U bent hier

Sluipenderwijs naar Toezicht in transitie: organisatie Excellente School voortaan in handen inspectie

De jury die het predicaat Excellente School toekent, blijft onafhankelijk. Alleen de organisatie achter de toekenning gaat van OCW over naar de onderwijsinspectie. En die bepaalt in de toekomst nadrukkelijker of een school ‘goed’ genoeg is om in aanmerking te komen voor het predicaat. Zo gaat het sluipenderwijs richting het gedifferentieerd onderwijstoezicht dat nog ter discussie staat.

De wisseling van de achterwacht, van OCW naar onderwijsinspectie, werd al met de invoering van het predicaat aangekondigd. 

Past bij gedifferentieerd toezicht

De vernieuwing van het onderwijstoezicht (Toezicht in transitie) is de aanleiding om de verantwoordelijkheid voor het predicaat bij de onderwijsinspectie te leggen. Toezicht in transitie staat nog volop ter discussie en formeel wacht men de uitkomsten van allerlei pilots af. Maar intussen gaan OCW en de Inspectie stug door met het klaarmaken van het veld voor de invoering van dit nieuwe onderwijstoezicht, door bijvoorbeeld nieuwe toezichtskaders in het mbo en dus een nieuwe jury voor het predicaat excellente scholen. Want: “Het excellentiepredicaat past goed bij het gedifferentieerde toezicht.”

Excellent geen gevolg van ‘goed’

Wat hetzelfde blijft: de jury schrijft vooraf geen excellentiegebieden voor. Vindt een school dat zij kans zou moeten maken op het predicaat, dan kan ze zich melden. De jury Excellente School kijkt ook niet naar de kwaliteitsgebieden die de inspectie hanteert en excellentie ligt niet in het verlengde van ‘goed’ (een van de predicaten die de onderwijsinspectie volgens Toezicht in transitie kan gaan toekennen). In de toekomst lijkt het het oordeel ‘goed’ wel als voorwaarde voor het predicaat excellent te gaan gelden.

Maar goede kwaliteit is voorwaarde

Tegelijkertijd is ‘goede kwaliteit’ een voorwaarde voor het predicaat Excellente School. Want in aanmerking komen scholen “die onderwijs van goede kwaliteit bieden en die ook goed of excellent presteren op specifieke thema’s”. 

En inspectie bepaalt wat goede kwaliteit is

Maar wie bepaalt welke scholen onderwijs van goede kwaliteit bieden? In het nieuwe toezichtsysteem is het de inspectie die niet langer beoordeelt of een school voldoende of (zeer) zwak is, maar gaat zij predicaten als onvoldoende, voldoende en ook ‘goed’ uitdelen. 

Verus blijft erop wijzen dat de inspectie hiermee te ver gaat. Het is de school zelf die (in samenspraak met haar omgeving) gaat over de vraag wat goed onderwijs is. Of, zoals Paul Zoontjens vorige week in onze nieuwsbrief zei: “Niemand in Nederland weet wat goed onderwijs is, daarom is er vrijheid van onderwijs.”  

Maar hoe verhoudt de nieuwe betrokkenheid van de inspectie zich tot het toezichtsysteem? Allereerst: de onderwijsinspectie had ook de afgelopen jaren al een adviserende rol richting de onafhankelijke jury, vertelt inspectiewoordvoerder Jan-Willem Swane. “Van de scholen die zich aanmelden vertelt de inspectie aan de jury wat ze weet van die school. En wij hebben ook scholen aangemoedigd om zich te kandideren.”

Van advies naar predicaat

Het advies is nu dus gebaseerd op ‘informatie en signalen’, niet op predicaten in het toezichtkader. “Maar op het moment dat het nieuwe toezichtsysteem er wel zal zijn, ligt het voor de hand het zo te doen.” En dus ‘goede’ scholen bij de jury aan te dragen.

Wat verandert dan tot die tijd concreet in de rol van de inspectie? De jury blijft immers onafhankelijk. “Voor ons komt er nu de organisatorische kant bij: de uitreiking, het secretariële deel. Maar de keuze welke scholen het predicaat krijgen is aan de onafhankelijke jury.” 

Dat is dus wat de Inspectie bedoelt met “Excellente Scholen valt onder verantwoordelijkheid van de Inspectie van het Onderwijs en wordt in samenhang gebracht met het vernieuwde toezicht”.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs