U bent hier

Prestatieafspraken over onderwijskwaliteit en studiesucces bijten elkaar

Twee jaar na het maken van de prestatieafspraken boeken alle hogescholen en universiteiten vooruitgang met hun profilering en zwaartepuntvorming. Maar het strikte gebruik van kwantitatieve indicatoren heeft een keerzijde, zien de onderwijsinstellingen. Bovendien bijten de verhoging van onderwijskwaliteit en studiesucces elkaar.

2% bekostiging voor het hoger onderwijs

De Reviewcommissie Hoger Onderwijs en Onderzoek oordeelde eind vorig jaar in een zogeheten midtermreview  over de voortgang van alle hogescholen en universiteiten op de prestatieafspraken. Het ging alleen om de afspraken over profilering en zwaartepuntvorming. Daar is 2% van de bekostiging van de prestatieafspraken mee gemoeid, het zogenaamde selectieve budget.

De overige (5%) prestatiemiddelen krijgt een onderwijsinstelling als ‘ie in 2016 voldoet aan afspraken over studiesucces en onderwijskwaliteit.

De reviewcommissie beoordeelde de voortgang van alle hogescholen en universiteiten op het gebied van profilering en zwaartepuntvorming positief. Reden voor minister Bussemaker om voor hen de 2% bekostiging te continueren.

Naar een andere universiteit

De minister schrijft dat de prestatieafspraken instellingen lijkten te helpen bij het vormgeven van hun strategie. Tegelijkertijd leeft er in het hoger onderwijs veel kritiek op de ‘outputfinanciering’: hogescholen en universiteiten hebben een direct financieel belang bij een steeds grotere en snellere productie van studiepunten, diploma’s, proefschriften en publicaties. Morgen wordt de petitie Naar een andere universiteit gepresenteerd door 17 onderwijsorganisaties, waaronder verschillende universiteiten en vakbonden. Daarover meer in onze nieuwsbrief van volgende week.

Excellentietrajecten en nieuwe opleidingen

Universiteiten werkten de afgelopen twee jaar vooral aan excellentietrajecten en verbreding van bacheloropleidingen. Hogescholen startten nieuwe hbo-masteropleidingen gerelateerd aan hun profileringsthema’s, 3-jarige trajecten voor vwo’ers, excellentietrajecten en Associate-degreeprogramma’s. 

‘Indicatoren leiden eigen leven’

Maar een aantal instellingen is kritisch op de afspraken, schrijft de reviewcommissie. Universiteiten en hogescholen wijzen op “de keerzijde van het stringente gebruik van kwantitatieve indicatoren: deze dreigen een eigen leven te gaan leiden en een doel op zichzelf te worden, terwijl het uiteindelijk vooral om de kwaliteit van onderwijs en onderzoek gaat”.

Hoewel de midtermreview officieel nog niet ging over onderwijskwaliteit en studiesucces, kwamen deze onderwerpen wel geregeld aan bod in gesprekken tussen de instellingen en de reviewcommissie. 

Een lastige opgave

De reviewcommissie spreekt van ‘het bijzondere karakter van de uitdaging waar de hogescholen voor staan’. “Hogescholen werken hard aan het verhogen van het eindniveau van de bachelor. Dit betekent ook hogere eisen aan studenten. Onder deze condities is het verhogen van het rendement een lastige opgave.” Kortom: de prestatieafspraken over onderwijskwaliteit en studiesucces bijten elkaar. 

Trilemma

De Vereniging Hogescholen heeft het over het ‘trilemma’: het niveau van de instroom (1) versus de kwaliteit van het onderwijs (2) versus het (verhogen van) het studiesucces (3). 
Aantallen hogescholen die tegen dit trilemma aanlopen, heeft de Vereniging Hogescholen niet, blijkt uit navraag van Verus. Het komt wel geregeld ter sprake.

Liever kwaliteit dan succes

De woordvoerder laat weten dat de Vereniging Hogescholen de minister zowel schriftelijk als mondeling meerdere malen gewezen heeft op het trilemma. In een brief zegt de Vereniging dat zij ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs (als één van de drie onderdelen van het trilemma) geen enkele concessie doet. “De ambities op dat punt zijn en blijven hoog. De Vereniging constateert dat de minister het eens is met die visie en dat we met die steun blij zijn.”

In haar reactie schrijft Bussemaker inderdaad blij te zijn dat hogescholen prioriteit geven aan verhoging van het niveau boven rendementsdoelen. Maar dat is nogal wiedes: van de 5% voorwaardelijke financiering is 2/3 verbonden aan de onderwijskwaliteit en 1/3 aan studiesucces. De hogescholen kiezen natuurlijk voor het kwantitatieve doel waarmee het meeste geld gemoeid is.

Eerder reageerde Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, uitermate kritisch op de opgelegde prestatieafspraken. “In de prestatieafspraken hebben hard meetbare prestaties een veel te grote nadruk gekregen. Laten wij en ook de politiek daarvan leren!”

HBO | WO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs