U bent hier

Prinsjesdag 2017: 10 belangrijke punten voor werkgevers

Het kabinet maakte dinsdag de plannen voor het komende jaar bekend. Hier, in 10 punten, wat zakelijk Nederland moet weten als het over zorg en sociale zekerheid gaat.

Zorg

  1. De werkgeverspremie zorg gaat omhoog. De inkomensafhankelijke bijdrage is een werkgeverspremie, die wordt berekend over het loon van de medewerker. Het premiepercentage voor werkgevers stijgt in 2018 van 6,65% naar 6,90%. Zelfstandigen, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden betalen zelf de inkomensafhankelijke bijdrage. Voor hen geldt een verlaagd tarief van 5,65% in 2018. Dit was 5,40% in 2017.
  2. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verwacht dat de nominale zorgpremie in 2018 zal stijgen. Waarschijnlijk met ongeveer € 6,- per maand. De uiteindelijke premie stelt elke zorgverzekeraar zelf vast en wordt uiterlijk 12 november aan verzekerden gecommuniceerd. 
  3. Het basispakket wordt in 2018 uitgebreid met:
    • Vergoeding van de eerste 12 behandelingen oefentherapie, voor mensen met artrose aan de knieën of heupen.
    • Vergoeding van zittend ziekenvervoer, voor mensen die vanwege kanker immuuntherapie ondergaan.
    • Vergoeding van verschillende nieuwe medicijnen, die gedurende dit jaar al aan de basisverzekering zijn toegevoegd.
  4. Het verplicht eigen risico in 2018 blijft gelijk. Iedereen van 18 jaar of ouder heeft een verplicht eigen risico voor de basisverzekering. De overheid bepaalt de hoogte van het eigen risico. Het verplicht eigen risico blijft in 2018 €385,-. Het eigen risico geldt niet voor aanvullende verzekeringen en tandartsverzekeringen.
  5. De maximale zorgtoeslag gaat omhoog. De zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid. Op deze manier komt de overheid mensen met een lager inkomen tegemoet in de kosten van de zorgverzekering.
 

Sociale Zekerheid

  1. Uit de koopkrachtcijfers blijkt dat de doorsnee huishoudens in Nederland er ongeveer 0,6% procent op vooruitgaan in 2018. Bijna alle groepen zitten rond dit cijfer. Alleen uitkeringsgerechtigden (+0,3%) blijven achter, gezinnen met kinderen (+0,9%) en mensen met een brutoloon vanaf € 8.000,- per maand (+1,1%) steken er duidelijk bovenuit. Om alle groepen in de plus te krijgen, wordt er volgend jaar door het kabinet zo'n 425 miljoen geïnvesteerd.
  2. De werkloosheid daalt snel. Van 6% in 2016 naar 4,9% dit jaar en in 2018 tot 4,3%. Dit is het laagste punt sinds 2008. De werkgelegenheidsgroei ligt in 2017 eveneens op het hoogste niveau sinds 2008, in het afgelopen jaar kwamen er bijna 200 duizend banen bij.
  3. Het wettelijk minimumloon gaat omhoog. Vanaf 1 juli 2017 hebben medewerkers vanaf 22 jaar recht op het volledige wettelijk minimumloon. Twee jaar later, vanaf 1 juli 2019 krijgen medewerkers vanaf 21 jaar recht op het wettelijk minimumloon.
  4. In 2018 start een vierjarig programma gericht op de preventie van beroepsziekten. Door middel van een campagne, interventies en de inzet op kennis en innovatie wil het kabinet de bewustwording en aanpak van de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen versterken. Ook wordt ingezet op de vroegtijdige signalering van gezondheidsklachten. 
  5. De doelgroep van de compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen (no-riskpolis voor ouderen) wordt op 1 januari 2018 tijdelijk uitgebreid. De regeling wordt toegankelijk voor mensen die zijn geboren voor 1 januari 1962 en in 2018 of 2019 vanuit de WW als medewerker gaan werken. Voor deze mensen kan de werkgever een Ziektewet-uitkering van het UWV krijgen als ze ziek worden. De maatregel is een uitwerking in het kader van het actieplan Perspectief voor vijftigplussers.


PO | VO | MBO | HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs