U bent hier

Terugvordering fusiegelden door minister mag volgens Raad van State

De Raad van State heeft in drie zaken waarin zogeheten fusiecompensatiemiddelen werden teruggevorderd, de minister in het gelijk gesteld. Het doel van de regeling fusiebekostiging, de drempel voor fusie van basisscholen te verlagen, wordt op deze wijze gemist, schrijft advocaat Jean-Marie Dubelaar. En wie een scholenfusie voorbereidt, leeft in rechtsonzekerheid.

Al eerder berichtten we dat de minister van onderwijs bijzondere bekostiging wegens samenvoeging van basisscholen, die in de jaren 2014 t/m 2016 is toegekend aan schoolbesturen, in een aantal gevallen heeft teruggevorderd. Dat mag hij doen, oordeelt de Raad van State.

Terugvordering doet zich voor in gevallen waar op de fusiedatum geen leerlingen van de verdwijnende school zijn meegegaan naar de fusieschool.

De schoolbesturen hebben daartegen beroep aangetekend, en met succes. Nooit eerder was door OCW bekendgemaakt dat het mee overgaan van leerlingen naar de fusieschool een voorwaarde was voor toekenning van fusiegelden.

Hier zijn de fusiegelden voor

Die fusiegelden zijn ook niet bedoeld om kosten te bestrijden die afhankelijk zijn van het aantal leerlingen, zoals bij de gewone bekostiging. Ze dienen vooral ter compensatie voor het wegvallen van een aantal inkomstenbronnen die onafhankelijke  -kleine- scholen hebben, zoals de vaste voet en de kleinescholentoeslag. Er blijft ook vaak één directeur over na een samenvoeging. Het gaat dus bij fusie vooral om personele kosten, die doorlopen maar waar als gevolg van de samenvoeging geen rijksvergoeding meer tegenover staat.

Omdat dit het totstandkomen van fusies kan belemmeren, en het Rijk in tijden van krimp zulke belemmeringen wil wegnemen, is er de bijzondere bekostiging wegens fusie. Die houdt in dat een fusieschool nog 6 jaar na de fusiedatum aanvulling van rijksbekostiging krijgt tot het niveau dat de beide scholen samen zonder fusie zouden hebben gehad.

Rechtbanken gaven scholen gelijk

Het was gelet op deze achtergrond zeker niet vanzelfsprekend, en het stond ook nergens in een wet of regeling, dat om in aanmerking te komen voor fusiebekostiging het nodig was dat leerlingen overgingen van de verdwijnende school naar de fusieschool.

Meerdere rechtbanken hebben dan ook de schoolbesturen in het gelijkgesteld en de terugvorderingsbesluiten van de minister vernietigd. Onder meer is dat gebeurd in enkele zaken van leden van Verus die daarin door advocaten van Verus werden bijgestaan.

Raad van State geeft minister gelijk

De minister is tegen de rechtbankbeslissingen in hoger beroep gegaan en is nu door de Raad van State in 3 zaken in het gelijk gesteld (overige zaken lopen nog). De Raad van State heeft het woordenboek erbij gepakt en heeft daarin gelezen dat samenvoeging (de wettelijke term voor fusie) betekent: tot één geheel verenigen. Vervolgens leest het hoge college in de definitiebepalingen van de WPO dat een basisschool is ‘een school waar basisonderwijs wordt gegeven’. Hieruit concludeert men dat twee scholen waaraan onderwijs wordt gegeven met elkaar moeten worden verenigd. Als een van de scholen geen leerlingen meer heeft, bijvoorbeeld omdat die per fusiedatum zijn uitgestroomd naar het voortgezet onderwijs, en de andere leerlingen al eerder naar de fusieschool waren overgestapt, dan is in de visie van de Raad van State van zo’ n vereniging geen sprake.

Dit is een wel erg in mootjes gehakte opbouw van een definitie. De Raad van State en de minister claimen dat daarmee wordt beantwoord aan het normale spraakgebruik. Daar kan men vraagtekens bij zetten, want in het gewone spraakgebruik binnen het onderwijs duidt ‘school’ lang niet altijd op een verzameling leerlingen, maar kan die term ook betrekking hebben op het team van leerkrachten onder leiding van de directeur, op het gebouw, of op een administratieve eenheid met een brinnummer.

Fuseren? Let hier op!

Hoe dan ook, de hoogste rechter heeft gesproken, en daar moet het onderwijsveld het mee doen. Schoolbesturen moeten er in het volg rekening mee houden dat zij geen fusiebekostiging krijgen als niet minstens 50% van de leerlingen van de verdwijnende school mee gaat naar de fusieschool. Bij 25% overgang van leerlingen kan nog een gedeeltelijke fusiebekostiging worden verkregen. Deze regels zijn inmiddels ook vastgelegd in een gewijzigde regeling voor bijzondere bekostiging wegens fusie uit 2017. Daarin is ook de mogelijkheid opgenomen nog wat geld te krijgen bij opheffing van een school.

Schoolbesturen die twee van hun scholen willen samenvoegen moeten zich, bij deze stand van zaken, realiseren dat zij bij de voorbereiding van een fusie, die al gauw anderhalf jaar kan duren, in een fase van rechtsonzekerheid leven. Of zij voor een beoogde fusie bijzondere bekostiging zullen ontvangen hangt niet van hen af maar van de ouders, die al of niet hun kinderen naar de fusieschool laten gaan. Het risico zit er dan in dat geen fusiebekostiging wordt verkregen, terwijl wel de inkomsten bronnen van de zelfstandige scholen als vaste voet en kleine scholen toeslag, verloren zijn gegaan.

Het doel van de regeling fusiebekostiging, de drempel voor fusie van basisscholen te verlagen, wordt op deze wijze gemist.

Vragen hierover? Neem contact op met de juridische helpdesk van Verus 

Jean-Marie Dubelaar, advocaat Verus

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs