U bent hier

Thom de Graaf: ‘Tweede Kamer, denk even na voordat je weer een motie aanneemt’

Tweede Kamer, denk even na voordat je weer een motie aanneemt. Minister, probeer weerstand te bieden. Dat zegt de voorman van de Vereniging Hogescholen tegen Den Haag. Wij spraken hem na zijn oproep tot ontregeling van het hoger onderwijs. Hij is kritisch op de door de overheid opgelegde prestatieafspraken.

In zijn toespraak bij de opening van het hogeschooljaar van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, zei De Graaf vorige week het beeld te koesteren van de hogeschool als gemeenschap die gezamenlijk de kwaliteit maakt en bepaalt. “De bezieling hier is veel belangrijker dan de bevoogding van buiten”, aldus De Graaf, doelend op ‘Den Haag’. “Die is soms nuttig, heel soms nodig, maar vaak overbodig en regelmatig contraproductief.”

Ontregelen 

De Graaf roept minister Bussemaker op de tweede helft van haar ministerschap te gebruiken om het hoger onderwijs te ontregelen. “Minder regels, minder cijferfetisjisme, minder controle op controle en wat meer vertrouwen in mensen.”

Ongeneeslijke regelzucht

De voorzitter van de Vereniging Hogescholen noemde de regelzucht van overheden ‘ongeneeslijk’ en was zeer kritisch op de prestatieafspraken. “In de prestatieafspraken hebben hard meetbare prestaties een veel te grote nadruk gekregen. Laten wij en ook de politiek daarvan leren!” 

U lijkt spijt te hebben van de prestatieafspraken die voortvloeien uit het hoofdlijnenakkoord dat uw eigen organisatie ondertekende. 

“Dat was voor mijn tijd, ik kwam een paar maanden later aan. Wel weet ik dat er destijds een verwoede discussie binnen de –toen nog- HBO Raad gevoerd werd. Men achtte het uiteindelijk onvermijdelijk het hoofdlijnenakkoord te tekenen, omdat de politiek het wilde. Liever aan tafel blijven zitten, dan dit via wetgeving te krijgen opgelegd, was de gedachte. Dat begrijp ik ook heel goed hoor. Er is niet altijd de volstrekte vrijheid om te doen wat je wilt.” 

Deze week zei minister Bussemaker nog dat het de instellingen zelf zijn die de prestatieafspraken hebben gemaakt, niet OCW.

“Dat is een misvatting. De prestatieafspraken zijn inderdaad in een hoofdlijnenakkoord vastgelegd, ondertekend door universiteiten, hogescholen en staatssecretaris. Maar dat die prestatieafspraken er moesten komen, was een duidelijk Haagse eis. Ja, de hogescholen mochten meedenken over wat erin mocht komen. Maar de categorieën stonden al vast: studieuitval, profilering etcetera.”

“Wij hebben toen al gezegd: dat vinden wij niet prettig. Dit kan een pervers effect hebben, dat hogescholen alleen op deze punten sturen en andere essentialia in de verdrukking komen. Het is wat ons betreft te zwaar aangezet.”

Maar de hogescholen hebben het geld nodig.

“De vrijheid van hogescholen is nogal beperkt als de rijksoverheid zegt dat een deel van de bekostiging, in dit geval 7 %, niet zomaar wordt toegekend, maar alleen als de instellingen willen tekenen voor prestatieafspraken. Je kunt die wel weigeren maar dan doe je de studenten tekort. Bovendien zijn het regering en parlement die dat willen, dus een democratische wens die je niet zomaar kan negeren.” 

“Extra investeren in de kwaliteit van het onderwijs kost extra geld. Dat hebben de hogescholen niet zomaar, ze kunnen misschien twee jaar hun reserves uitputten, maar niet langer. Ze zijn dus net als universiteiten uiteindelijk afhankelijk van de politieke wensen in Den Haag.” 

U zei in uw toespraak dat iedereen binnen de hogescholen snakt naar vrijheid. Tegelijkertijd noemt u de regelzucht van overheden ‘ongeneeslijk’. Verwacht u dat mevrouw Bussemaker toch kan ontregelen? Moeten de hogescholen hun vrijheid niet zelf nemen?

“Nee, de hogescholen kunnen daar niet zoveel aan doen. Ze kunnen binnen hun eigen schoolgemeenschap ruimte geven aan docenten en –teams. Maar ruimte nemen binnen wet- en regelgeving… Ik roep hogescholen niet op lekker bestuurlijk ongehoorzaam te zijn.”

De Graaf realiseert zich dat het niet gemakkelijk is wat hij van Bussemaker vraagt. “Er speelt een ingewikkeld soort mechanisme. Ook een minister die het in theorie met mij eens is, heeft te maken met een Tweede Kamer die haar achtervolgt met dan weer een motie zus, dan weer een motie zo: aandacht voor pabo’s, terugdringen van studieuitval... Zomaar zeggen: ‘Jullie kunnen me wat’, dat kan niet.” 

Zijn oproep geldt dus voor heel Den Haag: “Tweede Kamer, denk even na voordat je weer een motie aanneemt. Minister, probeer weerstand te bieden. En ambtenaren hebben de neiging te geloven dat hun toegevoegde waarde ligt in het wijzigen van regelingen.” 

Quote uit uw toespraak: “De minister wil prestatieafspraken inruilen voor kwaliteitsafspraken. Als dat maar goed gaat!” Wat bedoelt u daarmee?

“De huidige prestatieafspraken lopen tot 2016. Dan moet de minister beslissen of ze nieuwe wil. Intussen is er een politieke deal over het leenstelsel. En het geld dat daardoor vrijkomt, komt de hogescholen en universiteiten ter beschikking. Daarvoor wil de minister kwaliteitsafspraken maken. Het is gewoon een ander bordje voor dezelfde soort afspraken. Ik heb sterke vraagtekens of dat verstandig is. Zeker als er bovenop een nieuwe ronde prestatieafspraken, kwaliteitsafspraken komen. Daar moet ik helemaal niet aan denken.”

Foto: Hans Stakelbeek

HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs