U bent hier

Regeling bijzondere bekostiging bij fusie PO-scholen aangescherpt

De oude fusieregeling voor po-scholen blijft, maar er wordt een nieuwe eis geïntroduceerd waaraan voldaan moet worden om voor deze voorziening in aanmerking te komen. Dat maakte staatssecretaris Dekker deze week bekend.

Staatssecretaris Dekker heeft op 2 juni 2017 een nieuwe Regeling en beleidsregel gepubliceerd  over het onderwerp: bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs.

Bekostiging zes jaar behouden

Er was altijd al een regeling fusiefaciliteiten. Die is in 2015 aanzienlijk verruimd, omdat fusies een antwoord kunnen zijn op de krimp.
De regeling van 2015 hield in dat bij een samenvoeging van scholen de nieuwe fusieschool tot zes jaar later de volledige bekostiging blijft behouden die de oude scholen in het jaar voorafgaand aan de fusie gezamenlijk hadden. Zaken als de vaste voet per school en de directietoeslag per school gaan op die manier gedurende 6 jaar niet verloren.

Bekostiging afhankelijk van leerlingen die meegaan

Die regeling blijft, maar er wordt een nieuwe eis geïntroduceerd waaraan voldaan moet worden om voor deze voorziening in aanmerking te komen.
De nieuwe voorwaarde houdt in dat ten minste 50% van de leerlingen van de op te heffen school moet zijn overgegaan naar de fusieschool. 

  • Als dat aantal niet gehaald wordt, maar nog wel minimaal 25% van de leerlingen van de op te heffen school overstapt naar de fusieschool, dan geldt een minder royale regeling, die sterk lijkt op wat vóór 2015 gold. De fusieschool krijgt dan het eerste jaar na fusie nog 100% compensatie voor de teruggang ten opzichte van de personele vergoeding van de gezamenlijke scholen vóór de fusie, maar in het tweede jaar wordt dat 80%, het derde jaar 60%, enz.
  • Als minder dan 25% van de leerlingen van de op te heffen school over gaat naar de fusieschool dan krijgt de fusieschool geen enkele bijzondere bekostiging.

Wel zal een bestuur met meerdere scholen, dat vrijwillig een school opheft die niet onder de opheffingsnorm is, een tegemoetkoming kunnen krijgen. Dit is een bijzondere bekostiging ter grootte van een jaar leerlingafhankelijke personele bekostiging en 5 maanden materiële bekostiging.

School bestaat uit meer dan alleen leerlingen

Het was ook vóór deze nieuwe regeling al een opvatting van de staatssecretaris dat voor toekenning van fusiegelden nodig was dat  “een substantieel deel” van de leerlingen overging van de op te heffen school naar de fusieschool. Anders was volgens de staatssecretaris geen sprake van een samenvoeging. Dit stond echter niet in de regeling van 2015 te lezen en is ook niet vanzelfsprekend. Een school bestaat uit méér dan alleen leerlingen, en een samenvoeging komt tot stand door een besluit van het bestuur of de besturen van de betrokken scholen, met instemming van hun medezeggenschapsraden.

Er zijn dan ook geschillen ontstaan tussen de staatssecretaris en meerdere gefuseerde scholen die volgens het ministerie geen recht hebben op fusiegelden, omdat niet, of niet precies op de fusiedatum, een substantieel deel van de leerlingen is overgegaan naar de nieuwe school. In deze geschillen, die om veel geld gaan, zal naar verwachting de bestuursrechter de beslissing moeten brengen.
Het ziet ernaar uit dat de nu gepubliceerde nieuwe Regeling als reparatiewetgeving bedoeld is.
De regeling heeft geen terugwerkende kracht en geldt voor fusies op 1 augustus 2017 en later.

Voor vragen over dit onderwerp kunnen leden van Verus terecht bij de afdeling Advocaten en Juristen,  T 0348-744444.

PO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs