U bent hier

Prof. Goodijk over Amarantis: 'Toezichthouders moeten daadkracht tonen'

In de raad van toezicht van Amarantis zaten capabele mensen, ze toonden inzet en ze zaten redelijk goed bovenop de ontwikkelingen. Toch glipte de hele situatie hen door de vingers met alle dramatische gevolgen van dien. "De raad van toezicht toonde toen het erop aankwam geen daadkracht. Dat is een belangrijke les", zegt prof. Rienk Goodijk, gespecialiseerd in governance.

Net als vele anderen is hij geschokt door het beeld dat de onderzoekscommissie schetst van het bestuurlijke debacle bij scholengroep Amarantis. De ingrijpende reorganisatie en het verlies aan vele arbeidsplaatsen noemt Goodijk dramatisch. En daarbij nog berichten over mogelijke verrijking, waarover de hoogleraar geen oordeel wil geven. "We moeten eerst maar eens de resultaten van het nader onderzoek afwachten."

Het gaat er Goodijk vooral om dat bestuurlijk Nederland lering trekt uit de pijnlijke lessen. Niet alleen bestuur en raad van toezicht hebben gefaald, ook andere partijen: onderwijsinspectie, accountant, departement. Een van de belangrijkste punten is volgens Goodijk te bepalen op welk moment je als raad van toezicht ingrijpt.

Bij Amarantis was de raad getuige van de sluipende verslechtering, mede door de signalen uit de organisatie, maar toch werd er niet of veel te laat ingegrepen. "Je zult als raad van toezicht helder moeten bepalen waar de grenzen liggen en wat je moet doen om de zaak niet verder te laten ontsporen. De raad was machteloos en miste daadkracht."

Adequaat bestuur
Een tweede les is dat de raad van toezicht als werkgever in zekere zin tekort is geschoten door er niet voor te zorgen dat er een adequaat bestuur was. "Er zijn vele mutaties geweest in het bestuur en er was een strategie uitgezet die gebaseerd was op verkeerde veronderstellingen. Het college van bestuur functioneerde onvoldoende als team. De raad heeft dat niet gecorrigeerd".

En wat de toezichthouders is aan te rekenen is dat ze niet hebben voorkomen dat het bestuur gaandeweg steeds verder van het onderwijsproces af kwam te staan. "Ze hebben in die periode wel gemerkt dat er aansturingsproblemen ontstonden, omdat Amarantis een heel diverse, grootschalige organisatie was geworden. De besturingsfilosofie is niet goed doordacht geweest."

De kritiek die je wel hoort is dat de grootschaligheid op zich debet is aan de situatie bij Amarantis.

"Mijn stelling is dat grootschaligheid tot problemen kán leiden, maar dat hoeft niet. We zien voorbeelden van grootschaliger verbanden die wel goed functioneren, met herkenbare eenheden die voor een menselijke maat zorgen. Omdat het besturingsmodel daar goed is. Daar zullen we meer onderzoek naar moeten verrichten. Bij Amarantis was dat slecht geregeld door een decentrale vorm van autonomie en onvoldoende regie daarop. Het waren blijkbaar allemaal eilandjes. En ook de grote diversiteit in onderwijssoorten speelde parten."

Goed opleiden
Hadden de toezichthouders van Amarantis voldoende kwaliteit in huis?

"We kunnen uit deze kwestie leren hoe belangrijk het is om toezichthouders goed op te leiden. Naast kennis- en bestuurlijke competenties moeten ze ook vaardigheden opdoen. Zodat ze een houding ontwikkelen om in te grijpen op momenten dat het nodig is. Hoe je verbeterplannen kunt doorvoeren. Dat er een goed overleg is met de stakeholders. Daar ontbrak het bij Amarantis ook aan."

Hoe ver moet een raad van toezicht gaan in het zelf vergaren van informatie?

"Mijn stelling is dat toezichthouders niet zomaar op de werkvloer moeten gaan rondlopen. Niet gaan rondneuzen in de scholen, maar wel een verbinding leggen met verantwoordelijken en stakeholdergroepen zoals een GMR. En ik kan me voorstellen dat er ook regelmatig met directeuren van scholen wordt gesproken. Om je ervan te vergewissen hoe het op decentraal niveau functioneert. Daar kunt je als raad van toezicht met de bestuurder afspraken over maken."

Staat de kwestie Amarantis model voor het bestuur in de semipublieke sector?

"Dat is het gevaarlijke van een casus. Ja, het is meer dan een incident want een aantal zaken doet zich ook voor in andere onderwijsinstellingen. Nee, want het voert te ver om te zeggen dat elke vorm van bestuur en toezicht niet deugt. Er zijn veel goede voorbeelden. Het is jammer dat dit schadelijk is voor bestuurders en toezichthouders die wel goed werk leveren. Ik zou het hyperige eraf willen halen."

Prof. dr. ir. Rienk Goodijk is als bijzonder hoogleraar Governance in het (semi-)publieke domein verbonden aan Tias Nimbas Business School. Hij is ook als consultant werkzaam bij GITP. Recent deed hij voor de Besturenraad een onderzoek naar de omgang van intern toezichthouders met de identiteit van hun onderwijsinstelling.

 

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs