U bent hier

Stevige discussie over artikel 23

Er komen drie onderzoeken. Eén naar de relatie tussen artikel 23 en de zorgplicht van scholen, één naar de effecten van richtingvrije scholenplanning en één naar scenario’s om de bekostiging van leerlingenvervoer anders vorm te geven. Dat bleek maandag bij het stevige Kamerdebat over artikel 23 van de Grondwet.

Bij het debat ging het vooral over vier hoofdthema’s: richtingvrije scholenplanning, acceptatieplicht, leerlingenvervoer en thuisonderwijs. Ook het van kleur verschieten van scholen kwam aan bod.

Richtingvrije plannen
Staatssecretaris Dekker omarmde eerder het voorstel van de Onderwijsraad voor richtingvrije scholenplanning. Verus heeft geen principiële bezwaren, maar ziet wel diverse praktische haken en ogen. Het betere is daarmee de vijand van het goede.

Opvallend genoeg werd door de Kamerleden nauwelijks over dit voorstel gesproken. CU-Kamerlid Voordewind vroeg echter wel aandacht voor de gevolgen van richtingvrije planning voor de bekostiging van de zogeheten laatste school van de richting. Ook stelde hij de hoogte van de opheffingsnormen in stedelijke gebieden ter discussie.

De staatssecretaris zette nog eens uiteen waarom hij voorstander is van richtingvrije planning. Kern van zijn betoog is dat het huidige scholenbestand niet goed aansluit bij ontwikkelingen in de samenleving. Verus is van mening dat scholen uitstekend in staat zijn gebleken om zich aan te passen aan maatschappelijke ontwikkelingen.

Dekker benadrukte nog een keer dat hij nog deze kabinetsperiode een wetsvoorstel wil indienden om vrije scholenplanning mogelijk te maken. Wel ziet ook hij diverse bezwaren. Daarom doet hij eerst onderzoek naar de effecten van het voorstel. Daarbij zal hij ook aandacht hebben voor de positie van de laatste school van een richting en de hoogte van de opheffingsnorm.

Bij scholenstichting in nieuwbouwwijken wil Dekker een voorkeurspositie voor openbare scholen, die dan van kleur kunnen verschieten als ouders daar na verloop van tijd behoefte aan hebben.

Acceptatieplicht
Onverwachts bleek eind vorige week dat Loes Ypma (PvdA) het debat over de acceptatieplicht opnieuw wil openen. In het debat bleek maandag dat ze hier nog niet uitvoerig over gesproken had met de mede-indieners van het initiatiefwetsvoorstel uit 2005.

Ypma liet weten zich zorgen te maken over signalen die zij heeft gekregen over het weigeren van zorgleerlingen op basis van de grondslag van een school. Ze vindt dat de acceptatieplicht hier een oplossing voor is. Ze las een aantal mails voor, maar had geen cijfermatige onderbouwing. Dick den Bakker, directeur Onderwijs & Identiteit bij Verus, schreef vandaag een open brief aan Loes Ypma over christelijk onderwijs en de zorg voor elke leerling.

D66 en SP steunen de acceptatieplicht. Net als GroenLinks, maar die partij was afwezig bij het debat. Ook Karin Straus (VVD) was positief, maar wilde samen met Ypma dat er door de Onderwijsraad eerst een onderzoek wordt naar gedaan naar de relatie tussen de zorgplicht en de toelatingspraktijk van scholen.

De staatssecretaris was kritisch over de acceptatieplicht en vroeg zich af welk probleem hiermee wordt opgelost. Hij wees op de kritiek van de Raad van State en de Onderwijsraad. Dekker benadrukte ook dat de acceptatieplicht niet nodig is om scholen aan hun zorgplicht te houden, de Onderwijsinspectie ziet hier al op toe.

Tegenstanders gaven aan dat de overgrote meerderheid van het bijzonder onderwijs een open toelatingsbeleid kent, en het wetsvoorstel dus symboolpolitiek is.

Al met al wordt aan de Onderwijsraad gevraagd te onderzoeken in hoeverre artikel 23 van de Grondwet door scholen wordt gebruikt om de zorgplicht te ontduiken. Daarnaast spreken de indieners van het wetsvoorstel met elkaar door over de precieze vormgeving die zij voor ogen hebben.

Verus vindt dat de acceptatieplicht een hoog symbolisch gehalte heeft en afbreuk doet aan de Grondwettelijke vrijheid van scholen om een eigen toelatingsbeleid te voeren. In de praktijk komt dit maar bij een heel klein aantal scholen voor.

Leerlingenvervoer
Er was tijdens het debat geen eenduidigheid over de precieze kosten van het denominatieve leerlingenvervoer. Uit onderzoek van Verus bleek eerder al dat het gaat om een klein percentage van de totale kosten voor het leerlingenvervoer. Dit werd later bevestigd in een onderzoek van OCW. D66 en SP willen direct korte metten maken met de financiering van signatuurvervoer.

Ook PvdA en VVD zijn kritisch, maar willen dat de staatssecretaris eerst onderzoek doet naar scenario’s om de regeling voor het leerlingenvervoer aan te passen. Deze scenario’s zijn:

  1. Versobering van de regeling
  2. De middelen en verantwoordelijkheden voor leerlingenvervoer overdragen aan de samenwerkingsverbanden
  3. Schrappen van de verplichte bekostiging van signatuurvervoer uit de Wet op het primair onderwijs, en de verantwoordelijkheid om dit te bekostigen volledig overlaten aan gemeentes

Staatssecretaris Dekker gaf aan geen voorstander te zijn van financiering van identiteitsgebonden leerlingenvervoer, maar vindt het nu niet het geschikte moment om hier aan te gaan rommelen. Hij wil de toekomst van het signatuurvervoer bezien in de context van de leerlingendaling in het onderwijs. Hij gaat het gevraagde onderzoek uitvoeren, en komt voor de zomer van 2015 met de resultaten.

Thuisonderwijs
Zowel voor als tijdens het debat liet staatssecretaris Dekker duidelijk merken dat hij geen voorstander is van thuisonderwijs. Hij vindt dat het om allerlei redenen beter is dat kinderen naar school gaan. Bij de inbreng van de leden van de Tweede Kamerfracties bleek echter een zeer brede steun voor het behoud van thuisonderwijs. Wel was er consensus over de noodzaak van meer toezicht op de kwaliteit van het thuisonderwijs.

VVD-Kamerlid Karin Straus opperde om thuisonderwijs in ieder geval wel aan een school te koppelen. Ze wil dat de ontheffing van de leerplicht wordt geschrapt uit de Wet, en daarvoor in de plaats afstandsonderwijs wordt toegestaan onder bepaalde voorwaarden.

Verschillende partijen vroegen Dekker om de onderbouwing van zijn stelling dat thuisonderwijs niet goed is voor de sociaal-emotionele ontwikkelingen van leerlingen. Zij bestrijden dat dit het geval is. Binnen twee weken komt Sander Dekker met een opzet voor een onderzoek naar de randvoorwaarden waaronder thuisonderwijs toegestaan kan worden.

Van kleur verschieten
Dekker wil het voor scholen gemakkelijker maken om van kleur te verschieten. Hij wil hierover voor de zomer van 2015 een wetsvoorstel indienen. Verus vindt dat de beslissing om van kleur te verschieten niet eenzijdig bij één van de bij een school betrokken partijen kan worden gelegd en is het met Dekker eens dat het schoolbestuur de eindverantwoordelijkheid draagt. In het bijzonder vragen we aandacht voor de positie van het onderwijspersoneel, dat bewust voor een bepaalde richting heeft gekozen. Van leerkrachten kan niet verwachten worden dat zij plotseling vanuit een andere visie les gaan geven.

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs