U bent hier

Publicatieverbod bij reputatieschade?

Wat te doen als een ex-werknemer of ouder uw school op internet, in kranten of op andere wijze onnodig zwart maakt? Kun je zo’n haatcampagne stoppen of kan betrokkene hiermee doorgaan met een beroep op het recht van vrijheid van meningsuiting?

E-mails en advertenties
Hierover is recent door de voorzieningenrechter in Den Haag in kort geding een uitspraak gedaan. Een ex-docent -wiens dienstverband was beëindigd wegens onvoldoende functioneren- verspreidde onjuiste informatie over de school.

In e-mails aan ex-collega’s, schooldirecties en de Inspectie gaf hij aan dat hij slechte ervaringen met de school had opgedaan en dat de leerlingen te weinig lessen natuurkunde kregen. Hij zette advertenties in kranten en had een website gemaakt waarop hij onder andere vermeldde dat hij de school verdacht van het frauderen met het rooster.

De school was van mening dat de ex-werknemer onrechtmatig handelde door het verspreiden van onjuiste informatie en vroeg de rechter hem te dwingen hiermee te stoppen.

Beledigend of onnodig grievend
De rechter maakte een afweging tussen het recht op vrije meningsuiting uit art. 7 van de Grondwet en het moment waarop dit recht wordt ingeperkt doordat meningsuitingen onrechtmatig zijn tegenover anderen. In het bijzonder zal daarvan sprake zijn bij uitingen die voor derden beledigend of onnodig grievend zijn.

De rechter overwoog dat de door gedaagde geplaatste advertenties, zijn brieven en e-mails aan onder andere medewerkers van eiseres en directies van andere onderwijsinstellingen, onmiskenbaar waren bedoeld om eiseres in een kwaad daglicht te stellen. Voor dergelijke uitingen bestaat geen rechtvaardigingsgrond en de rechter gebood gedaagde daarom ook te stoppen met deze haatcampagne op straffe van een dwangsom.

Reputatie
Al eerder legden rechters in kort geding in twee zaken een communicatieverbod op aan ouders. De eerste betrof ouders die, nadat hun dochter op de gymles een ongeval was overkomen, de publiciteit zochten en werknemers van de school benaderden. Hierbij werd overwogen dat zo’n ongeval een gebeurtenis is van zwaarwegende aard waarbij het begrijpelijk is dat ouders richting school in het begin emotioneel reageren en hen daarom een ruime mate van vrijheid in het kiezen van uitingen en bewoordingen kan worden gelaten.

Echter daarbij dient naast het persoonlijk belang van de daarbij betrokkenen ook de vraag in het oog gehouden te worden in hoeverre de school in een zodanig daglicht wordt gesteld dat dit niet meer met de realiteit in overeenstemming is. Ook een instituut als een school mag er aanspraak op maken dat de reputatie niet buiten proporties wordt geschaad.

Klachtencampagne
In de andere zaak bestookte een ouder een school met een niet-aflatende stroom vragen, opmerkingen en klachten. Tevens legde zij haar klachten neer bij de Landelijke klachtencommissie, de Arbeidsinspectie, de Onderwijsinspectie, de leerplichtambtenaar en de media. Een aantal van de klachten is door de school opgepakt en er werden afspraken over gemaakt. De ouder bleef echter ontevreden en bleef doorgaan met de klachtencampagne.

De voorzieningenrechter overwoog dat gedaagde de school en de bestuurscommissie door de wijze waarop zij met hen communiceert zozeer hindert in de uitoefening van hun reguliere taken dat dit een onrechtmatige daad oplevert. De hoeveelheid correspondentie staat niet in verhouding tot de door gedaagde geuite klachten. Bovendien belast gedaagde de school door van tijd tot tijd naar buiten te treden met haar klachten zonder de school eerst de gelegenheid te geven naar haar op de klachten te reageren.

Toen bleek dat gedaagde niet voldoende inzicht had in de consequenties van haar gedrag voor de school en ook niet bereid was de beleidsvrijheid van de school op dit punt te respecteren, legde de voorzieningenrechter een aantal maatregelen op –vooralsnog voor de duur van 1 schooljaar- die de communicatie met de school in goede banen moeten leiden. Ook dit op straffe van een dwangsom.

Niet met lege handen
De laatste twee uitspraken zijn uit 2005. Veel uitspraken op dit gebied zijn er dus niet. Er komen wel veel vragen binnen bij onze helpdesk over wat een school kan doen als er voor haar schadelijke informatie wordt gepubliceerd op internet of hoever de school moet gaan met reageren als ouders onevenredig veel aandacht vragen.

Uit bovengenoemde uitspraken blijkt dat vrijheid van meningsuiting moet worden gerespecteerd en dat scholen zeer zorgvuldig moeten omgaan met klachten van ouders, maar dat als de reputatie van de school onterecht wordt geschaad of als de communicatie naar de school toe buitenproportioneel is en daardoor de directie hindert in de uitoefening van hun reguliere taken, de school niet met lege handen staat.

Vragen?

Met vragen kunt u terecht bij onze juridische helpdesk.

PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs