U bent hier

Scholen: Mobieltjes op school bieden pedagogische kansen

Nederlandse schoolleiders en directeuren denken verschillend over het Franse mobieltjesverbod, maar in de reacties zit wel een rode draad: duidelijke afspraken zijn belangrijk, maar landelijk verbieden gaat te ver. Ruim een op de drie respondenten ziet pedagogisch-didactische kansen zo blijkt uit een peiling van Verus over het Franse mobieltjesverbod, waar meer dan 600 schoolleiders en directeuren van basis- en middelbare scholen aan meededen. 

Op de vraag in welke mening over het Franse mobieltjesverbod men zich het meest herkent geeft 39 procent aan dat een verbod duidelijkheid geeft (PO 47%, VO 19%), 20 procent is tegen het verbieden van communicatiemiddelen van leerlingen (PO 16%, VO 50%) en 36 procent ziet pedagogisch-didactische kansen. De respondenten willen graag dat hun leerlingen meer real life contact hebben met elkaar in plaats van online contact. Een verbod van mobieltjes is daarvoor het verkeerde instrument, want via passende werkvormen kun je ook prima het real life contact stimuleren.

Trots op het Nederlandse onderwijsstelsel

“Als ik de uitkomsten van deze peiling lees ben ik trots op ons onderwijsstelsel, onze scholen en onze leraren”, zegt Cor Clarijs, voorzitter van Verus. “In Nederland bepalen scholen zelf of ze mobieltjes verbieden, gedeeltelijk toestaan of juist benutten in bepaalde lessen. Wat ik teruglees is dat kinderen niet veel leren van iets dat door de Staat verboden wordt. Het is juist belangrijk dat leerlingen leren omgaan met wat bijna het belangrijkste in hun leven is en soms hoort daar ook de afspraak bij dat een mobieltje niet is toegestaan. Die diversiteit is toch veel mooier dan een landelijk verbod!? Het is aan scholen om te doen wat in het belang is van de ontwikkeling van de leerling in relatie tot medeleerlingen en omgeving.” 

Weinig weerstand tegen afspraken over mobieltjes in het PO, meer in het VO

Tweederde van de respondenten geeft aan dat er geen weerstand is tegen de afspraken over het gebruik van mobieltjes, tablets en notebooks op school. Respondenten uit het VO geven aan dat 31 procent van de leerlingen en 26 procent van de leraren moeite heeft met de afspraken over het gebruik van own devices. Docenten staan meestal achter het beleid van de school om devices positief in te zetten in het onderwijs, maar zouden own devices soms het liefst uitbannen uit de klas, zo wordt geschreven in de toelichting bij de vragen. Bij een enkele school wordt het beleid juist gemaakt door leraren en leerlingen samen en soms bepaalt de school na overleg met de GMR. Als risico wordt genoemd dat negatieve aspecten die op social media spelen nu wel de school in komen. De afspraken en de naleving komen aan de orde bij inschrijving, in de schoolgids en tijdens ouderavonden.
 

Devices zijn een hulpmiddel bij het leren, maar een periode zonder is ook gezond

Een grote meerderheid van 85% is het eens met de stelling dat mobieltjes, tablets en notebooks een hulpmiddel zijn bij het leren, terwijl 82% vindt dat perioden zonder beeldscherm goed zijn voor het welzijn van de leerlingen. Acht van de tien respondenten vindt dat scholen technologisch up-to-date moeten zijn om de aansluiting bij hun leerlingen niet te verliezen, maar dan moeten de vergoedingen van de overheid daarvoor wel toereikend zijn. Tot slot is de algemene verwachting dat de rol van de leraar ingrijpend gaat veranderen als gevolg van het gebruik van kunstmatige intelligentie.

Trouw publiceerde over de uitkomst van onze ledenpeiling. Scholen willen geen mobieltjesverbod, smartphone is prima hulpmiddel in de les

Bekijk hier waarom leerlingen van CSG Prins Maurits in Middelharnis zelf het initiatief namen om een offline chill zone in te richten.

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs