U bent hier

Rekenpeil basisonderwijs daalt langzaam

Rekenpeil basisonderwijs daalt langzaam

De rekenprestaties van kinderen op de basisschool zijn de afgelopen jaren in kleine stapjes gedaald. Internationaal staat Nederland met een negende plaats nog net in de internationale top tien, maar in 2003 stond ons land nog op de zesde plaats. Dit blijkt uit de toetsresultaten binnen het grootschalige internationale TIMSS-onderzoek.

Rekenpeil basisonderwijs daalt langzaam

De rekenprestaties van kinderen op de basisschool zijn de afgelopen jaren in kleine stapjes gedaald. Internationaal staat Nederland met een negende plaats nog net in de internationale top tien, maar in 2003 stond ons land nog op de zesde plaats. Dit blijkt uit de toetsresultaten binnen het grootschalige internationale TIMSS-onderzoek.

Sinds 1995 doen wereldwijd leerlingen van 9 en 10 jaar (in Nederland groep 6) mee aan de reken- en natuuronderwijstoets van Trends in International Mathematics and Science Study (TIMSS). In Nederland zijn de Universiteit Twente en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) bij de uitvoering van het onderzoek betrokken.

In een persbericht over de resultaten van 2007, melden de beide organisaties dat de Nederlandse leerlingen nog wel goed kunnen rekenen, maar dat het peil langzaam achteruit is gegaan in vergelijking met eerdere metingen in 2003 en 1995.

Marten Roorda, directeur van het Cito, sprak eerder dit jaar (2008) in een interview met ons maandblad SBM nog zijn zorgen uit over het niveau van het basisonderwijs. "Er zijn signalen dat het niveau daalt, maar we kunnen het niet bewijzen", zei Roorda toen. Verbetering van het reken- en taalonderwijs is nu een van de speerpunten van de bewindslieden op OCW.

Binnen het TIMSS-onderzoek is niet gekeken naar mogelijke oorzaken voor de daling. De onderzoekers hebben o.a. wel geconstateerd dat leerlingen meer gebruik maken van rekenmachines en dat leerkrachten minder aan bijscholing hebben gedaan wat betreft het rekenonderwijs. Opvallend is wel dat Nederland relatief veel tijd inruimt voor rekenonderwijs.

Nederland neemt met een gemiddelde toetsscore van 535 de negende plaats in op de internationale ranglijst van TIMSS-2007 (het internationaal gemiddelde van 1995 is op 500 gesteld). Deze lijst van 36 landen wordt aangevoerd door Hong Kong, met een gemiddelde score van 607. Van de ruim 4300 getoetste Nederlandse leerlingen haalde maar 2% het laagste, basale kennisniveau in rekenen niet. Daar staat tegenover dat slechts 7% van de leerlingen het meest gevorderde rekenniveau heeft bereikt. De Nederlandse prestaties voor natuuronderwijs zijn in vergelijking tot 1995 nauwelijks achteruit gegaan.

Opvallend is dat Nederland tot een relatief kleine groep landen behoort waar meisjes de TIMSS-toets minder goed hebben gemaakt dan jongens. In vergelijking tot 2003 is het sekseverschil voor rekenen zelfs weer iets toegenomen. Vooral voor allochtone meisjes is de situatie volgens de Nederlandse onderzoekers zorgelijk; zij presteren in TIMSS-2007 aanzienlijk minder goed dan allochtone jongens en autochtone meisjes. Meisjes hebben bovendien minder vertrouwen in hun rekenvaardigheden dan jongens. Allochtone meisjes zijn daarin net zo onzeker als autochtone meisjes.

De onderzoekers wijzen ook op de veranderende didactische aanpak in het basisonderwijs. In vergelijking met 2003 heeft het onderwijs in groep 6 in 2007 een meer 'leerling-georiënteerd' karakter gekregen. Zo zijn leerlingen gemiddeld minder vaak tegelijkertijd met dezelfde leerstof bezig. Ook werken ze vaker met elkaar samen, kijken ze vaker hun eigen of elkaars werk na en voeren ze vaker vakoverstijgende taken uit.

Leerlingen, leerkrachten en schoolleiders zijn overwegend positief over het leerklimaat op hun school. Deze positieve houding is ten opzichte van 2003 nauwelijks veranderd. Leerlingen hebben wel iets minder plezier in rekenen en natuuronderwijs sinds het vorige TIMSS-onderzoek.

>>Meer informatie over TIMSS

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs