U bent hier

'Scholen die hun kop boven het maaiveld uitsteken, worden tekortgedaan'

Oordeel ‘excellent’ steeds meer onder druk, kopte Verus vorige week. Johan Veenstra, rector van het Comenius College in Hilversum reageert. “Scholen die het predicaat nu met trots dragen voelen zich lelijk in de kou gezet door ongenuanceerde berichtgeving.”

Wil het voortgezet onderwijs af van het predicaat ‘excellent’ zoals vermeld in de nieuwsbrief van 29 maart jl.? Dat lijkt mij sterk. Het geldt in ieder geval niet voor de 142 scholen en schoolsoorten voor voortgezet onderwijs die het predicaat nu met trots dragen en waarschijnlijk evenmin voor de honderden scholen die het eerder hebben gedragen of er naar hebben meegedongen. Die scholen voelen zich lelijk in de kou gezet door de ongenuanceerde berichtgeving door de VO-raad, de media en nu dus ook Verus.

Het grote misverstand is dat het behalen van het predicaat een eenmalig kunstje is dat veel onnodig werk oplevert en vooral gebruikt wordt om je af te zetten tegen andere scholen. Niets is minder waar. Het aanvragen en het leveren van de bijbehorende onderbouwing is inderdaad best even een klus maar gaat niet ten koste van het dagelijkse werk aan de onderwijskwaliteit. Het predicaat vormt juist een erkenning voor de kwaliteitsontwikkeling waar docenten, schoolleiders en onderwijsondersteuners al veel langer aan gewerkt hebben en zullen blijven werken.De beoordeling gebeurt niet door de inspectie – nog zo’n misverstand – maar door een onafhankelijke jury. Het rapport is openbaar en voor iedereen te lezen op www.excellentescholen.nl. Het effect op de concurrentiepositie van de scholen is in de praktijk beperkt. Soms is er kortstondig sprake van een verhoogde aanmelding van nieuwe leerlingen maar zeker is dat niet en ik ken zelfs een aantal excellente scholen waar de belangstelling daarna juist weer is teruggelopen. Daar hoeven deze scholen het dus niet van te hebben. 

Waar komt de aversie tegen het predicaat dan toch vandaan? Nog maar kort geleden was de stemming anders. In het sectorakkoord uit 2014 waarin het ministerie en de VO-raad invulling hebben gegeven aan hun gezamenlijke ambities werd gesproken over het versterken van een ambitieuze leercultuur op scholen en het versterken van het leren door leraren en schoolleiders, waarbij werd aangegeven dat er nog veel scholen zijn met verbeterpotentieel dat moet worden aangeboord en benut en waarover rekenschap moet worden afgelegd aan de samenleving. “Wij streven naar een cultuur in alle leerwegen waar uitblinken mag en prestaties worden gewaardeerd” staat er over het uitdagen van talentvolle leerlingen en mutatis mutandis geldt dit ook voor het uitdagen van bestuurders, schoolleiders en docenten. En aan het eind van het akkoord volgt er een aantal kwaliteitsafspraken waaraan partijen zich committeren, onder meer over het inzichtelijk en vergelijkbaar maken van de brede kwaliteit, de sociale kwaliteit en de leerwinst die leerlingen en scholen boeken. 

Zodra scholen de uitdaging oppakken en zich aanmelden voor het predicaat ‘excellent’ breekt de kritiek echter los. “Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg” is de boodschap van scholen die het predicaat niet (willen) dragen. “Het predicaat schept maar verwarring bij de ouders van schoolgaande kinderen en kan dus beter worden afgeschaft” stelt de voorzitter van de VO-raad en Verus sluit zich daarbij gretig aan. Een standpunt dat scholen die hun kop boven het maaiveld durven uit te steken, ernstig tekort doet. Ik zou het daarom om willen draaien: het predicaat moet niet worden afgeschaft maar verplicht voor alle scholen als middel om hun kwaliteitsontwikkeling te bevorderen en daarover brede verantwoording af te leggen. Alle scholen excellent!Johan Veenstra

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs