U bent hier

Rechters prikken door payroll constructie heen

Een leraar na de maximale tijdelijke contractduur in dienst houden via een ‘payrollconstructie’? De rechter prikt er doorheen. Want wie is in zo’n constructie eigenlijk de werkgever?

Steeds meer schoolbesturen maken gebruik van een zogeheten payrollconstructie: werknemers, bijvoorbeeld leerkrachten, treden in dienst bij een payrollonderneming, die hen bij een vooraf beoogde inlener (het schoolbestuur) tewerkstelt. 

Het is een driehoeksverhouding tussen de payrollonderneming, de inlener en de werknemer. Het formele en materiële werkgeverschap wordt hierbij uit elkaar getrokken. De payrollonderneming is de formele werkgever en draagt zorg voor een payrollcontract (arbeidsovereenkomst), uitbetaling van loon, afdracht van pensioenrechten enzovoort. Daarnaast oefent de inlener (het bestuur of de school) het werkgeversgezag uit over de werknemer en is zodoende de materiële werkgever. 

De vraag is dan wie als feitelijke werkgever moet worden aangemerkt: de payrollonderneming of de inlener? Tot nu toe werd in de rechtspraak de payrollonderneming als werkgever aangemerkt. Maar de laatste tijd prikken rechters door de payrollconstructie heen. Ze gaan voorbij aan de formele constructie, waarbij de arbeidsovereenkomst is gesloten tussen de werknemer en de payrollonderneming en de payrollonderneming het loon betaalt. 

Voor de rechters geeft de doorslag dat de inlener de selectieprocedure voert en het gezag over de werknemer uitoefent en dat de partijen de bedoeling hebben dat de werknemer bij de inlener werkzaam is. Op grond daarvan wordt de arbeidsverhouding aangemerkt als een arbeidsverhouding met de materiële werkgever. Daarmee is de inlener de feitelijke en juridische werkgever. 

De gevolgen hiervan zijn dat de inlener, als feitelijk werkgever, steeds vaker aansprakelijk is voor de nakoming van de verplichtingen die uit de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en payrollonderneming voortvloeien. Zo kan de inlener worden geconfronteerd met ontslagprocedures, werkgeversaansprakelijkheid en loonvorderingen. 

Een ander risico schuilt in de ketenregeling. Het komt voor dat schoolbesturen een werknemer na een aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd ‘inlenen’ via een payrollconstructie. Daarmee willen ze voorkomen dat ze de werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moeten geven. 

Gezien de recente jurisprudentie lijkt deze constructie geen uitweg meer te bieden. Ook bij het tewerkstellen van een werknemer via een payrollconstructie is het arbeidsverleden van deze werknemer bij het betreffende bestuur dus van belang.

Vragen?

Met vragen kunt u terecht bij onze juridische helpdesk.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs