U bent hier

Prof. James Kennedy: christelijk onderwijs als 'creatieve minderheid'

Het christelijk onderwijs heeft toekomst als het zich ontwikkelt tot een 'creatieve minderheid die het christelijk erfgoed verbindt met de eisen en wensen van nu'. Dat zei de historicus James Kennedy in een lezing voorafgaand aan de algemene ledenvergadering op 23 november 2012 in Soesterberg.

Ondanks de teloorgang van het CDA valt James Kennedy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, toch vooral de 'grote stabiliteit van de christelijke civil society' op. "Religieus gefundeerde organisaties hebben nog steeds een flink aandeel in het reilen en zeilen van de Nederlandse natie", zei hij. Dat geldt zeker voor het protestants-christelijke smaldeel, volgens Kennedy 'de best georganiseerde kring van protestantse organisaties in Europa'.

Het komt er volgens hem wel op aan dat deze organisaties, waaronder christelijke scholen, zich ontwikkelen tot een 'creatieve minderheid' - de term is van paus Benedictus XVI - die 'het christelijk erfgoed verbindt met de eisen en wensen van nu'.

Roeping
Voor het christelijk onderwijs ziet Kennedy vijf punten waarop het creatief invulling kan geven aan zijn minderheidsstatus:

  1. Nadruk op vorming. Daaronder verstaat Kennedy zowel kennis van de christelijke traditie als spirituele vorming - "leren wat het betekent om christen te zijn". Hij kan zich voorstellen dat scholen met een pluriforme leerlingenpopulatie wat dat betreft een gedifferentieerd aanbod doen, dat voor leerlingen met een christelijke achtergrond meer gericht is op geloofsontwikkeling.
  2. Profilering op kwaliteit. Christelijke scholen zouden zich volgens Kennedy vanuit hun traditie moeten richten op excellentie. Hij stelt hun het katholiek onderwijs in de Verenigde Staten ten voorbeeld, dat 'een robuuste katholieke identiteit combineert met academische uitmuntendheid'. Dat is volgens hem in Nederlandse context ook een opdracht voor christelijke scholen, 'zonder te vervallen in Amerikaanse toestanden'.
  3. Verbinding met de samenleving, waarbij voor het christelijk onderwijs vooral de rol en inbreng van ouders van belang is.
  4. Creativiteit. Door een groter accent te leggen op vakken die de verbeeldingskracht stimuleren (met name literatuur en kunst) leren christelijke scholen hun leerlingen zich een goede toekomst voor te stellen.
  5. Roeping (vocatio): "Het doel van de christelijke school is leerlingen te helpen ontdekken wat hun roeping is", aldus Kennedy. Roeping is, zo citeerde hij de Amerikaanse theoloog Frederick Buechner, 'de plaats waar je diepste verlangens en de diepste noden van de wereld elkaar ontmoeten'.

 

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs