U bent hier

Q&A Vrijheid van onderwijs

Het is toch raar dat een meerderheid van de kinderen naar een katholieke of christelijke school gaat terwijl Nederland sterk geseculariseerd is? lees het antwoord op deze en vijf andere vragen in onze Q&A’s.

1.  De overheid bekostigt scholen met een religieuze identiteit. Dat is toch in strijd met de scheiding van kerk en staat?

De scheiding van kerk en staat betekent in de praktijk:

  • dat de overheid geen positie kiest in religieuze aangelegenheden 
  • dat kerken en andere geloofsgemeenschappen niet het overheidsbeleid bepalen 

Door een school met een levensbeschouwelijke of religieuze identiteit te bekostigen mengt de overheid zich niet in een kerkelijke instelling. De overheid spreekt ook geen voorkeur uit voor een bepaalde religie of levensbeschouwing omdat alle richtingen gelijk bekostigd worden. Ons onderwijsbestel is dus niet in strijd met de scheiding van kerk en staat.

2.    Is neutraal onderwijs niet beter omdat kinderen dan vrij worden gelaten om zelf hun keuzen te maken?

Het is een misvatting om te denken dat onderwijs neutraal of waardenvrij kan zijn. Bij schoolactiviteiten worden áltijd (expliciet of impliciet) waarden en overtuigingen overgedragen. Scholing is kwalificatie maar ook socialisatie en vorming. Docenten brengen hun eigen levensbeschouwing mee in het geven van onderwijs. 
Binnen scholen die uitgaan van een bepaalde levensbeschouwelijke identiteit zal de manier waarop deze vorm krijgt in het onderwijs van leerkracht tot leerkracht verschillen. In het onderwijs, maar ook daarbuiten maken kinderen altijd kennis maken met andere zienswijzen, waarden en levensbeschouwelijke of religieuze overtuigingen. Zij zijn zelf daardoor hoe dan ook in staat om hun eigen keuzen in vrijheid te maken.

3.    Het is toch raar dat een meerderheid van de kinderen naar een katholieke of christelijke school gaat terwijl Nederland niet meer verzuild en zelfs sterk geseculariseerd is?
In de meeste plaatsen hebben ouders een keuze tussen openbaar en bijzonder onderwijs, vaak van verschillende richtingen, waaronder ook de algemeen bijzondere scholen met een pedagogisch profiel. De marktaandelen zijn al decennialang ongeveer gelijk en bijna 90% van de ouders geeft (volgens een recent TNS/NIPO onderzoek http://www.verus.nl/nieuws/ouders-erg-tevreden-over-nederlands-schoolaanbod ) aan tevreden te zijn over de keuze die ze hadden en over de uiteindelijk gekozen school. Bijna alle bijzondere scholen in Nederland hebben een open toelatingsbeleid, waarbij alle leerlingen welkom zijn. Veel ouders en leerlingen kiezen voor christelijke en katholieke scholen omdat het goed voelt (blijkt uit onderzoek). Zij waarderen het met de identiteit van de school samenhangende pedagogische klimaat en de kwaliteit van het onderwijs, ook al beschouwen zij zichzelf niet of niet meer als christelijk of katholiek.

4.    Is het niet beter voor kinderen met diverse achtergronden en religies om elkaar te ontmoeten in de school? Leidt bijzonder onderwijs tot ongewenste segregatie en minder begrip en tolerantie voor elkaar?
Op het overgrote deel van de bijzondere scholen zijn alle kinderen welkom, net als in het openbaar onderwijs. Al deze scholen vormen dan ook afspiegelingen van de omgeving waarin ze staan. Als wijken gesegregeerd zijn dan scholen daar dus een afspiegeling van, dat is niet anders dan in landen waar vrijwel alleen openbaar onderwijs bestaat. Door de gelijke bekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs hebben we in Nederland gelukkig geen privé onderwijs, terwijl dat in het buitenland juist een grote bron van kansenongelijkheid en segregatie is. Een meerderheid van kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond zit op katholieke en christelijke scholen. 
Scholen met een religieuze identiteit leren leerlingen van binnenuit  wat geloof voor henzelf en voor andere mensen kan betekenen. Meer dan in een zogenaamd neutrale school waar religie geen rol speelt of zelfs negatief wordt bejegend leren kinderen op deze school respect te hebben voor mensen die anders in het leven staan dan zij zelf. Hiermee worden ze toegerust om vanuit een heldere eigen overtuiging op een positieve, respectvolle wijze deel te nemen aan de Nederlandse multiculturele en multireligieuze samenleving. 

5.    Op sommige bijzondere scholen gebeuren hele onwenselijke dingen zoals het discrimineren van homoseksuelen, het afwijzen van de evolutietheorie, gescheiden gymnastiek voor jongens en meisjes, het weigeren van leerlingen (en ouders) op grond van religie enz. Dat zou toch niet moeten kunnen?
Alle scholen moeten zich houden aan wet en regelgeving. Het maken van ongeoorloofde verschillen (discriminatie) is dus verboden. Maar de kern van de vrijheid van onderwijs is dat bijzondere scholen een bepaalde identiteit (juridisch ‘richting’) hebben. Dat kan alleen maar werken als de school zelf kan bepalen of haar schoolleiders en leerkrachten op een geloofwaardige manier deze identiteit vorm en inhoud geven. Dat geldt overigens ook voor de openbare school, waar bijvoorbeeld een voortdurend evangeliserende leerkracht niet goed zou passen. 
Hoewel op verreweg de meeste bijzondere scholen alle kinderen welkom zijn, zijn er ook scholen die alleen maar kinderen en hun ouders accepteren als ze passen bij de identiteit. Dat geldt bijvoorbeeld voor een aantal orthodox protestantse en Joodse scholen. Maar ook van ouders die kiezen voor een (antroposofische) vrije school of een Montessorischool mag verlangd worden dat ze achter dit soort identiteiten staan. Een systeem dat pluriformiteit toestaat en waarde toekent aan verschillende identiteiten moet ruimte laten voor dit soort van diversiteit in het onderwijs. 
Daarnaast stelt de overheid ook nog meer vergaande grenzen. De onderwijsinspectie controleert de deugdelijkheid en kwaliteit van het onderwijs. Er zijn zogenaamde kerndoelen en eindtermen als het om de inhoud van het onderwijs gaat. Deze omvatten ook bijvoorbeeld kennis over de democratische rechtsstaat, mensenrechten, aandacht voor seksuele diversiteit en een onderwerp als de evolutietheorie. Al met al zijn er voldoende waarborgen in ons bestel aangebracht om enerzijds een bepaalde mate van vrijheid te garanderen om de eigen identiteit vorm te geven, maar anderzijds ook te voldoen aan wat wij in onze samenleving aanvaardbaar achten. 

6.    Lopen we door de vrijheid van onderwijs het risico dat er steeds meer Islamitische scholen komen waar kinderen zaken leren die in strijd zijn met de democratische rechtsstaat? 
De vrijheid van onderwijs houdt inderdaad in dat er bij voldoende animo van ouders ook meer Islamitische scholen kunnen worden gesticht en door de overheid bekostigd. Het goede van het bestel is dat daarmee deze scholen ook automatisch onder het overheidstoezicht vallen (zie het antwoord bij 5). De inspectie ziet nauwlettend toe dat alle scholen voldoen aan kwaliteitseisen, wetten en regelgeving en daaronder valt het opvoeden tot burgerschap in de democratische rechtsstaat. 


PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs