U bent hier

Regeerakkoord: cocktail van ontslaggronden weer mogelijk

Hoopvol nieuws voor het arbeidsrecht. Als er sprake is van een combinatie van ontslaggronden moet de rechter weer de mogelijkheid krijgen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zo valt te lezen in het Regeerakkoord. 

Ontslag moeilijker onder WWZ

De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) heeft het aanzienlijk moeilijker gemaakt om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te krijgen. Uit een evaluatie na een jaar WWZ blijkt dat er veel meer ontbindingsverzoeken door de kantonrechter zijn afgewezen dan onder het oude recht. Maar liefst 80% van de verzoeken die was gedaan op grond van disfunctioneren strandde, omdat de werkgever naar het oordeel van de rechter onvoldoende dossier had.

Waarom is het onder de WWZ zoveel moeilijker geworden om een ontbinding te krijgen? In de eerste plaats omdat de werkgever één van de in de wet genoemde ontslaggronden moet kiezen. Daarvan moet hij een “voldragen” dossier hebben, dat wil zeggen een dossier dat aan alle wettelijke voorwaarden voldoet. Een tweede oorzaak is dat de beoordelingsvrijheid van de rechter is ingeperkt. Is een dossier onvoldoende, dan mag de rechter de arbeidsovereenkomst niet ontbinden. Ook niet als de rechter constateert dat het voor beide partijen beter zou zijn als ze uit elkaar zouden gaan. 

Vóór de WWZ

Dit was voor de WWZ anders. Ontslaggronden mochten worden gestapeld: wanneer er bijvoorbeeld sprake was van disfunctioneren in combinatie met een verstoorde arbeidsverhouding kon dat samen voldoende grond zijn voor ontslag. Een eventueel gebrek in het dossier kon gecompenseerd worden door een hogere ontslagvergoeding. De rechter had de vrijheid om te oordelen naar redelijkheid en billijkheid.

Regeerakkoord

In het Regeerakkoord wordt onderkend dat de WWZ tot gevolg heeft gehad dat ontslag soms onnodig wordt bemoeilijkt: “Werkgevers lopen tegen situaties aan waarin op basis van elk van de afzonderlijke bestaande ontslaggronden onvoldoende wettelijke basis is voor ontslag, maar waar wel bij meerdere gronden gedeeltelijk sprake is van problemen (bijvoorbeeld verwijtbaar handelen gecombineerd met disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie).”
Volgens het Regeerakkoord moet in die gevallen de rechter de afweging kunnen maken of op basis van een dergelijke cumulatie van omstandigheden ontslag gerechtvaardigd is. De rechter krijgt daarbij de mogelijkheid (maar is daartoe niet verplicht) aan de werknemer een extra vergoeding toe te kennen als hij de arbeidsovereenkomst ontbindt. Deze extra vergoeding kan maximaal de helft van de transitievergoeding bedragen (bovenop de al bestaande transitievergoeding). 

Rechtvaardigheid weer boven rechtszekerheid

Het is goed nieuws dat de regering de zogenaamde “cocktail van ontslaggronden” weer mogelijk wil maken. De rechter krijgt dan weer de ruimte om te toetsen aan open normen als de redelijkheid en billijkheid en de bijzondere omstandigheden van het individuele geval.
De WWZ beoogde het ontslagstelsel eenvoudiger, sneller en eerlijker te maken door in de wet harde regels vast te leggen. Op die manier moest voor iedereen duidelijk zijn bij welke instantie een ontslag getoetst kan worden, wanneer een ontslag gerechtvaardigd is en welke vergoeding daarbij hoort.
De vrijheid van de rechter om aan de hand van open normen een individuele afweging te maken werd drastisch ingeperkt. Volgens de regering zou de rechtszekerheid hierdoor worden vergroot. Zij nam op de koop toe dat in individuele gevallen niet altijd het rechtsgevoel zou worden bevredigd. Rechtszekerheid ging dus boven rechtvaardigheid. En inderdaad, dit bevredigde lang niet altijd het rechtsgevoel.
Het is dan ook toe te juichen dat de regering dit inziet en in de toekomst de rechtvaardigheid weer voorop wil stellen.

mr Fenneke Scholten van Aschat

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs