U bent hier

Paul Frissen: ‘Wees eigenaar van je onderwijs’

Als scholen zich eigenaar verklaren van hun eigen onderwijs, dan zal Paul Frissen in Den Haag richting de overheid blijven roepen dat niets doen altijd een optie is. Dat zei de hoogleraar vandaag op een bijeenkomst van Verus en VKO over De lessen van Dijsselbloem.

Frissen was acht jaar geleden verbijsterd over positieve ontvangst van rapport Dijsselbloem. Maar het Onderwijsraadrapport De lessen van Dijsselbloem, dat vorige week verscheen, noemt hij zelfs een “hernieuwde en radicalere versie van Dijsselbloem”.

Onderwijs wordt overschat

Het probleem is, volgens de hoogleraar, dat het belang van onderwijs altijd wordt overschat. “Wij verwachten veel te veel van de instrumentalisering van onderwijs. Alsof, als we mensen maar hoog genoeg opleiden, alle leed, pech en risico’s kunnen worden uitgesloten.”

“Voor u geldt het natuurlijk niet”, grapte Frissen naar de aanwezige schoolleiders. “Maar de rest van het onderwijs vertoont ernstige tekenen van verslaving. Verslaafd aan een dealer die we eigenlijk niet kunnen uitstaan.” Hij wees op het WRR-rapport Naar een lerende economie. “Daarin is het belangrijkste doel van onderwijs, bijdragen aan iets anders dan onderwijs.” Maar onderwijs draait om zichzelf, benadrukte Frissen. “Als de vraag centraal had moeten staan, dan had de vraag zelf wel onderwijs aangeboden. Onderwijs gaat om het aanbod. U bent zelf eigenaar van uw eigen onderwijsleerproces.”

“Mensen in het onderwijs moeten ook zelf altijd een relativerende positie aannemen ten opzichte van dat onderwijs”, adviseerde Frissen. “Gelukkig kan onderwijs niet veel kwaad.”

De potvis houdt zich ook niet aan het potvisprotocol

Frissen begon over de antipestwet. “Jullie moeten ook iets tegen pesten doen, heb ik begrepen. Mijn stelling is dat de objecten en subjecten van pesten zich daar niet aan gaan houden. Net als de potvis zich waarschijnlijk niet zal houden aan het potvisprotocol.”

Maakbaarheidsgedachte sterker dan ooit

De hoogleraar vindt dat Nederland “tamelijk gestoorde opvattingen” heeft over hoe mensen eruit horen te zien en hoe ze zich moeten gedragen. Hij mist aandacht en waardering voor verschil. “Ook voor het verschil dat je niet bevalt, dat onaangenaam is. We zijn daar ongemakkelijk in geworden.”

De oorzaak: goede bedoelingen. “De maakbaarheidsgedachte is sterker dan ooit en we weigeren tragiek te ervaren.” “In Nederland leeft de diepe overtuiging dat als we iets maken, als we het opschrijven, als we een regel hebben… de wereld zich ernaar gaat gedragen. In den Haag denkt men dat als een wet is aangenomen, de wereld veranderd is.” Oftewel: “De professional is een oplossing, op zoek naar problemen die passen bij zijn oplossing.”

Frissen noemde de overheid in dit kader ‘een gevaarlijke instantie’. Ze heeft immers de macht, het geweldsmonopolie. “En er is een oprukkend, centraal idee van hoe het leven geleid moet worden. Wij kunnen het afwijkende eigenlijk niet verdragen. Ter illustratie: Nederland heeft een opvallende hoeveelheid speciaal onderwijs.”

Recht op verschil in onderwijs

Mag de overheid curriculumeisen stellen? vroeg Frissen zich hardop af. Nee, daar zouden de eigenaren van de school over moeten gaan, antwoordde hij. Hij pleitte voor een minimaal curriculum: “Ik kan me niet voorstellen dat er een school wordt opgericht waarop geen taal en rekenen wordt onderwezen.” De overheid moet het recht op verschil in onderwijs garanderen, vindt Frissen.

Inspectie beoordeelt steeds meer factoren

Frissen had forse kritiek op de ‘opmerkelijk inzichten’ waarop Dijsselbloems drie hoofdaanbevelingen zijn gebaseerd. Allereerst: de kerntaak van het onderwijs en hoe kwaliteit zou moeten worden gewaarborgd. Volgens Dijsselbloem moest de kwaliteit van het onderwijs op het niveau van leerling, school en stelsel worden bewaakt. “De afgelopen jaren is het kwaliteitsoordeel van de inspectie breder geworden. Enerzijds wordt zo recht gedaan aan de kritiek dat alleen maar afrekenen op opbrengsten te smal is.” Maar het gevolg is dat de inspectie op steeds meer factoren beoordeeld. “Zouden wij het normaal vinden als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ook de Michelingids gaat uitgeven? Dat is wat we in het onderwijs gaan doen”, zei Frissen over het nieuwe toezichtskader.

Staatspedagogiek

Acht jaar na dato vindt Frissen het nog steeds onbegrijpelijk dat over de verdeling tussen het ‘wat’ en het ‘hoe’ geen grote ophef is ontstaan. “Want dit betekent gewoon staatspedagogiek. De school is van de staat en u moet de pedagogiek tot uitvoer brengen”, zei Frissen. “Of je artikel 23 nu breed of smal interpreteert, dit kan op geen enkele manier de bedoeling zijn.”

Eigenaar van professionaliteit en kwaliteit

Frissen drukte de aanwezigen keer op keer op het hart na te denken over wat zij willen met het onderwijsbestel, met hun autonomie.

Voor de aanbeveling van Dijsselbloem om evidence based beleid te maken, had Frissen helemaal geen goed woord over. “Maar Den Haag is ervan overtuigd dat dit de enige grond voor beleid is. U mag straks alleen nog maar doen wat wetenschappelijk is aangetoond”, waarschuwde Frissen de aanwezigen. “Dat is wel een angstaanjagend smalle basis voor onderwijs.”

“Als u weer eigenaar wordt van uw eigen professionaliteit en kwaliteit”, zei Frissen, dan zal hij de politici adviseren van de samenleving af te blijven. “Het is veel moeilijker om op je handen te blijven zitten dan overal je heilzame gedachten over uit te spreken.”

Verus en VKO organiseerden dinsdag 7 oktober in Maarssen een bijeenkomst met hoogleraar Paul Frissen over De lessen van Dijsselbloem

Aanmelden voor de Verus nieuwsbrief

Iedere week het laatste nieuws uit het onderwijs