U bent hier

Raad van State vindt antipest-wetsvoorstel overbodig

Scholen moeten wettelijk verplicht worden een sociaal veiligheidsbeleid te voeren, iemand verantwoordelijk te maken voor het sociale veiligheidsbeleid en dat te monitoren. Daarvoor heeft staatssecretaris Dekker een wet ingediend. Verus is het met de Raad van State en de Onderwijsraad eens dat dit een overbodig wetsvoorstel is. 

Twee jaar geleden stuurde de regering een anti-pestwet naar de Tweede Kamer. Die ging weer van tafel. Voornaamste bezwaar was de verplichting van het gebruik van een bewezen effectief anti-pestprogramma. Ervoor in de plaats kwam het actieplan sociale veiligheid op school van de PO-Raad en VO-raad. 

Einde aan onduidelijkheid

Maar de staatssecretaris wil meer: “Wettelijke verankering van de verantwoordelijkheid voor sociale veiligheid maakt een einde aan onduidelijkheid over welke minimale randvoorwaarden van scholen worden gevraagd en biedt een noemer om scholen die in gebreke blijven aan te kunnen spreken.” 

Wetsvoorstel overbodig

Verus vindt het terecht dat er geen verplichting in de wet staat voor het gebruik van een ‘goedgekeurd’ anti-pestprogramma. Het is aan scholen zelf hoe zij invulling geven aan een sociaal veilig schoolklimaat en welke methode zij het meest passend vinden. Scholen zijn al verplicht om zorg te dragen voor een veilige omgeving en kunnen daar indien nodig door de Inspectie op worden aangesproken. 

Het onderwijs is volop bezig met de pestproblematiek. Het wetsvoorstel voegt daar nu onnodig extra bevoegdheden van de Inspectie, verplichtingen en administratieve lasten aan toe. Met de Raad van State en de Onderwijsraad vinden wij het wetsvoorstel dan ook overbodig.

Geen onderzoek

Bovendien wordt geen onderzoek gepresenteerd waaruit blijkt dat dat alles bijdraagt aan een vermindering van het pesten. Hiermee gaat de staatssecretaris voorbij aan het advies van de Onderwijsraad van oktober 2014 om bij wetgeving meer gebruik te maken van wetenschappelijke- en praktijkkennis.

Niet nuttig 

Waar zowel Onderwijsraad als Raad van State zeggen dat een wet daarvoor niet nuttig en onnodig is - de verplichting om zorg te dragen voor sociale veiligheid is al wettelijk geregeld, zij het impliciet - is Dekker ervan overtuigd dat er een wet moet komen. Er is volgens hem een zwakke basis voor toezicht hierop en “de inspectie kan op dit moment niet handhavend optreden als het om sociale veiligheid gaat.”

Drie verplichtingen

Daarom introduceert het wetsvoorstel drie concrete verplichtingen:

  1. Het voeren van een sociaal veiligheidsbeleid
  2. Het beleggen bij een persoon van de volgende taken: coördineren van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten en fungeren als aanspreekpunt in het kader van pesten
  3. De monitoring van de sociale veiligheid van leerlingen.

Het sociaal veiligheidsbeleid moet met betrokkenen binnen de school gevormd worden en zowel preventief zijn als incidenten afhandelen. Scholen kunnen kiezen voor één specifiek programma of eigen aanpakken, methoden en interventies. Én ze moeten bij de onderwijsinspectie kunnen uitleggen dat de door hen gekozen methode bewezen effectief is.

Jaarlijkse monitoring

Voor wat betreft de monitoring: daarvoor moeten scholen een gestandaardiseerd instrument gebruiken, dat tenminste eens per schooljaar onder een representatief deel van de leerlingen wordt afgenomen. De gegevens zijn toegankelijk voor de inspectie zodat die inzicht krijgt in de daadwerkelijke beleving van de veiligheid en het welbevinden van leerlingen. De inspectie ontwikkelt heldere indicatoren om sociale veiligheid te meten.

PO | VO | MBO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs