U bent hier

Toezicht in transitie: bewindslieden willen door ondanks kritiek Kamer

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker houden vast aan de plannen met betrekking tot het onderwijstoezicht. Ondanks kritiek uit de Tweede Kamer, met name op de nieuwe predikaten om scholen te labelen, willen ze doorpakken en de wet zelfs al tijdens de aangekondigde pilots wijzigen.

Woensdag sprak de Vaste Kamercommissie voor OCW met minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker over ontwikkelingen in het onderwijstoezicht. Hoewel er verschillende documenten waren geagendeerd ging het debat vrijwel volledig over de brief Toezicht in transitie die de beide bewindspersonen op 28 maart jl. naar de Tweede Kamer stuurden.

Alleen VVD positief

Vrijwel alle aanwezige partijen waren kritisch tot zeer kritisch op de in de brief gepresenteerde plannen met betrekking tot het Inspectietoezicht. Alleen de VVD was bij monde van Karin Straus onverdeeld positief. Wat haar betreft scoren nu teveel scholen slechts voldoende. De voorgestelde veranderingen in het toezicht zijn een goede eerste stap om daar verandering in te brengen. Scholen die het beter doen hebben recht op een publieke pluim volgens het Kamerlid. 

Straus benadrukte dat het vooral moet gaan om de verbetercultuur op de scholen. Zij vroeg zich wel af of alle genoemde indicatoren meetbaar zijn. Verder wilde ze weten of scholen naast de indicatoren van de Inspectie ook zelf indicatoren kunnen kiezen die aansluiten bij hun eigen visie.

Focussen op het predikaat

Paul van Meenen (D66) toonde zich verheugd over de richting die de Inspectie lijkt te kiezen met het voorgestelde toezicht. Wat hem betreft biedt het scholen ruimte en spreekt er vertrouwen uit. Maar hij kon zich totaal niet vinden in de voorgestelde predikaten (naast zeer zwak, zwak en voldoende ook goed en excellent). Die persen scholen in één ‘getal’ wat de transparantie bepaald niet vergroot. Integendeel, ze verhullen de verschillen, allerlei verschillende scholen kunnen hetzelfde predikaat krijgen. Bovendien hoeft een ’goede’ of ‘ excellente’ school niet goed te zijn voor elk kind. 

Van Meenen vreesde dat scholen gaan focussen op het behalen van een hoger predikaat. En wat hem betreft waardeert een predikaat te veel een status quo, terwijl het zou moeten gaan over de kwaliteit van het verbeterproces van de school. Het Kamerlid waarschuwde verder voor Inspectieoordelen over het didactisch handelen van docenten en pleitte voor het schrappen van onderdelen uit de toezichtkaders die daarover gaan.

Aan de scholen zelf

Namens het CDA toonde Michel Rog zich niet enthousiast over de plannen van de bewindspersonen. Weliswaar steunde hij de gedachte van meer toezicht als de kwaliteit slecht is en minder toezicht als de kwaliteit goed is, maar aan de voorgestelde fijnmazige beoordeling door de Inspectie had hij geen behoefte. Volgens hem is de staat niet nodig om voor te schrijven wat het beste onderwijs inhoudt, dat is aan de scholen zelf. 

Rog waardeerde de verschillen die er nu tussen scholen, ook binnen één bestuur, kunnen bestaan. Nu de Inspectie in plaats van met de scholen met de besturen in gesprek gaat vreesde hij risicomijdend, uniformerend gedrag van die besturen. Rog wees ook op het initiatiefwetsvoorstel van Bisschop (SGP) met betrekking tot de Inspectie. Hij stelde een pas op de plaats voor om eerst dat voorstel te behandelen.

Internationale voorbeelden

Tanja Jadnanansing (PvdA) wilde nog geen oordeel vellen. Op zich leek haar het erkennen van goede scholen wel een goed idee, maar zij had vooral veel vragen. Onder andere naar internationale voorbeelden van gedifferentieerd toezicht, naar het verschil tussen goed en excellent en naar de maatschappelijke gevolgen van het voorgestelde toezichtsmodel. Worden scholen hierdoor niet tegen elkaar opgezet? En hoe zit het met de menskracht bij de Inspectie? Is het kabinet van plan een oordeel aan de Onderwijsraad te vragen? En net als andere Kamerleden vroeg zij naar de mogelijkheden van peer review als mogelijke vervanging van (een deel van) het Inspectietoezicht.

Concurrerende koekjesfabrieken

Voor Jasper van Dijk (SP) was het duidelijk: met de plannen voor het toezicht zitten de bewindspersonen op een dwaalspoor. Scholen worden volgens hem gezien als concurrerende koekjesfabrieken, terwijl ze zich juist niet lenen voor Consumentenbondachtige oordelen. 

Voor Van Dijk zijn de plannen een nieuwe dimensie van de heersende toetsgekte die veel bureaucratie met zich meebrengt en leiden tot een race naar de top. Bovendien stralen ze wantrouwen uit richting leerkrachten en voeden ze het beeld dat scholen lui zouden zijn. De pluim waar Straus het over had krijgen de scholen al in de wijken waar ze staan en van de ouders. Het Kamerlid kondigde een motie aan tegen de voorgestelde predikaten.

Drie keer in 10 jaar het roer om

De SGP uitte bij monde van Roelof Bisschop waardering voor de inzet van de Inspectie om het toezicht te verbeteren. Hij signaleerde wel dat nu voor de derde keer in 10 jaar het roer met betrekking tot het onderwijstoezicht wordt omgegooid en vroeg zich af of een systeemwijziging wel nodig is. 

Voor het brede kwaliteitprofiel dat de Inspectie in de plannen gaat hanteren is er al Vensters voor Verantwoording. Wat Bisschop betreft trekt de overheid met de labels goed en excellent een te grote broek aan: ouders en scholen gaan zelf over wat goed onderwijs is. Bovendien blijkt in het hoger onderwijs dat de praktijk met deze labels weerbarstig is. 

Bisschop hekelde de processen rond de voorstellen: waarom wordt er al aan een wetsvoorstel gewerkt, terwijl de pilots nog moeten beginnen? Bovendien worden de plannen al volop gecommuniceerd, terwijl er nog geen parlementaire behandeling heeft plaatsgevonden. Volgens Bisschop lijken de plannen van de bewindslieden volstrekt contrair aan zijn eigen initiatiefwetsvoorstel. Zijn ze soms een vlucht naar voren om het wetsvoorstel de pas af te snijden?

Afstappen van middelmatigheid

Minister Bussemaker benadrukte in haar termijn dat de plannen met het toezicht vooral gericht zijn op het stimuleren van een verbetercultuur op de scholen, waarbij ze onder meer verwees naar het recente debat over het WRR-rapport Naar een lerende economie

Het is niet de bedoeling om alles dicht te regelen, maar om af te stappen van de middelmatigheid. De toezichtkaders worden minder strak en de inspecteurs zullen meer rekening houden met de context. Hiervoor is overigens ook een verandering bij de Inspectie nodig. Deze gaat een Academie toezicht 2020 opzetten. De bewindsvrouw hield vast aan het gebruik van predikaten en wilde daar nu samen met het veld in pilots mee aan de slag gaan. Een wetgevingstraject duurt lang, daarom wordt dit al tijdens de pilots ingezet. De lessen, moeilijk en mooi, die in het hoger onderwijs geleerd zijn worden meegenomen.

Vrijheid van onderwijs

Ook staatssecretaris Dekker stelde de lerende schoolorganisatie centraal. Als scholen geen verbetering tonen kunnen ze een lager predikaat krijgen. Peer review kan op termijn leiden tot minder extern toezicht, maar voor goede peer review is nog een weg te gaan. De bewindsman vond Vensters een mooie ontwikkeling, maar constateerde dat veel scholen daar nog niet aan meedoen. De transparantie moet wat hem betreft beter, daarover komt binnen afzienbare tijd een aparte brief. 

Het toezicht op het didactisch handelen is gericht op de effectiviteit ervan, niet op het handelen zelf. Dat laatste valt onder de vrijheid van onderwijs. Dekker voelde er niets voor de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van Bisschop af te wachten. Volgens hem gaat dat voorstel uit van een wezenlijk andere visie. 

Eigen identiteit 

Ook was hij niet bang voor verkeerde concurrentie tussen scholen als gevolg van de enkelvoudige predikaten. De Inspectie zal verfijnd gaan aangeven hoe scholen er op verschillende punten voorstaan. De exacte invulling hiervan zal met de hulp van de pilots worden bepaald, maar er zal voldoende ruimte blijven voor het invullen van de eigen identiteit door scholen, voorzag Dekker. 

Voor wat betreft de verschillen tussen scholen gaf de staatssecretaris aan dat de Inspectie kijkt naar de basis en dat op dat niveau scholen wel op elkaar zouden moeten lijken. De pilots moeten uitwijzen of het toezicht op bestuursniveau gaat werken.

Aan het eind van het overleg vroeg Van Meenen een kort plenair overleg (VAO) aan zodat hij (en andere Kamerleden) enkele moties kan indienen. Dit VAO vindt vanmiddag plaats.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs