U bent hier

Rekenen zwak punt op Vrije school

Leerlingen op een Vrije school zijn doorgaans niet goed in rekenen, maar ze staan wel positiever tegenover leren, dan hun leeftijdgenoten in het reguliere onderwijs. Dat is een van de uitkomsten van een onderzoek van Hilde Steenbergen, die op vrijdag 12 maart 2009 promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Leerlingen op een Vrije school zijn doorgaans niet goed in rekenen, maar ze staan wel positiever tegenover leren, dan hun leeftijdgenoten in het reguliere onderwijs. Dat is een van de uitkomsten van een onderzoek van Hilde Steenbergen, die op vrijdag 12 maart 2009 promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Vrije scholen baseren zich op het gedachtengoed van de antroposoof Rudolf Steiner. In hun onderwijsaanpak gaan de docenten uit van een brede ontwikkeling van hun leerlingen. In het onderwijsprogramma zijn de cognitieve vakken gelijkwaardig aan onderdelen die zijn gericht op kunstzinnige vorming en sociaal-emotionele ontwikkeling. Bij de Vereniging van Vrije scholen zijn een zeventigtal scholen, verspreid over heel Nederland, aangesloten. De leerlingen zijn overwegend afkomstig uit hogere sociale milieus.   Bij de Onderwijsinspectie bestonden al langer zorgen over de kwaliteit van het onderwijs op deze scholen, er staan er relatief veel op de lijst van zeer zwakke scholen. De inspectie heeft overigens vastgesteld dat het ook voor zwakke Vrije scholen mogelijk is om het onderwijs op een niveau te brengen dat, op grond van de leerlingenpopulatie, verwacht mag worden.

Dat er aanzienlijke verschillen zaten tussen het Vrije school onderwijs en het reguliere onderwijs, werd overigens al langer aangenomen. Een wetenschappelijk verantwoorde vergelijking werd echter pas mogelijk vanaf het begin van deze eeuw, toen de (voortgezette) Vrije scholen zich aansloten bij het systeem van de basisvorming en de tweede fase.

Uit die vergelijking komt volgens promovenda Steenbergen onder meer naar voren dat na drie jaar voortgezet onderwijs de Vrije scholen lager op Nederlands en wiskunde scoren, dan de reguliere. Voor wiskunde geldt volgens haar dat Vrije schoolleerlingen vaak met een (flinke) achterstand aan de middelbare school beginnen.

Opvallend is dat het academisch zelfbeeld van Vrije schoolleerlingen hoger ligt dan dat van leerlingen in het reguliere onderwijs. En dat terwijl de prestaties over het algemeen dus lager liggen. 'Dat kan het gevolg zijn van zelfoverschatting, maar ook van minder faalangst', meent Steenbergen.

PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs