U bent hier

Rekenkamer: ‘Geldstromen passend onderwijs standaardiseren en uniformeren’

Wat er met het geld voor passend onderwijs gebeurt? De Rekenkamer kan er niet achterkomen. Daarom adviseert zij beter toezicht en uniformering van de geldstromen. En snel een beetje. Want zoals het nu is kunnen financiële belangen overheersen bij de verdeling van middelen. Dat laatste acht Verus zeker niet bewezen. En was verschil niet juist wat beoogd werd met passend onderwijs? 

De Rekenkamer bood haar rapport vorige week bij het ministerie aan. Conclusie: er valt onvoldoende te controleren waar het geld van passend onderwijs blijft.

Daarom adviseert de Rekenkamer het volgende:

  • Beter horizontaal toezicht van de samenwerkingsverbanden. Daarvoor moeten algemeen gebruikte codes worden ingevoerd
  • De besturen en toezichthouders van samenwerkingsverbanden zouden geheel onafhankelijk moeten zijn, zodat financiële motieven niet overheersen 
  • De ondersteuningsplanraad moet veel beter geïnformeerd worden dan nu het geval is om zo steviger tegenwicht te bieden

Kortom: standaardisatie en uniformeren, zodat samenwerkingsverbanden met elkaar vergeleken kunnen worden en de horizontale verantwoording onafhankelijk is. 
Op dit moment zijn volgens de Rekenkamer een gelijke behandeling en kansen van leerlingen mogelijk in gevaar.

Niet de geldstroom, maar de leerlingen bewijzen het succes

Als de adviezen van de Rekenkamer uitgevoerd worden, leidt dit tot een nieuwe bestuurslaag in passend onderwijs. En dat moest koste wat kost vermeden worden bij passend onderwijs. 
De besturen van samenwerkingsverbanden worden op dit moment gevormd door deelnemende schoolbesturen. Dus ja: die hebben een financieel belang. Maar dat de keuzes die zij maken worden ingegeven door financiële motieven, ziet Verus niet bewezen. 

Om over het succes van passend onderwijs te kunnen oordelen moet naar de leerling gekeken worden en het effect dat geboden is door extra onderwijszorg in school. 

Verschil was het doel

De Rekenkamer heeft gelijk als zij schrijft dat het toetsen en vergelijken van de resultaten van passend onderwijs heel lastig is. Maar de bedoeling van passend onderwijs was júist om extra onderwijssteun veel meer op regionale maat in te richten. Uniformering in beoordelingskaders passen dan ook niet bij de bedoeling van onderwijs op maat.

Verevening leidt tot ongelijkheid

Verus ziet dus niet bewezen dat de huidige governance tot ongelijkheid leidt. De verevening doet dat wel. En dat schrijft de Rekenkamer ook: “Een opeenhoping als gevolg van de invoering van (negatieve) verevening, leerlingendaling en ongelijke verdeling van een hoog aandeel leerlingen in speciaal onderwijs. Deze stapeling kan, volgens de Rekenkamer negatief uitpakken voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.”
Dáár zou de overheid wel actie op moeten ondernemen.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs