U bent hier

Slob: De vrijheid van onderwijs geldt ook in nieuwbouwwijken

Dinsdag beantwoordde minister Slob vragen die de Kamer in december stelde over het wetsvoorstel Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Wij spitten de 58 pagina’s voor u door. Hier 7 highlights.

In de week voor het kerstreces konden fracties in de Tweede Kamer schriftelijke vragen stellen over het wetsvoorstel Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Dit wetsvoorstel regelt dat er meer wettelijke ruimte komt om een school te beginnen. Aanvragen voor nieuwe initiatieven worden na de wetswijziging vooraf getoetst op daadwerkelijke belangstelling en de te verwachten kwaliteit. Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs, heeft deze week de beantwoording op deze vragen naar de Tweede Kamer gestuurd.

Hieronder zet Verus de belangrijkste punten uit de antwoorden op een rij:

1. Vrijheid van onderwijs geldt ook in nieuwbouwwijken
SP, GroenLinks en PvdA vragen hoe de regering staat tegenover de suggestie om bij nieuw op te leveren woonwijken bij aanvang als eerste een openbare school te stichten. Minister Slob wil deze suggestie niet overnemen. De vrijheid van onderwijs geldt ook in nieuwbouwwijken, zo stelt hij.

2. Stichtingsnormen worden niet gewijzigd
De SGP mist de hoogte van de stichtingsnormen. De fractie wil weten waarom de stichtingsnorm niet in het voorstel staat en of de regering nog steeds het voornemen heeft om het stelsel van stichtingsnormen te wijzigen.
In de beantwoording van het kabinet valt te lezen dat de regering niet meer het voornemen heeft om dit stelsel te wijzigen. Zo’n wijziging moet namelijk gepaard gaan met extra geld (meer nieuwe scholen, betekent meer kleine scholen en dus meer uitgaven aan kleinescholentoeslag en vaste voet).

3. Doel van het wetsvoorstel is het beter laten functioneren van de vrijheid van onderwijs
In het wetsvoorstel wordt het begrip richting bij schoolstichting losgelaten. PvdA, D66 en GroenLinks willen van het kabinet weten hoe zij het risico beoordelen dat hiermee de segregatie in het onderwijs wordt versterkt doordat er zogenoemde ‘hokjesscholen’ voor alle mogelijke specifieke doelgroepen worden opgericht.
Minister Slob is helder over de doelstelling van het wetsvoorstel: dit wetsvoorstel is geen oplossing voor segregatie in het onderwijs. Het dient een ander doel, namelijk het beter laten functioneren van de vrijheid van onderwijs. Het wetsvoorstel moet een scholenaanbod bewerkstelligen dat een goede afspiegeling is van wat ouders en leerlingen willen: een school die bij hen past.

4. Tegengaan van segregatie is aparte doelstelling
Segregatie in het onderwijs wordt wel erkend als probleem, zo valt te lezen in de nota. Maar de regering vindt niet dat de oplossing hiervoor gezocht moet worden in het beperken van belangrijke verworvenheden van ons onderwijsstelsel. Er wordt wel nadrukkelijk gewezen op het beleid om kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen.
Dit gebeurt volgens minister Slob onder andere door:

  • in te zetten op aantrekkelijke scholen van hoge kwaliteit op elke plek
  • het weggenemen van financiële belemmeringen in het onderwijs (de ouderbijdrage moet altijd expliciet vrijwillig zijn)
  • extra begeleiding bij de overgangen in het onderwijs (pilot 10-14 scholen, aanbod van voldoende brede brugklassen en subsidieregelingen)

5. Standaard check op segregatie geen onderdeel van kwaliteitstoets
GroenLinks vraagt wat de regering ervan vindt om in de aanvraagprocedure een standaard check op segregatie op te nemen. Slob wil dat niet en stelt dat het wetsvoorstel de kwaliteitstoets op zes deugdelijkheidseisen baseert, die noodzakelijk, relevant, objectief en proportioneel zijn:

  • voorzieningen voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte
  • afstemming van het onderwijs op het niveau van de leerling
  • inrichting van de onderwijstijd
  • inhoud van het onderwijs
  • burgerschapsonderwijs
  • vormgeving van de bestuursstructuur

De onderwijswetgeving bevat geen wettelijke voorschriften over segregatie of het tegengaan van segregatie. Dat is daarom ook geen deugdelijkheidseis bij de besluitvorming over het bekostigen van een nieuwe school. De invulling van burgerschapsonderwijs wordt wel belangrijk onderwerp van gesprek bij de start van een nieuwe school.

Om dezelfde reden worden er ook geen strengere eisen gesteld aan het toelatingsbeleid van scholen. Slob sluit zich aan de constatering van de Onderwijsraad dat er geen aanwijzingen zijn dat onderwijsvrijheid segregatie veroorzaakt.

6. Besturen van nieuwe en bestaande scholen over één kam?
De ChristenUnie wil van de regering weten of het zinvol en wenselijk is dat alle besturen die een nieuwe school willen starten over één kam worden geschoren. Er wordt volgens de fractie namelijk geen onderscheid gemaakt tussen besturen die al een of meerdere scholen in stand houden en besturen die voor het eerst met een school gaan beginnen. Is uitvoerige voorafgaande toetsing dan wel nodig of kan er maatwerk geleverd worden? Volgens minister Slob komt het ook bij bestaande scholen van bestaande besturen voor dat er grote kwaliteitsverschillen zijn tussen die scholen. Om die reden vindt hij het dus van belang dat de bekostiging van een nieuwe school in alle gevallen volgens de nieuwe voorschriften wordt beoordeeld.

7. Geen formele adviesrol gemeenten
Verschillende fracties, waaronder GroenLinks en PvdA, willen weten of gemeenten een formele adviesrol kunnen krijgen. Hoewel de minister de lokale kennis en expertise van gemeenten onderkent, vindt Slob dat een formele adviesrol voor de gemeente of een verplichting tot een gesprek daar niet bij past. Als het gaat om het stichten van scholen, moet recht gedaan worden aan de vrijheid van onderwijs. Voor alle scholen moet een gelijk beoordelingskader gelden.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs