U bent hier

Rendementsdenken bediscussieerd in Kamer

Er broeit iets in het hoger onderwijs. Dat bleek wel uit de protesten van studenten en docenten van de Universiteit van Amsterdam (UvA) die leidden tot de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis. De protesten, die landelijk weerklank vonden, richten zich tegen het rendementsdenken in het onderwijs, de te beperkte medezeggenschap en de dreigende kaalslag binnen de Geesteswetenschappen. Een verslag van het rondetafelgesprek hierover in de Tweede Kamer.

Om zich te informeren over de standpunten van de verschillende betrokkenen en deskundigen in het hoger onderwijs, organiseerde de Vaste Kamercommissie voor OCW gisteren een rondetafelgesprek. De gasten hadden de Kamerleden al voorzien van de nodige informatie op papier, maar kregen tijdens het gesprek uitgebreid de gelegenheid hun standpunten toe te lichten.

Wantrouwen

Zo stelde Jan Rotmans (hoogleraar Transitiekunde aan de Erasmus Universiteit) dat het Nederlandse onderwijssysteem gebaseerd is op wantrouwen en op het zo efficiënt mogelijk zoveel mogelijk studenten afleveren.

Productie draaien

Pieter Pekelharing (docent aan de UvA en betrokken bij het kritische platform ReThink UvA) was het met Rotmans eens. Volgens hem moeten universiteiten steeds meer studenten in kortere tijd over een hogere drempel helpen. Dat leidt tot perverse prikkels. Pekelharing maakte de vergelijking met de zorg en de rechtspraak. Ook daar gaat het tegenwoordig volgens hem met name om 'productie draaien'.

Rendementsprikkels

Student wijsbegeerte en een van de leiders van de protesten aan de UvA Tivadar Vervoort wees op de prestatieafspraken die rendementsprikkels bevatten. Volgens hem steekt het universiteitsbestuur wel geld in vastgoed, maar niet in onderwijs.

Afschaffen prestatieafspraken

Wat Lisa Westerveld (voorlichter van de AOb en voormalig voorzitter van de LSVB) betreft worden de prestatieafspraken afgeschaft. Zij toonde zich voorstander van een duidelijker vastleggen van de rechten op medezeggenschap, waarbij ze erop wees dat de wet slechts minimumnormen stelt.

Emancipatie

Jean Tillie (hoogleraar politicologie aan de UvA en ook verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam) schreef de rendementsdruk toe aan het landelijk beleid, maar stelde dat die druk wel een emancipatoir effect heeft gehad: zonder de rendementsdruk zouden er niet zoveel vrouwen en leden van achterstandsgroepen studeren. Hij waarschuwde dat het afwijzen van een rendementsdenken zonder een alternatief voor een objectieve meting van kwaliteit zal leiden tot een terugkeer naar een situatie waarin studeren alleen is weggelegd voor de elite. Een andere prikkelende stelling van Tillie: "Onderwijskwaliteit heeft niets te maken met medezeggenschap."

Kwaliteit en rendement

Universitair docent Scott Douglas wees op ‘zijn’ Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit van Utrecht (UU) als voorbeeld van een situatie waarin kwaliteit en rendement samengaan.

Wat moet er veranderen?

Verschillende Kamerleden wilden weten wat er aan het onderwijsbeleid moet worden veranderd om aan de kritiek vanuit het hoger onderwijs tegemoet te komen. Rotmans waarschuwde tegen nieuw beleid. Volgens hem leidt beleid automatisch tot een overmatige focus. Hij hekelde ook de uniformering en standaardisering die het huidige beleid kenmerkt.

Verleiden in plaats van duwen

Douglas wilde ook geen standaardisering en pleitte voor het verleiden van studenten tot het behalen van bijvoorbeeld een honours degree in plaats van hen daarheen te duwen. Westerveld zette vraagtekens bij raden van toezicht en vond dat opleidingscommissies veel belangrijker zijn. Wat haar betreft zou medezeggenschap moeten functioneren als een gemeenteraad.

Verantwoording

Tillie tenslotte was van mening dat de verantwoording veel lager in de organisatie moet worden gelegd: niet op instellingsniveau, maar op het niveau van faculteiten en opleidingen. En de verantwoording is wat hem betreft een combinatie van kwantitatieve gegevens met een kwalitatieve verdieping.

Schade aan het Maagdenhuis

Michel Rog (CDA) wilde van Pekelharing en Vervoort weten wat zij vonden van de grote schade die in het Maagdenhuis is aangericht door de bezetters en waarom de bezetters het op een ontruiming hebben laten aankomen. Volgens Pekelharing en Vervoort viel er te twisten over de precieze hoogte van het schadebedrag. Hoewel zij de schade zeiden te betreuren was de bezetting volgens hen wel nodig. Want door de bezetting ging het bestuur overstag.

Teveel de vinger naar Den Haag

Aan het tweede deel van het rondetafelgesprek nam onder meer rector magnificus en tevens waarnemend bestuursvoorzitter van de UvA Dymph van den Boom deel. Zij stelde dat het academisch debat is vervangen door Haagse regels en dat Nederland in Europa op plaats 23 staat op het gebied van academische vrijheid. Van den Boom werd kritisch bevraagd door met name Paul van Meenen (D66). Hij vond dat Van den Boom teveel naar restricties vanuit ‘Den Haag’ wees, terwijl zij zelf de mogelijkheid heeft om de medezeggenschap te versterken en het geld anders uit te geven. Bijvoorbeeld aan onderwijs in plaats van aan vastgoed.

Langer studeren

Van den Boom stelde dat er nu wordt gewerkt aan de versterking van de medezeggenschap, maar dat de lage opkomstpercentages bij verkiezingen problematisch zijn.  Volgens haar krijgt de universiteit geen extra geld wanneer studenten langer studeren dan nominaal en is het extra geld dat ontvangen is voor de Geesteswetenschappen daar ook aan besteed. Ze bestreed dat er geld dat voor onderwijs bestemd is, wordt uitgegeven aan huisvesting. Van den Boom vond dat Van Meenen wel beweerde dat het bestuur van de UvA verkeerde keuzes maakt, maar daarvoor geen argumenten gaf.

Gekozen bestuurders

In dit deel van het rondetafelgesprek kwam ook de wet Modernisering Universitaire Bestuurshervorming uit 1997 (MUB - bedoeld om het universiteitsbestuur slagvaardiger te maken) aan de orde. Volgens UvA-student en Maagdenhuisbezetter Jaap Oosterwijk is met de MUB te veel macht bij het bestuur terechtgekomen in plaats van bij de studenten. Hij pleitte voor het laten kiezen van de bestuurders. Ook vice-voorzitter van de Centrale Studentenraad van de UvA Dennis van Velzen wilde een andere manier van aanstellen van bestuurders, waarmee hij ook bijvoorbeeld decanen en opleidingsdirecteuren bedoelde. Van Velzen stelde dat er slecht naar de medezeggenschap geluisterd wordt en dat er daarom allerlei actiegroepen zoals ReThink, Humanities Rally, Science in Transition en H.NU zijn ontstaan. Medezeggenschap komt wat hem betreft lager in de organisatie te liggen.

Minder medezeggenschap

Dit beaamden Ingmar Visser (universitair docent en vice-voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad van de UvA) en Marijtje Jongsma (universitair docent aan de Radboud Universiteit en bestuurslid van de Vakbond voor de Wetenschap). Volgens de laatste heeft de MUB de medezeggenschap verminderd en wat haar betreft zijn langste tijd gehad. Op een vraag van Rog stelde van den Boom echter dat de MUB nog wel geschikt is en dat de UvA hem zo zal invoeren dat de autonomie terugkomt op de werkvloer.

Focus verleggen naar Bildung

Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) toonde zich enthousiast over de prestatieafspraken. Visser zei dat de Centrale Ondernemingsraad daar weliswaar over had meegesproken, maar dat het neerdalen ervan op de werkvloer "problematisch" is. Tegen het einde van het gesprek stelde Dymph van den Boom dat de focus te veel heeft gelegen op de aantallen geslaagde studenten en dat onderwijskwaliteit in het verleden te weinig centraal heeft gestaan. Nu het rendement op orde is kan het accent volgens haar verlegd worden naar Bildung.

 

WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs