U bent hier

Speciaal onderwijs waarschuwt voor nieuwe administratieve laag passend onderwijs

“Je moet ontzettend oppassen dat je niet een heel nieuwe, administratieve laag opbouwt”, zegt Akko van Doorn over passend onderwijs. En de directeur speciaal onderwijs heeft het idee dat leerlingen later dan voorheen bij hem binnenkomen. Sommigen waarvan hij zegt: waren ze eerder gekomen, dan waren hen negatieve ervaringen bespaard gebleven.

De Cirkel in Gorinchem is een school voor zeer moeilijk lerende kinderen. Van Doorn’s school heeft een so- en een vso-afdeling (inclusief autistructuurgroepen). Daarom maakt hij ook deel uit van twee samenwerkingsverbanden: één voor primair- en één voor voortgezet onderwijs.

Het samenwerkingsverband is zoekende

Dit jaar krijgt De Cirkel nog gewoon geld voor alle kinderen met een geldige REC-indicatie. Maar voor augustus 2016 moeten al die indicaties vervangen zijn door een toelaatbaarheidsverklaring.

Het zit zo: vóór passend onderwijs kreeg een kind dat dat nodig had een indicatie van het regionaal expertisecentrum om toegelaten te worden tot een cluster 3-school zoals De Cirkel. Nu moet voor een kind, dat aangewezen is op het speciaal onderwijs, een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring worden gedaan bij het samenwerkingsverband waarbinnen de leerling valt. 

Maar nu komt het: de basis waarop zo’n toelaatbaarheidsverklaring wordt afgegeven, bepaalt een samenwerkingsverband in principe zelf. “Daarin is men nog zoekende”, ervaart Van Doorn. “In veel gevallen moet ik toch een behoorlijke onderbouwing afgeven over waarom een kind is aangewezen op een so-voorziening. En omdat wij die verklaringen bij een hele hoop verschillende samenwerkingsverbanden moeten aanvragen, wel tien, heb ik met evenzoveel verschillende procedures te maken. Ik hoop dat de administratieve last door passend onderwijs op den duur minder wordt, maar nu vraagt het juist een extra investering van het speciaal onderwijs.”

Vier verklaringen per leering

En dan is er nog wat: voorheen gold een REC-verklaring voor een beperkte groep een schoolcarrière lang. In de meeste gevallen echter voor vier jaar. Mocht er tijdens die periode de overstap gemaakt moeten worden van de so-afdeling naar de vso-afdeling, kon dat zondermeer.

Maar met passend onderwijs moet er éérst een toelatingsverklaring bij het samenwerkingsverband voor primair onderwijs worden aangevraagd en zodra de leerling over gaat naar het vso, een toelatingsverklaring van het samenwerkingsverband voor voortgezet onderwijs. 

“Lastig is bovendien dat je de toelaatbaarheidsverklaring voor een bepaalde tijd krijgt”, vertelt Van Doorn. “Het primair onderwijs is geneigd om de verklaring af te geven tot de leeftijd van twaalf jaar. Ervan uitgaande dat dan de overstap naar het vso plaatsvindt. En het voortgezet onderwijs heeft de neiging ze af te geven tot 18 jaar.”

“Maar in de praktijk hebben leerlingen vaak een jaar extra in het so nodig. En blijven ze tot hun twintigste op het vso. We moeten dus beide keren opnieuw een toelating aanvragen en aantonen waarom dat nodig is.” Vier aanvragen voor één volledige schoolcarrière is geen uitzondering. 

Financiële prikkel

Van Doorn heeft het gevoel dat de financiën hier sterk sturend in zijn. Hoewel alle samenwerkingsverbanden natuurlijk zeggen dat dat bij hen niet aan de orde is. “Maar die financiële prikkel, om kinderen zo weinig en kort mogelijk binnen het speciaal onderwijs te houden, is er wel.” 

Administratieve laag

Hij ziet de kansen van passend onderwijs: meer maatwerk. “Aan de andere kant: wie weegt af welke extra ondersteuning de leerling op school nodig heeft en welk bedrag daarbij hoort? Je moet ontzettend oppassen dat je niet een heel nieuwe, administratieve laag opbouwt.” 

Zo lang mogelijk regulier

En dan is er nog wat, zegt Van Doorn. Hij is voorzichtig, weet niet of het een trend is. Maar wat hij vaker dan voorheen ziet is dat leerlingen later bij hem op school terechtkomen. Ze blijven langer binnen het reguliere onderwijs. “Een gedachte achter passend onderwijs is: zo lang mogelijk regulier waar dat kan. En daar staan wij volledig achter. Maar: je moet heel goed het welbevinden van de leerlingen in de gaten houden. Ik krijg nu meer leerlingen binnen waarvan ik zeg: misschien hadden die eerder moeten komen en was hen negatieve ervaringen bespaard gebleven.”

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs