U bent hier

Sociaaleconomische segregatie op school deel 3: Hoe zorg je dat kinderen bij jou in de buurt naar school gaan?

In de afgelopen periode sprak Verus een aantal leden over het thema sociaaleconomische segregatie. Het is een onderwerp dat volop in de belangstelling staat en we waren benieuwd hoe dit op scholen zichtbaar en voelbaar is. Deze leden vinden het belangrijk dat het onderwijs attent is op deze vorm van segregatie en daar, binnen de mogelijkheden die er zijn, een goede rol in speelt. Daarbij is duidelijk dat scholen hier op verschillende manieren mee te maken hebben en er ook hun eigen oplossingen voor bedenken. De komende tijd brengen we een aantal scholen in beeld die daar iets van laten zien

In deze derde aflevering de A.S. Talmaschool (een school van het bestuur Kind en Onderwijs in Rotterdam) waar we spraken met directrice Monique Degeling en Wendy Poppelaars, mede-initatiefnemer van ouderinitiatief Croostwijk. Met dit ouderinitiatief slaan ouders en school de handen ineen om de kinderen in dezelfde buurt (Nieuw-Crooswijk) naar school te laten gaan. Ook is de school met het ouderinitiatief aangesloten bij de coalitie tegen segregatie van het ministerie van OCW.

Crooswijk, een Rotterdamse wijk met veel diversiteit en uitersten, zoals directrice Monique Degeling de buurt beschrijft. ‘’Op school zie je ouders met dure auto’s maar ook mensen die in de bijstand zitten. Dat typeert de wijk sinds zo’n jaar of vijf. Het mooie is dat onderwijs een wijk kan verbinden. Je bent klasgenoten van elkaar en ouders van klasgenoten. De spil in de wijk is erg belangrijk en onderwijs is een gemeenschappelijke deler’’, vertelt ze.

Oude en nieuwe buurtbewoners

Ook Wendy Poppelaars van het ouderinitiatief Croostwijk herkent dit. ‘’Sinds wij hier zijn komen wonen, zijn er veel initiatieven en activiteiten geweest om de buurt met elkaar te laten kennismaken. De oude buurt was al een hecht netwerk en wij ploften daar een beetje in. Zo is er eerder al Camping Crooswijk geweest en is de Stichting Koningsdag Crooswijk opgericht. Ten opzichte van andere plekken denk ik dat wij dat hier heel goed doen.’’

Toen Poppelaars in de Rotterdamse buurt kwam wonen, merkte ze dat veel ouders hun kinderen niet naar de A.S. Talmaschool stuurden maar juist verderop in Rotterdam. ‘’Toen wij hier zeven jaar geleden kwamen wonen, zijn we rond gaan kijken in de buurt. De Talmaschool leek ons hartstikke leuk en we kregen een goede indruk, alleen niemand uit onze buurt ging daarheen. Wij dachten: dat is echt zonde. Er staat een goede school dichtbij en als je daar niet voor kiest moet je dagelijks met de auto om je kind naar school te brengen’’, legt ze uit. Door deze constatering kwam het idee voor het ouderinitiatief opborrelen. En zo gezegd, zo gedaan.

Om de tafel

Doordat Poppelaars meerdere ouders in de buurt tegenkwam die er zo over dachten, hebben ze gezamenlijk hun kinderen ingeschreven bij de Talmaschool en hier zoveel mogelijk anderen in meegenomen. Hoe ze dat deden? ‘’We zaten maandelijks met elkaar om de tafel. Ook hadden we open ochtenden waar de school haar verhaal kon doen en wij als ouders erbij betrokken werden. Ook hebben we actief posters op het raam geplakt met: mijn kind gaat naar de Talmaschool’’, zegt Poppelaars.

Verder werd er actief geflyerd en was vooral de mond-tot-mondreclame in de wijk een enorme boost. Waar eerst nog met jonge ouders rond de keukentafel werd gegaan om de schoolkeuze te bespreken, werkt het initiatief nu als een olievlek. ‘’We hebben het afgelopen jaar voor de kleuters meer dan vijftig kinderen ingeschreven. Je merkt dat de bekendheid groeit. Het mooiste verschil is dat je je nu op tijd moet inschrijven, anders is er geen plek. Vroeger kwamen ouders drie weken van tevoren aan met: laten we mijn kind maar inschrijven. Nu moet je je twee jaar van tevoren inschrijven’’, zegt Degeling.

Afspiegeling van de wijk

Degeling is erg tevreden met hoe de school nu een afspiegeling is van de wijk. ‘’Tot en met groep 6 is het echt een keurige verdeling, omdat het ouderinitiatief ook al zolang loopt. Die afspiegeling willen we vast blijven houden en ook in onze manier van communiceren zijn we daarnaar op zoek. Want je kunt niet iedereen op dezelfde manier benaderen en tegelijkertijd willen we toch die gelijkheid hoog houden.’’

Het oudercontact is voor de school ook een belangrijk aspect. De grootste verbindende factor hierin zijn natuurlijk de schoolgaande kinderen. ‘’Als kinderen onderling met elkaar gaan spelen, leren de ouders elkaar kennen. Maar ook op school zijn we ervan bewust dat dit een belangrijk fenomeen is. Vanaf het begin staat bij ons op de agenda dat de ouders elkaar moeten leren kennen. Zo organiseren we ook verschillende activiteiten, zoals het kerstdiner voor kinderen op school waarbij de ouders gezamenlijk op het plein met elkaar dineerden’’, geeft Poppelaars als voorbeeld.

Ook bij de ouderavonden aan het begin van het jaar komen de ouders in de klas zodat ze elkaar zien en leren kennen. ‘’Het is een continuproces, al heeft dat door corona een andere vorm gekregen.’’ Nu worden er digitale inloopochtenden gehouden en worden weekverslagen en foto’s via de klassengroepen naar ouders gestuurd. Ook zijn er vrijwilligers, drie ouders van de school, ingezet om andere ouders die moeite hebben met de digitale middelen, te ondersteunen zodat zij ook aangesloten blijven.

Schakelklassen

Om de kansengelijkheid verder te vergroten biedt de Talmaschool ook onderwijs aan hoogbegaafden en nieuwkomers in een schakelklas. ‘’Deze leerlingen zitten wel op een andere locatie, aan de Benthuizerstraat. Deze twee groepen doen enkele projecten samen om zo met elkaar verbonden te zijn’’, zegt Degeling. In de schakelklas krijgen de leerlingen in één jaar Nederlands om vervolgens door te stromen naar het reguliere onderwijs op de Talmaschool. ‘’Om deze overstap zo vlot mogelijk te maken hebben we een gespecialiseerde onderwijsassistent ingeschakeld. We hebben een bewust kindplan voor ieder kind met het idee in welke klas we ze willen laten uitstromen. Ook kijken naar we naar het ontwikkelperspectief en welke ICT-basisvaardigheden daarbij horen.’’

De Talmaschool benadrukt dat je in staat moet zijn goed te kijken naar te kinderen en dat je op die manier eruit kunt halen wat er in zit. Poppelaars en Degeling zien een driejarige brugklasperiode, waar de Onderwijsraad in haar advies op hamert, niet als een oplossing. ‘’Op het vo wordt heel erg klassikaal lesgegeven. Als je daar al iets in zou aanpassen, differentiëren, zou je al een stap kunnen zetten’’, meent Degeling.

Realistisch toekomstbeeld

Daarnaast hoeft volgens haar ook niet iedereen advocaat of profvoetballer te worden. ‘’Vijftien jaar geleden kwamen veel ouders hier nog binnen met het idee: mijn kind wordt advocaat. Dat beeld is nu wel realistischer geworden. Daar speelt de school op in door IMC Basis, een lesprogramma vanuit de weekendschool waarin kinderen worden uitgedaagd om aan de toekomst te denken, aan te bieden. Iedere vrijdagmiddag gaan leerlingen van groep zeven en acht aan de slag met de praktijk. Denk aan: wat is er in de werkende wereld te koop? Wat kan ik worden? En welke skills en vaardigheden heb ik daarvoor nodig? ‘’Door ze kennis te laten maken met verschillende beroepen: van kapper tot laborant, wordt hun perspectief breder en kunnen ze later gerichter een profiel kiezen’’, zegt Degeling.

En dat allemaal op een school met een goede afspiegeling van de wijk, waar kinderen vanuit diverse sociale lagen en achtergronden met elkaar samenkomen. ‘’Het mooie is dat onze kinderen nu lopend naar school kunnen. Je komt alle ouders met hun kinderen onderweg tegen. De schooldag begint eigenlijk al zodra ik de voordeur opendoe. Het is ontspannen, je kletst onderweg wat met de buurvrouw, de kinderen ravotten wat. Het voelt heel fijn en vertrouwd. Daarnaast: wij wilden onze kinderen laten opgroeien in een realistische wereld in plaats van een specifieke bubbel. Het is voor mij een belangrijk gegeven om hen op te laten groeien in een wereld zoals hij is’’, vindt Poppelaars.

‘’Het met én van elkaar leren. Het werken aan een kleurrijke toekomst voor je kind’’, vult Degeling hierop aan. Poppelaars benadrukt dit nogmaals: ‘’Als het gaat om algemene ontwikkeling voor onze kinderen, is hier een hele belangrijke bodem gelegd. Juist ook door de schakelklassen die instromen in het reguliere onderwijs. Daardoor weten mijn kinderen bijvoorbeeld heel goed over de oorlog in Syrië en praten ze over allerlei zaken met elkaar als ze tussen de middag een boterhammetje met elkaar eten.’’ En juist door deze gesprekken, bijvoorbeeld over God en Allah, leren ze elkaar beter kennen en begrijpen. ‘’Het is een mooie bijdrage aan het empathisch vermogen van kinderen en hun kennis van de wereld’’, sluit Degeling af.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs