U bent hier

Terecht ontslag conciërge die na ziekte niet op kwam dagen

Een schoolbestuur in de regio Den Haag heeft terecht een conciërge ontslagen die weigerde om na een ziekteperiode de werkzaamheden te hervatten. Dat oordeelde de kantonrechter in de zaak waarin het bestuur om ontbinding van de arbeidsovereenkomst had gevraagd wegens dringende reden.

De betrokken werknemer had zich in maart 2011 ziek gemeld. De bedrijfsarts en aansluitend ook de deskundige van UWV stelden eind 2011 vast dat er niet langer sprake was van arbeidsongeschiktheid.

Niet meer arbeidsongeschikt

De conciërge bleef zich op het standpunt stellen niet in staat te zijn om de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten en weigerde om weer aan de slag te gaan. De werknemer beriep zich op het oordeel van de behandelende artsen. De bedrijfsarts zag in de nieuwe medische informatie echter geen aanleiding om zijn oordeel bij te stellen dat betrokkene niet meer arbeidsongeschikt was.

Vertrouwen geschaad
De sommatie van de school om, gezien het oordeel van de bedrijfsarts, op het werk te verschijnen negeerde de conciërge hardnekkig. Bij de kantonrechter voerde de advocaat van de Besturenraad, gemachtigde namens het bestuur, aan dat er daarom een dringende reden was de arbeidsovereenkomst met de conciërge te ontbinden. En voor zover van een dringende reden naar het oordeel van de rechter geen sprake zou zijn, zou ook de verstoorde arbeidsrelatie reden zijn om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, aldus de advocaat.

Het bestuur had haar goede bedoelingen getoond om in overleg tot hervatting van het werk te komen, maar de werknemer reageerde afwijzend. Het noodzakelijke vertrouwen tussen werkgever en werknemer was daarmee geschaad. 

Geen vergoeding
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer er in de gerechtelijke procedure niet in geslaagd was om aan te tonen dat het oordeel van de bedrijfsarts onjuist was. Dat de behandelende artsen een bepaalde diagnose bij de conciërge hadden gesteld, betekende volgens de rechter nog niet dat de werknemer daarmee zou zijn beperkt in het verrichten van werkzaamheden.

De kantonrechter oordeelde dan ook dat het bestuur terecht de conciërge had opgeroepen weer aan de slag gegaan. En dat de weigering een dringende reden was de arbeidsovereenkomst te ontbinden met als gevolg dat toekenning van een vergoeding niet aan de orde is.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs