U bent hier

Radicalisering: ‘Onderwijs moet van veiligheidsperspectief naar dialoog’

Het veiligheidsperspectief is tot nu toe dominant in het onderwijs, als het gaat om radicalisering: signaleer zorgwekkend gedrag, weet wanneer je de politie moet waarschuwen. Maar wat Birgit Pfeifer (practor Verschillen waarderen en gepromoveerd op school shooters) betreft, gaan scholen die focus verleggen. “We moeten jongeren leren dealen met onzekerheden.”

Jongeren ervaren existentiële nood

Oh help, een student die roept dat alle asielzoekers verkrachters zijn. Of dat ‘ie hoopt dat Islamitische Staat nog een comeback maakt. “Leraren willen inhoudelijk reageren, maar weten niet hoe”, weet Pfeifer. “Omdat dergelijke opmerkingen zo tegen hun eigen normen en waarden ingaan.”

“Uit onderzoek van Margalith Kleijwegt weten we dat docenten een handelingsverlegenheid ervaren als het gaat om het reageren op dit soort extreme uitspraken. Maar de oplossing ligt in de pedagogische opdracht van de docent”, zet Pfeifer. “Deze jongeren roepen eigenlijk: Ik weet het niet meer. Zo’n opmerking is een hulpvraag. Jongeren worstelen met een existentiële nood. En voor wie behoefte heeft aan duidelijkheid kan een radicale ideologie een uitkomst zijn.”

De komende jaren onderzoekt Pfeifer hoe medewerkers van mbo’s elkaar en studenten kunnen leren en toerusten om verschillen tussen mensen en hun waarden te waarderen en met elkaar in dialoog te gaan. Want in die dialoog en het oefenen in empathie ziet ze de oplossing voor de hedendaagse polarisatie. “Het is gemakkelijk geweld te gebruiken als je de ander dehumaniseert. Maar als je altijd blijft oefenen de ander als mens te zien, kun je dat niet.” En daar ligt een rol voor het onderwijs.

Deel van de samenleving

Neem studieloopbaanbegeleiding. Daar draait het vooral om de vragen: wat wil je worden, wat geeft je energie, wat wil je bereiken, wat zijn jouw talenten? “Soms moet je alleen de vraag toevoegen: Wat wil jij betekenen voor de samenleving? Welke rol wil jij spelen voor een ander? Zo realiseren jongeren zich dat ze een onderdeel zijn van deze samenleving.”

Docent maakt het verschil

Prachtig natuurlijk, om dit gesprek met jongeren te kunnen voeren. Maar voor een docent die zo’n leerling maar een uur of twee in de week ziet… “Ja, ook die kan het verschil maken”, gelooft Pfeifer. “De gemeenschap kan veel betekenen voor het individu. Het is niet voor niets dat jongeren kunnen radicaliseren en deradicaliseren. Een rolmodel zijn is altijd jouw pedagogische opdracht, ook als je maar twee uur in de week bij ze bent.”

‘Dit’ is niet alleen een gesprek voeren over wat Pfeifer ‘facts of life’ noemt (je krijgt niet altijd alle kansen, soms gaat het niet zo als je wilt, onrecht bestaat), maar vooral: voorleven. “Deze opdracht voor het onderwijs is niet vrijblijvend. Niet: de ene docent kan dit wel, de ander kan dit niet. Je moet als schóól bepalen dat je een voorbeeldfunctie hebt. En elkaar daarop durven bevragen: Hoe gaan wij met elkaar om? Met die collega die heel anders is, met die bestuurder die altijd wat te mekkeren heeft?”

Fact of life voor een leraar is ook dat je niet alle leerlingen kunt redden. “Maar dat betekent niet dat je van de verantwoordelijkheid ontslagen bent om je best te doen om iets te betekenen voor de ander.”

Op 4 april houdt Birgit Pfeifer haar practorale rede – 14 uur - Dokterspad 2 - Zwolle

VO | MBO | HBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs