U bent hier

Staat van de Ouder: Meer aandacht voor brede vorming graag

Op de dag van de Staat van het Onderwijs brengt Ouders & Onderwijs sinds een paar jaar De Staat van de Ouder uit. Een van de opmerkelijke conclusies: ouders maken zich ongerust over de toetscultuur en de prestatiedruk die zij al bij hun jonge kinderen constateren. Zij pleiten voor meer aandacht voor brede vorming en de niet toetsbare talenten van hun kinderen. Tot het moment dat de cijfers laag uitvallen…

De Staat van de Ouder is gebaseerd op een onderzoek onder ruim 1800 ouders en geeft een beeld van wat hen bezighoudt en hoe zij bepaalde ontwikkelingen beoordelen. In de Staat van de Ouder 2019 staat een aantal opmerkelijke bevindingen, zegt adviseur ouderbetrokkenheid Monica Neomagus.

Kwaliteit en sfeer

Verheugend is dat veel ouders het onderwijs positief waarderen; 71% binnen het PO is (zeer) tevreden en voor het VO is dit aantal 60%. De cijfers voor (zeer) ontevreden liggen respectievelijk op 13% en 17%. Al met al een compliment voor iedereen in het onderwijs die zich iedere dag weer inspant om leerlingen te onderwijzen en te ondersteunen.

De grootste bijdrage aan goed onderwijs wordt volgens de ouders geleverd door de kwaliteit van de docent (PO 63% en VO 56%), maar óók de sfeer binnen de school scoort nog steeds hoog en staat op de derde plaats (PO 53% en VO 50%). Het rapport dat Verus in 2013 uitbracht over de motieven van ouders achter de keuze voor een basisschool met de titel “'Als het goed voelt…‘. Onderzoek naar schoolkeuzemotieven van ouders van jonge kinderen.” (Ter Avest, I., C. Kom, A. de Wolff, G. Bertram-Troost & S. Miedema) is nog steeds relevant.

Werkdruk en personeelstekort

Het is geen enkele ouder ontgaan dat het onderwijs met een aantal grote vraagstukken kampt op het terrein van werkdruk en personeelstekort. Dat baart ouders, net als de rest van de samenleving, zorgen. Ouders zijn opmerkelijk solidair met docenten waar zij hun eisen om verlaging van de werkdruk, verbetering van het imago en een hoger salaris onderschrijven. In het onderzoek reiken ouders ook praktische oplossingen aan die moeten voorkomen dat klassen worden samengevoegd, lessen uitvallen of er naar een 4-daagse schoolweek wordt overgegaan.

Ouderbetrokkenheid 

Ouders blijken zeer bereid om zich op allerlei manieren in te zetten voor de school, maar nemen liever zelf geen onderwijstaken op zich. Dat moet het terrein van de professional blijven.

Uit andere onderzoeken blijkt dat ouders die activiteiten verrichten voor de school daarmee niet echt bijdragen aan goede leerresultaten en het voorkomen van schooluitval van hun kinderen. Dát kan vooral beïnvloed worden door een goed leerklimaat thuis.

Maar daarmee is niet gezegd dat deze ondersteuning van de school en het onderwijs (via, zo blijkt, een grote variëteit aan activiteiten) niet van waarde is, benadrukt Neomagus. “Wat extra ‘handen aan het bed’ maakt gewoon veel meer mogelijk en dat kan zeker in deze tijden heel plezierig zijn. Verus ziet deze activiteiten óók als een bijdrage van ouders aan de school als gemeenschap waar iedereen zich bij betrokken en verantwoordelijk voor voelt. Zo’n sfeer komt tevens de onderlinge verhoudingen ten goede en niemand zal ontkennen dat dat altijd in het belang van leerlingen is.”

Toetscultuur

Een opmerkelijk punt is de ongerustheid van ouders over de toetscultuur en de prestatiedruk die zij al bij hun jonge kinderen constateren. Zij pleiten voor meer aandacht voor brede vorming en de niet toetsbare talenten van hun kinderen.

Op zich een gerechtvaardigd verzoek, zegt Neomagus; een mens is meer dan cijfers en scores. Maar ze noemt het bevreemdend dat men de creatieve vakken, die aan deze brede vorming toch zo’n mooie bijdrage kunnen leveren, de laagste score geeft wanneer het gaat om de vraag wat goed onderwijs kenmerkt (PO 9% en VO 11%).

Neomagus: “Daarbij kunnen we ook niet helemaal heen om de opmerkingen van onze scholen dat ouders graag ruimte zien voor persoonsvorming en de al genoemde brede ontwikkeling, maar er toch vaak wel ‘afgerekend’ wordt wanneer het schooladvies te laag uitvalt. Juist op zulke momenten, zo ervaren docenten, blijken veel ouders hoge ambities te hebben waar het de toekomst van hun kinderen betreft en hebben de cijfers en scores opeens weer alle prioriteit.”

De adviseur ouderbetrokkenheid noemt het een paradox: “Veel ouders erkennen in gesprekken die wij met ze voeren dat het levensgeluk van hun kinderen niet afhangt van een topfunctie of een glansrijke maatschappelijk carrière. Geluk verbinden zij eerder aan hoe hun unieke talenten tot bloei kunnen komen en hoe zij een zinvolle bijdrage aan de wereld kunnen leveren, in verbondenheid met anderen. De maatschappelijke realiteit trekt ouders echter ook een andere kant op.”

Neomagus wijst op het CBS-rapport uit 2017 “Kwaliteit van leven in Nederland” waarin de volgende conclusies getrokken worden.
…’Schooldiploma’s vormen een zeer goede indicatie voor een grote kans op een hoge levenskwaliteit….’.  ….’Laagopgeleiden vallen steeds vaker tussen wal en schip als het economisch tegenzit….’. …’Globaliserings- en flexibiliseringsprocessen grijpen veel sterker in op het arbeidsleven van laagopgeleiden dan van middelbaar- en hoogopgeleiden, terwijl mensen met meer en schaarser kenniskapitaal beter in staat zijn zelf richting te geven aan hun levensloop....’.

“Dit ontgaat ouders natuurlijk niet; velen van hen zullen dit in hun eigen werk en leven misschien ook zelf ervaren. Dat maakt het, soms buitenproportioneel, aandringen van ouders op een hoog schooladvies wel een stuk begrijpelijker.”

Passend onderwijs

Dan zijn er de vragen en stevige zorgen van ouders rond passend onderwijs. Vragen hieromtrent leven ook binnen het onderwijs, reden te meer voor Verus om hier op dit moment een onderzoek naar te doen. Wat heeft 5 jaar Passend Onderwijs opgeleverd en welke conclusies moeten getrokken worden? In de herfst worden onze onderzoeksresultaten hierover verwacht.

MR op afstand

Tot slot nog een opmerkelijke vaststelling dat veel ouders de MR binnen de school op grote afstand vinden staan. Slechts 25% voelt zich vertegenwoordigd en maar 15% vindt dat de MR voldoende overleg pleegt met ouders.

Neomagus: “Niets ten nadele van degenen die zich in hun vrije uren inzetten voor dit medezeggenschapsorgaan. Maar misschien zien we hier een verschijnsel dat zich ook in de samenleving en politiek voordoet. Er is behoefte aan meer directe betrokkenheid van mensen bij dat wat hen aangaat en minder de neiging om dat toe te vertrouwen aan een groepje gekozen vertegenwoordigers.”

Over dit onderwerp wordt inmiddels op diverse niveaus volop nagedacht en in sommige steden wordt bijvoorbeeld al met burgerplatforms geëxperimenteerd. Een suggestie voor de MR om ook eens over andere, aanvullende vormen van medezeggenschap na te denken?

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs