U bent hier

Toezicht binnen onderwijsinstellingen moet verder geprofessionaliseerd

Onderwijsorganisaties hebben governancecodes technisch wel ingevoerd, maar in de praktijk moeten ze nog steviger verankerd worden. Jaarlijks evalueren met toezichthouders, bestuurders en externen bijvoorbeeld, komt nauwelijks voor. Prof. dr. ir. Rienk Goodijk (hoogleraar Governance aan de Universiteit Tilburg) presenteerde maandag het onderzoek Toezicht binnen onderwijsinstellingen.

De aan de Universiteit Tilburg verboden business school TiasNimbas en het Nationaal Register voerden het onderzoek naar samenstelling, werkwijze en functioneren van Raden van Toezicht in het onderwijs uit. De belangrijkste conclusies zijn: 

  • De interne toezichthouder vindt zijn controlerende rol de belangrijkste; 
  • toezichthouders hebben aandacht voor financieel beleid, externe ontwikkelingen en onderwijskwaliteit. Tegelijkertijd hebben zij beperkt zicht op het onderwijsproces, de kwaliteit van de docenten en de pedagogische aanpak; 
  • nog maar weinig po-organisaties hebben een toezichtvisie; 
  • steeds vaker vergaderen toezichthouders ook zonder de bestuurder. 
  • intern toezichthouders gaan enthousiast aan de slag met de scheiding van bestuur en intern toezicht.

Zelfstandigheid
Adviseur Governance Carla Rhebergen herkent veel van de uitkomsten. “Toezichthouders gaan de zelfstandigheid van hun rol, hoe nauw verbonden ook met die van de bestuurder, sterker benadrukken”, merkt zij. “De Besturenraad hecht ook sterk aan het onafhankelijk kunnen opereren van de bestuurder. Het is daarom goed een ‘knip’ aan te brengen in de agenda: de toezichthouders alleen bereiden eerst een half uur de vergadering voor en bespreken of de conclusies van de bestuursrapportage nog vervolgvragen bij hen oproepen.”

Rhebergen benadrukt het belang van de jaarlijkse evaluatie. Daarin wordt het gedrag van de interne toezichthouders en bestuurders individueel en als geleding tegen het licht gehouden. “Het draagt bij aan de professionalisering van de organisatie.”

Taken onduidelijk
Uit het onderzoek blijkt dat toezichthouders vaak niet duidelijk is wat hun taken en verantwoordelijkheden zijn ten opzicht van bijvoorbeeld onderwijsinspectie of gemeente. Rhebergen: “Toezichthouders vinden het terecht dat zij de horizontale dialoog moeten aangaan: toezien op onderwijskwaliteit. Maar ik hoor vaak dat zij het gesprek met de Inspectie over de kwaliteit van het onderwijs missen. In de horizontale dialoog merk ik dat toezichthouders zich afvragen met wie informatie moet worden uitgewisseld.”

De onderzoekers stellen dat het goed zou zijn toezichtdilemma’s nader te verkennen door de verschillende sectoren samen: kennisdelen, elkaar ontmoeten en van elkaar leren. Zo kunnen toezichthouders van elkaar leren en hun visie op toezichthouden verscherpen. Ook raden de onderzoekers organisaties aan een toetsingskader met ijkpunten, indicatoren en normen te ontwikkelen.

Uit Toezicht binnen onderwijsinstellingen blijkt dat de werkgeversrol nog professioneler kan en moet en ook toezichthouders kunnen beter worden opgeleid. Dat geldt ook voor de psychosociale kanten van governance, ofwel de ‘gedragskant’: die kan op een hoger niveau getild worden.

De Besturenraad vindt het van belang dat de drie kanten van governance worden belicht: de structuurkant, de communicatiekant en de sociale kant. Wij publiceerden onlangs een Thema over Toezichthouden op identiteit. De ‘ waartoe’ vraag staat daarin centraal. Ook heeft Besturenraad Advies een toolkit Bestuur en intern toezicht met praktische modellen die organisaties helpen om de scheiding tussen betuur en intern toezicht te professionaliseren.

Contact
Bent u geïnteresseerd in Thema of de toolkit of hebt u vragen over Governance, dan kunt u contact opnemen met Carla Rhebergen, adviseur Governance, E crhebergen@besturenraad.nl, T 06 53 14 48 47

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs