te buiten. Drie voorbeelden: 

  1. De school kent een evenwichtige organisatie van platforms (vakgroepen, intervisie- en feedbackgroepen, deelteams) waarin leraren kunnen overleggen over hoe vorm te geven aan het onderwijsproces;
  2. De schoolleiding spreekt de teams/platforms aan op het behalen van de afspraken en doelstellingen;
  3. De voorzitters van de platforms zijn gefaciliteerd.

Deze voorbeelden zijn met vele aan te vullen en laten een irreëel maakbaarheidsdenken zien, alsmede een zich willen bemoeien met zaken die de inspectie niet aangaan. Want het is prima dat de inspectie erop toeziet dat de scholen kwaliteit leveren, maar het is een zaak van de scholen hoe ze dat doen.

Hoe kan het anders? 

  1. Schrap die hele derde laag van toelichtingen en uitwerkingen uit het waarderingskader en houd ze hooguit achter de hand als mogelijke uitwerkingen, niet als norm.
  2. Bezie alle indicatoren nog eens op de vraag of ze recht doen aan de wettelijke ruimte van de scholen op een eigen keuze hoe kwaliteit geleverd wordt.

Laat de inspectie weer meer het gesprek met scholen aangaan en zich minder verlaten op afvinklijstjes."

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs