U bent hier

Politici eensgezind: ambitie van het onderwijs mag groter

De verkiezingen gaan over Europa, de zorg en economische crisis. Maar ook het onderwijs kwam deze week aan bod, tijdens het Onderwijsdebat van de Stichting van het Onderwijs. Een nationaal onderwijsakkoord bleek veel draagvlak te hebben onder de aanwezige kandidaat-Kamerleden, die menen dat de ambitie van het onderwijs wel wat groter mag.

Onder leiding van Sijbolt Noorda (voorzitter VSNU) debatteerden de kandidaat-Kamerleden Brigitte van der Burg (VVD), Jasper van Dijk (SP), Jeroen Dijsselbloem (PvdA), Paul van Meenen (D66), Michel Rog (CDA) en Carola Schouten (CU) met elkaar en de zaal.

Het debat opende met een korte presentatie van het rapport van McKinsey over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs.

Politiek hobbyisme
Vervolgens passeerden 5 stellingen de revue. De eerste ging over de vele proefballonnetjes en het politieke hobbyisme dat de aandacht heeft afgeleid van de onderwijskwaliteit. In plaats dit hobbyisme moet er een nationaal onderwijsakkoord komen dat aangeeft waar we in 2020 willen staan.

Dat akkoord heeft veel draagvlak onder de kandidaat-Kamerleden, die menen dat de ambitie van het onderwijs wel wat groter mag. Dijsselbloem benadrukte dat voor het onderwijs te vaak de minimale eisen van de Inspectie de referentie zijn, terwijl de ambitie vele malen hoger zou moeten liggen.

Bezuinigingen ongedaan
De tweede stelling poneerde dat verbetering van de onderwijskwaliteit mogelijk is, maar dat daarvoor wel de bezuinigingen ongedaan moeten worden. Het ging hier onder andere om de sluipende bezuinigingen waarover ook al tijdens een debat in Arnhem werd gesproken.

Een deel van de aspirant-Kamerleden onderschreef dat die sluipende bezuinigingen de kwaliteit van het onderwijs geen goed doen. Anderen, waaronder Van der Burg, verwezen naar het recente rapport van het SCP, Waar voor ons belastinggeld, waaruit blijkt dat het onderwijs in de afgelopen periode meer geld heeft gekregen.

Opgelegde professionalisering
De derde stelling ging over de professionalisering van leraren, schoolleiders en directeuren: die moet uit de mensen zelf komen. Je kunt dit niet van bovenaf opleggen en overheidsbemoeienis werkt zelfs averechts. Deze stelling leidde tot de vraag waarom D66, PvdA en VVD toch weer kiezen voor prestatiebeloning.

Beroepsonderwijs
De vierde stelling luidde: Het versterken van de beroepskolom is geen politieke prioriteit meer.
Het beroepsonderwijs heeft last van teruglopende leerlingaantallen als gevolg van een slecht imago en de algemene tendens van AVO/VWO-isering. Het bedrijfsleven maakt zich hierover ook grote zorgen.

De aanwezige politici reageerden dat het vmbo en mbo bij de buitenwereld een onduidelijk imago hebben en dat er een overaanbod aan opleidingen is. Scholen moeten meer contact zoeken met bedrijven.

Getalenteerde studenten aantrekken
Het McKinsey-rapport kwam weer in de vijfde stelling aan de orde: voortaan moeten alleen de meest getalenteerde leerlingen naar de lerarenopleidingen gaan. Voor de debaters een mooi perspectief, maar niet makkelijk te realiseren. Moet je mbo’ers nog wel toegang tot een hbo-opleiding geven? Moet je strenger selecteren aan de poort? Of moet je tijdens de opleiding zelf juist strenger zijn? Vragen waar nog geen eensluidend antwoord op werd gegeven.

Politici kruisten deze week maarliefst drie keer de degens over onderwijs. Vanmiddag nog vindt een debat plaats in Den Haag.

WO | HBO | MBO | PO | VO

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs