U bent hier

Reparatiewetgeving te laat voor kwesties over passend werk

De Centrale Raad van Beroep heeft in twee zaken geoordeeld dat UWV werknemers terecht een ww-uitkering heeft toegekend, hoewel hen een passende baan was aangeboden. De uitkomst van de beroepszaken is teleurstellend, zegt mr. Fenneke Scholten van Aschat, jurist bij de Besturenraad. Op basis van de per 1 januari 2012 gerepareerde wetgeving zouden ze geen uitkering hebben gekregen.

De rechtbanken in respectievelijk 's-Hertogenbosch en Leeuwarden hadden in eerste instantie het beroep van de betrokken schoolbesturen (de werkgevers) tegen een toekenning van een ww-uitkering in de redelijk identieke zaken gegrond verklaard. Mr. Scholten van Aschat, die de besturen jurdisch terzijde stond, had er goede hoop op dat de Centrale raad van Beroep de uitspraak van de beide rechtbanken zou bevestigen. Het belang voor de schoolbesturen in het al dan niet toekennen van een ww-uitkering aan hun ex-werknemers is erin gelegen dat zij 25% van de kosten van de uitkering voor hun rekening moeten nemen.

De twee zaken gaan over een conciërge respectievelijk een docent die ieder op basis van een tijdelijk contract waren aangesteld op hun scholen. De concierge liet weten geen verlenging te wensen van zijn tijdelijk contract. De docent kreeg van zijn bestuur het aanbod om zijn werk in vaste dienst voort te zetten. Hij wenste daar echter geen gebruik van te maken. Volgens mr. Scholten van Aschat, was er daardoor op grond van artikel 24 in de WW, sprake van verwijtbare werkloosheid en zouden ze niet in aanmerking moeten komen voor een uitkering.

Gerepareerd
UWV meende dat de bepalingen in genoemd artikel anders uitgelegd moeten worden en dat er dus geen sprake was van verwijtbare werkloosheid  De Centrale Raad is daar in meegegaan en bevestigt daarmee zijn eerdere uitspraak van 24 juni 2009. Inmiddels is de wet gerepareerd omdat de wetgever zich heeft gerealiseerd dat de toenmalige formulering van art. 24 WW tot een niet-beoogd effect leidt. De twee kwesties speelden in 2010 en de  wetswijziging is met ingang van 1 januari 2012 van kracht. De Raad van Beroep wilde echter niet op die nieuwe wetgeving anticiperen.

Voor Alma van Bommel, rector van het ds. Pierson College in 's-Hertogenbosch, is de uitspraak van de Centrale Raad, onverteerbaar. "De uitspraak van de rechtbank was heel logisch. We waren zeer tevreden over de docent en hebben hem na afloop van het tijdelijke contract een vaste aanstelling aangeboden. Maar hij heeft eenzijdig gezegd, 'nee dank u wel'. Dat zo iemand dan toch in aanmerking komt voor een ww-uitkering is onbegrijpelijk". Volgens de rector gaat het hier om een maatschappelijk belang. De uitkering gaat ten koste van het budget dat voor onderwijs bedoeld is.

En wat het in haar ogen heel bizar maakt is dat het ds. Pierson College op enig moment gedwongen kan zijn om aan de reïntegratie van de betrokken docent mee te betalen, hoewel er eerder een passende baan beschikbaar was. "Dit botst wel heel erg met mijn gevoel van rechtvaardigheid. Ik vind het een foute aanwending van middelen van de maatschappij en van het onderwijs."

Dat de maas in de wet inmiddels gedicht is kan de boosheid van de rector nauwelijks temperen. Ze roept  collega's op om toch vooral aan de bel te trekken als ze merken dat regelgeving een onredelijke uitkomst heeft. "Anders blijven zaken in stand die niet kunnen."

 

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs