U bent hier

School heeft roeping op existentiële vragen in te gaan

“Waar is over-opa nou?”, vraagt de driejarige peuter aan zijn moeder als hij zijn overleden overgrootvader ziet.  Al op jonge leeftijd stellen kinderen existentiële vragen. En scholen, zegt schoolbestuurder Gerard van Vliet, hebben de roeping iets met die vragen te doen. “Overal in het onderwijs is nu aandacht voor persoonsvorming en daarbinnen moet op bijzondere scholen de ontwikkeling van persoonlijke levensbeschouwing centraal staan.”

Van Vliet is niet alleen bestuurder van scholengemeenschap Ubbo Emmius in Stadskanaal e.o., hij is ook voorzitter van de commissie Onderwijs en Zingeving van Verus. In het gesprek over persoonsvorming in het onderwijs wijst hij op de levensbeschouwelijke ontwikkeling die daarbij hoort. “Wat is de zin van het leven en als het gaat om de beantwoording van die vraag: wat is het gedrag dat daarbij hoort? Iedereen is daarmee bezig, iedereen wil aan het eind van zijn leven dat hij een steen heeft verlegd in een rivier op aarde. Het is niet onbelangrijk dat scholen daar aandacht voor hebben.”

Commissieplan

Christelijke en katholieke scholen kunnen vanuit hun traditie invulling geven aan persoonsvorming. “We hebben allemaal een interne drive om daarmee aan de slag te gaan, in onze vakken en pedagogiek”, merkt Van Vliet. Maar hij ziet ook veel verlegenheid. De commissie die hij voorzit schreef een commissieplan waarin o.a. die verlegenheid wordt genoemd als een thema dat aandacht zou moeten krijgen binnen Verus. Niet om daarbij te blijven stil staan, maar om scholen te helpen voorbij die verlegenheid te komen.

In acht punten beschrijft de commissie een visie die daarbij zou kunnen helpen. Daarbij gaat het ook over heel andere zaken, bijvoorbeeld over de vraag hoe het christelijk onderwijs zijn maatschappelijke opdracht kan waarmaken: wie zijn we voor de samenleving?

Kleurrijk palet

De grote verscheidenheid van christelijke en katholieke scholen wordt in het commissieplan een ‘kleurrijk palet’ genoemd. “Ik vind dat we blij moeten zijn met die verscheidenheid”, zegt Van Vliet, “want we kunnen elkaar verrijken”. Dat begint volgens hem met de intentie elkaar over en weer te willen begrijpen en hij wijst erop dat aandacht voor persoonsvorming en levensbeschouwelijke ontwikkeling bindend kan zijn, te midden van de grote diversiteit.

Het antwoord op de vraag “Waar is over-opa nou?” zal verschillend kunnen zijn, merkt Van Vliet op, maar op alle scholen zullen deze en andere existentiële vragen worden opgepakt en zo zal er aandacht zijn voor persoonlijke levensbeschouwelijke ontwikkeling van leerlingen.

Meedenken? De commissie kan nog leden gebruiken. Neem contact op met secretaris Jacomijn van der Kooij

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs