U bent hier

Respijt voor bedreigde kleine basisscholen

Kleine basischolen die vanwege hun geringe aantal leerlingen met opheffing worden bedreigd, krijgen in speciale gevallen langer de tijd om boven de wettelijke opheffingsnorm te blijven. Staatssecretaris Dijksma heeft dat geschreven in een brief aan de Tweede Kamer, waarin ze aankondigt de Wet op het Primair Onderwijs op dat punt aan te passen.

Kleine basischolen die vanwege hun geringe aantal leerlingen met opheffing worden bedreigd, krijgen in speciale gevallen langer de tijd om boven de wettelijke opheffingsnorm te blijven. Staatssecretaris Dijksma heeft dat geschreven in een brief aan de Tweede Kamer, waarin ze aankondigt de Wet op het Primair Onderwijs op dat punt aan te passen.

De bewindsvrouw reageert hiermee op een initiatiefnota, ingediend door het CDA-Kamerlid Jan Jacob van Dijk. In die nota wordt de situatie geschetst van een basisschool in de gemeente Goingarijp in Friesland. Deze school is met ingang van augustus 2008 opgeheven omdat het aantal leerlingen onder de absolute ondergrens van 23 was gezakt. De school had wel vooruitzicht op een toename van het aantal leerlingen vanwege een wijk in aanbouw, maar de wet biedt op dit moment geen ruimte om met dergelijke omstandigheden rekening te houden.

Het CDA constateert in de nota dat de kern van het probleem is gelegen in het feit dat bij de toepassing van het instrument van de gemiddelde schoolgrootte (artikel 157 WPO) een school onder de 23 leerlingen wordt opgeheven zonder dat daarbij rekening kan worden gehouden met contextgevoelige omstandigheden.

Daarom stelt het CDA voor om in de WPO een discretionaire bevoegdheid op te nemen, zodat de minister in specifieke gevallen een uitzondering kan maken op de regels over de opheffing van scholen. De kwaliteit van het onderwijs op die school moet dan wel gegarandeerd zijn. De staatsscretaris schrijft sympathiek te staan tegenover het voorstel van het CDA en maakt er dus werk van.

Dijksma wil vanaf 2010 basisscholen die minder dan 23 leerlingen tellen de mogelijkheid bieden toch te blijven voortbestaan. Scholen kunnen hiertoe een verzoek indienen bij het ministerie van OCW. Het ministerie beoordeelt vervolgens of de scholen in staat zijn boven de 23 leerlingen uit te stijgen. Een school krijgt vervolgens 3 jaar de tijd om alsnog aan het minimum aantal leerlingen te voldoen.

Voorwaarde is wel dat het bestuur waaronder de school valt het gebrek aan leerlingen van deze ene school compenseert met het aantal leerlingen van andere scholen. Staatssecretaris Dijksma houdt de kwaliteit van de zeer kleine scholen goed in de gaten. Er zal daarom verscherpt toezicht plaatsvinden gedurende de termijn van maximaal 3 jaar.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs